Record na record werd in 2021 verbroken op de huizenmarkt, ook al zaten we middenin de coronacrisis. Voor veel mensen is een eigen woning onbetaalbaar geworden. Hoe kan het goed komen in 2022? "Er moet minder geld op de markt komen."

Nic Vrieselaar is econoom bij de Rabobank en houdt wat er op de huizenmarkt gebeurt scherp in de gaten. Hij ziet dat de overheid al jaren hetzelfde beleid voert, maar daarmee houdt het probleem zich volgens hem juist in stand.

Geld onderdeel van het probleem

"De afgelopen jaren is er steeds meer geld de woningmarkt op gekomen. Bij heel veel kwesties is meer geld de oplossing, maar op de woningmarkt is veel geld nu juist onderdeel van het probleem."

Om het voor starters makkelijker te maken in te stappen, werden verschillende regelingen ingevoerd. Denk aan een studieschuld die minder meetelt bij een lening, het inkomen van de partner dat wordt meegenomen of het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters. Toch zorgen al die regelingen er volgens Vrieselaar vooral voor dat mensen meer te besteden hebben, en zo stijgen de prijzen mee.

Bekijk ook

Twee groepen bedienen

"Door de lage rente kan je voor hetzelfde maandbedrag meer lenen. De leennormen worden versoepeld, waardoor je meer kunt lenen. En ook beleggers begeven zich met spaargeld en leningen op de woningmarkt. Dan zie je dat iedereen een zak geld meer krijgt en daarmee kan overbieden. Maar het aanbod blijft achter en je ziet dat daardoor een enorme onbalans ontstaat, waardoor de huizenprijzen keihard stegen."

Er zijn twee groepen op de markt en daardoor is de situatie verbeteren een lastig probleem, zegt Vrieselaar. "Je wilt starters graag aan een huis helpen, maar je zit ook met de mensen die al wél een huis hebben. Starters hebben er veel baat bij als de huizenprijzen keihard dalen, maar huiseigenaren niet."

Nic Vrieselaar
Bron: EenVandaag
Econoom Nic Vrieselaar

'Starters helpen gaat ten koste van huiseigenaren'

De politiek probeert volgens de econoom al decennia starters te helpen, maar wel op een manier die niet ten koste gaat van de eigenaren. "Als de huizenprijzen stijgen dan heeft de meerderheid van Nederland, namelijk de huiseigenaren, daar best een goed gevoel bij. Op papier zijn zij daarmee namelijk rijker."

Vaak wordt er daarom voor starters naar één oplossing gegrepen: "'Geef ze een zak geld om die hoge huizenprijzen bij te kunnen benen.' Dat werkt misschien wel eventjes, maar dit wordt telkens gedaan en de prijzen blijven zo maar stijgen."

'Je komt niet vooruit'

Vrieselaar geeft als voorbeeld het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters. "Daardoor zagen we begin dit jaar wel dat jongeren meer huizen kochten, maar de afruil is dat de prijzen 6.000 euro per maand zijn gestegen."

Voor de volgende generatie starters wordt een huis kopen daardoor alleen maar moeilijker. "Het is als een hamster in een hamsterwiel: je blijft wel rennen, maar je komt niet vooruit."

Bekijk ook

De vraag temperen

Maar hoe wordt de situatie dan wél opgelost? "In de beleidsdiscussie hoor je heel veel over 'bouwen, bouwen, bouwen' maar dat is niet de oplossing. Je hebt niet van vandaag op morgen honderdduizenden huizen tevoorschijn getoverd. Dus totdat je die huizen bouwt, wil je ook wat doen aan de vraagkant."

De oplossing zit hem juist in het minder geld op de markt brengen, zegt Vrieselaar. "Bijvoorbeeld door strengere eisen te stellen aan beleggers, of de hypotheekrente verder af te bouwen, misschien wel helemaal, omdat we zien dat dat zorgt voor meer geld op de markt en dus meer vraag." De normen om te lenen moeten niet worden versoepeld, maar gelijk blijven. "Daarmee temper je de vraag. Waardoor vraag en aanbod dus sneller in balans komen."