Hoewel er steeds meer bekend wordt over de schadelijkheid van hormoonverstorende stoffen, worden deze toch op grote schaal gebruikt voor het maken van producten waarmee we dagelijks in contact komen. Gezondheidsorganistatie WEMOS, stichting Tegengif en de Plastic Soup Foundation slaan daarom de handen ineen om mensen én politiek bewuster te maken van de gevaren van deze stoffen. Dinsdag presenteren ze een nationaal plan aan de Tweede Kamer.

Annelies den Boer van Stichting Tegengif zet zich al langer in tegen het gebruik van hormoonverstorende stoffen. In 2012 gaf de WHO (World Health Organization) een waarschuwing: ze noemden hormoonverstorende stoffen een mondiale bedreiging voor de gezondheid. "De stoffen kunnen je hormoonsysteem in de war schoppen. Op het moment dat dat gebeurt, loopt je lichamelijke ontwikkeling gevaar", vertelt Den Boer. "Kinderen die zich nog in de baarmoeder bevinden en die worden blootgesteld aan de hormoonverstorende stoffen lopen het meeste risico. Er is een kans dat de hersenen zich niet goed ontwikkelen."

Den Boer legt uit waarom de stoffen worden gebruikt: "Het is nodig om plastic hard te maken: Bisfenol A is een hele bekende. Dat zit bijvoorbeeld op kassabonnetjes en kan op die manier op je huid komen en vervolgens in je lichaam. Het kan ook in je voeding komen omdat het lekt uit verpakkingsmaterialen." Volgens Den Boer zijn er wetenschappers die inmiddels een link leggen tussen blootstelling aan de die stoffen en allerlei ziektes. "Wat we zien is een toename van borstkanker, zaadbalkanker, en een toename in het aantal mensen die onvruchtbaar worden." 

'Regelgeving loopt achter op realiteit'

Als de schadelijke werking bekend is, hoe kan het dan nog in de schappen liggen? Den Boer: "Wat we zien is dat de regelgeving elke keer achterloopt op de realiteit. Langzaam maar zeker worden er steeds meer stoffen verboden door de EU, maar elke keer komen er weer nieuwe weekmakers op de markt." Economische belangen spelen ook mee. "Daarnaast wacht Nederland telkens op Europa, terwijl veel landen om ons heen zeggen: wij gaan zelf maatregelen nemen. Zo loopt bijvoorbeeld Denemarken enorm voorop wat betreft eigen beleid tegen hormoonverstorende stoffen."

Kijk & lees ook:

Verbieden gaat niet zomaar, want er is een alternatief nodig. Daarom wil Den Boer met het Nationale Plan de aandacht voor het onderwerp aanwakkeren. "Wat we willen bereiken is dat het hoger op de agenda komt te staan en dat meer partijen het serieus gaan nemen. Zo kan er ook meer geld komen om onderzoek te doen naar veilige alternatieven."

'Hebben we al dat plastic wel nodig?'

Stichting Tegengif doet samen de VU onderzoek naar hoeveel stoffen een gemiddeld mens in zijn lichaam heeft. Door tien mensen voor een bepaalde periode een armbandje te laten dragen, kunnen ze uiteindelijk in de urine het percentage schadelijke stoffen meten. 

Een van de proefpersonen is Maria Westerbos, directeur van de Plastic Soup Foundation. Sinds ze is begonnen met het dragen van de armband, kan ze alleen nog maar denken aan hoeveel schadelijke stoffen ze binnenkrijgt. "Ik zat vorige week in het vliegtuig naar Letland en besloot een panini te nemen. Een kwartier later kwam de stewardess met de boodschap dat hij een kwartier in de magnetron had gelegen, in ern plastic verpakking. Ik nam drie happen en toen hoefde ik niet meer. We ademen, eten en drinken plastic. Als we er inderdaad zo ziek van worden, dan moet je je toch een keer achter de oren krabben: hebben we dat plastic nog wel nodig dan?" 

Kun je nog wel normaal leven als je de hele dag alleen maar denkt aan hoeveel schadelijke stoffen je binnen krijgt? Maria Westerbos vindt van wel. "Ik heb de grote eer dat ik een klein beetje verschil mag maken in de wereld, en van die gedachte word ik alleen maar vrolijk."