De nieuwe speelfilm over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog moet nog uitkomen, maar de teaser zegt Lauwerens Latuny (94) en Cees Somers (66) genoeg. "Een belediging van Nederlandse militairen."

Het oorlogsdrama De Oost zou aanvankelijk deze maand uitkomen, maar door de coronacrisis is deze première verplaatst naar begin volgend jaar. Toch lopen de gemoederen nu al hoog op bij Indië-veteranen over de manier waarop zij worden afgeschilderd in de film.

'Belediging voor Nederlandse militairen'

In de teaser van de film is een jonge militair te zien die is gehesen in een zwart uniform en door een dorp in Nederlands-Indië loopt waarna een jeep met de beruchte kapitein Raymond Westerling het beeld inrijdt. "Wij droegen geen zwarte kleren", roept KNIL-veteraan Lauwerens Latuny (94). "Dit is politiek."

Ook Cees Somers (66) is niet blij met de beelden: "Ik zie het Korps Mariniers in Waffen SS-achtige uniformen, een Westerling-achtige verschijning met een Hitlersnorretje en de filmtitel in een soort runenschrift. Dit is geen dichterlijke vrijheid meer, maar ronduit een belediging van Nederlandse militairen."

Diepe sporen

De periode waarin de film zich afspeelt heeft diepe sporen getrokken in het leven van de twee mannen. De vader van Lauwerens Latuny werd vermoord door de Japanse bezetter toen zijn huis op de Molukken werd doorzocht.

"Die Japanner opende de kast, daar zat een Nederlandse vlag in. Toen werd die Japanner boos en heeft hij mijn vader geslagen met hout, op z'n rug, overal." Latuny neemt op zijn 21ste dienst in het KNIL, het Koninklijk Nederlands Indisch Leger. Hij moet het gezag herstellen tegenover een gemotiveerde vijand. En die vijand kon overal zitten. "Je liep met een paar meter zicht op patrouille met een continue aanwezige angst. En je zag niks", vertelt meneer Latuny.

Rechts op de foto de vader van Cees Sommers
Bron: EenVandaag
Rechts op de foto de vader van Cees Somers

'Pas op zijn sterfbed vertelde hij over de massagraven'

De vader van Cees Somers meldt zich in 1944 als oorlogsvrijwilliger, vecht eerst tegen de Duitsers en gaat daarna voor het regiment Jagers naar Nederlands-Indië. Spreken over dat wat hij daar meemaakt deed zijn vader nauwelijks. "Pas op zijn sterfbed vertelde hij over massagraven die zijn regiment moest openen met daarin de verminkte lichamen van vrouwen en kinderen uit de Bersiap-periode."

Het is de tijd vlak na de Japanse capitulatie waarin de Britten kort formeel gezag hebben, maar opstandelingen tienduizenden slachtoffers maken onder Nederlanders in Nederlands-Indië, en zij die met hen samenwerkten.

'Ophef iets voorbarig'

Dat de film nu al voor ophef zorgt onder veteranen, verbaast producent Sander Verdonk van New Amsterdam Film Company. Hij vindt de verontwaardig iets voorbarig.

"De teaser duurt nog geen minuut, terwijl de film 2,5 duurt en nog helemaal niet te zien is in de bioscoop", zegt hij. Toch trekken Latuny en Somers op basis van de teaser al conclusies.

Structureel extreem geweld

De tijd waarin de film De Oost zich afspeelt is een periode die anno 2020 onder een vergrootglas ligt. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) leidt op dit moment een grootschalig onderzoek naar het gebruik van extreem geweld tijdens de dekolonisatieoorlog.

De aanleiding van dit onderzoek is het proefschrift van historicus Remy Limpach over extreem geweld in Nederlands-Indië. In zijn boek De brandende kampongs van generaal Spoor uit 2016 concludeerde hij dat Nederland zich wel degelijk schuldig heeft gemaakt aan structureel extreem geweld in Indonesië. Het zorgde voor een schok onder KNIL-militairen.

Uiterst gevoelig onderzoek naar dekolonisatieoorlog

Cees Somers, die zelf oud-militair is en conservator van een militair museum, maakt zich zorgen over de manier waarop KNIL-militairen worden neergezet. Hij is bang dat film en het lopende onderzoek van het NIOD ertoe gaan leiden dat zijn vader wordt afgeschilderd als een oorlogsmisdadiger.

"Je zou kunnen zeggen dat hier onderzoek plaatsvindt met een politieke agenda: anti-koloniaal, anti-militair, anti-oorlogsvrijwilliger." Het is een boude stelling over een onderzoek waarvan het eindresultaat in pas november 2021 wordt verwacht. "Bijna wekelijks zijn er wetenschappers die aan dit onderzoek meewerken in de media te vinden waar ze beledigende uitspraken over Nederlandse militairen doen."

'Racisme diep verankerd in de koloniale samenleving'

Als voorbeeld noemt Somers een interview van Remy Limpach in NRC begin, waar de historcus stelt dat het bet buitensporig geweld dat gebruikt zou zijn tegen Indonesiërs tijdens de dekolonisatieoorlog te maken heeft met racisme dat in het DNA van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zat.

NIOD-directeur Frank van Vree leidt het onderzoek en is gewend aan kritiek op het uiterst gevoelige onderzoek naar de dekolonisatieoorlog. In zijn werkkamer aan de Amsterdamse Herengracht duidt hij de uitspraken van Limpach. "Limpach bedoelde niet letterlijk dat iedere KNIL-er racistisch was, maar dat racisme diep verankerd zat in die koloniale samenleving."

NIOD-directeur Frank van Vree leidt het onderzoek naar extreem geweld in Nederlands-Indië.

Molukkers willen meer waardering voor trouwe dienst

In augustus deed EenVandaag een groot onderzoek ter gelegenheid van de jaarlijkse Indiëherdenking. Hieraan deden 300 Molukse Nederlanders mee. Zij hebben vaak een vader of een grootvader die gediend heeft in het KNIL (Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger).

Velen voelen zich in de steek gelaten door Nederland, het land waarvoor de Molukse militairen hebben gevochten. In het onderzoek vertellen ze waarom. Ze zouden graag meer waardering zien voor hun trouwe dienst in de koloniale tijd en voor hun strijd tegen de Japanners.

Wel excuses, maar geen erkenning

De grootste groep Molukse deelnemers (63 procent) vindt het op zich wel goed dat de koning in maart zijn excuses heeft aangeboden voor 'geweldsontsporingen van Nederlandse zijde' tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.

Een op de vijf (21 procent) vindt dit een slechte zaak. De Molukse soldaten volgden gewoon Nederlandse bevelen op, zeggen zij. "Het is een klap in mijn gezicht, ik werd ook maar gestuurd om te vechten", aldus een Molukse oud-KNIL-militair. Veel ondervraagden vinden het oneerlijk dat er nu zoveel nadruk ligt op het geweld van KNIL-militairen, want volgens hen hebben die zelf ook veel geleden. In hun ogen is er te weinig aandacht voor het Indonesische geweld aan de andere kant.

Lees ook

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.