De keuze van burgemeester Femke Halsema om niet te handhaven tijdens de antiracisme demonstratie in Amsterdam, kwam haar op forse kritiek te staan. Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans benoemt een mogelijke, uiterste consequentie.

Sinds 1 juni geldt een aangepaste noodverordening. Samenkomsten binnen met meer dan dertig personen zijn in de meeste gevallen nog verboden. Buiten geldt geen maximum meer. Er mag dus gedemonstreerd worden in coronatijd, mits de anderhalve meter afstand gewaarborgd kan worden.

Beroep op het demonstratierecht

En juist deze anderhalve meter werd niet gehandhaafd in Amsterdam. De burgemeester zei niet te willen riskeren dat er geweld gebruikt moest worden. "Je hebt die noodverordening wel en je leeft deze na of je hebt het niet. Daar zit geen grijs gebied tussen", zegt Voermans daarover. Halsema liet niettemin de demonstratie doorgaan en beriep zich op het demonstratierecht.

Voermans is kritisch. "Het is geen absoluut recht, het kan worden beperkt. Je kan ook niet in het kader van een demonstratie op de A4 gaan staan. Dan hebben we verkeersregels die zeggen, je kunt hier niet demonstreren. Dat is wat deze noodverordening eigenlijk ook zegt. We hebben een pandemie en in het kader van de volksgezondheid moeten we het demonstratierecht beperken."

'Lokale demonstratie groot goed'

Voermans geeft aan dat Halsema in het uiterste geval als voorzitter van de veiligheidsregio ontslagen kan worden. "Als een voorzitter in zo'n kwetsbare situatie met noodverordeningen niet doet wat opgedragen wordt, dan kan deze ingewisseld worden. In het allerergste geval kan je de voorzitter van de veiligheidsregio ontslaan."

Joost Vullings schat de kans dat dit daadwerkelijk gaat gebeuren niet hoog in. "Dat is minister Grapperhaus niet van plan. Hij zegt dat lokale democratie een groot goed is in Nederland. Ik ben niet haar baas, de Amsterdamse gemeenteraad gaat daarover. Daar moet Halsema uitleggen waarom ze zo gehandeld heeft."

Lees ook

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.