In mei van dit jaar wordt er begonnen aan de bouw van twee protonenklinieken, oftewel centra voor kankerpatiënten in Groningen en Delft. Niet iedereen is daar blij mee. Zorgverzekeraars Nederland zegt dat het buiten kijf staat dat de beschikbaarheid van protonentherapie voor Nederland wenselijk is maar over de hoeveelheid klinieken is nogal wat discussie.

Protonentherapie is een vorm van radiotherapie die in bepaalde gevallen een belangrijke meerwaarde kan hebben ten opzichte van reguliere bestraling, doordat het minder schade aan omringend (gezond) weefsel veroorzaakt. Het geeft daardoor minder complicaties. De therapie is geschikt voor complexe tumoren die vaak op lastige plekken zitten zoals hoofd, hals en borst.

Vergunning voor vier centra

In totaal heeft minister Schippers een vergunning verleend aan vier centra. Dit op basis van cijfers van de gezondheidsraad, zij schatte in 2009 het totaal aantal patiënten dat voor protonenbestraling in aanmerking komt op 7000. De zorgverzekeraars spreken dit tegen en zeggen dat het aantal fors lager is.

Nu is het zo als patiënten in aanmerking komen voor protonentherapie, ze in het buitenland behandeld kunnen worden. Dit wordt vergoed door de zorgverzekeraar, maar er zitten wel een aantal knelpunten aan. De discussie is nu of er niet aan te veel centra een vergunning is verleend. Zijn er in Nederland echt zoveel klinieken nodig of is één kliniek voldoende voor het aantal Nederlandse patiënten?

In EenVandaag een gesprek met Ben Crul, medisch adviseur van Achmea en Hans Langendijk hoofdradiotherapie van het UMCG. Zijn ziekenhuis begint dit jaar nog met de bouw van een protonenkliniek. Ook spreken we met Miranda Kwaijtaal, zij is in het buitenland behandeld met protonen. Hoe heeft zij dit ervaren?