De vrijwilligers van de stichting Electrische Museumtramlijn Amsterdam zijn bang voor het bestaan van hun trams: “Gemeente toon empathie en laat de historische tramlijn voor de stad niet verloren gaan!”

De gemeente Amsterdam wil op het Havenstraatterrein, de remise waar de historische trams nu staan, 500 woningen , een school en horeca gaan bouwen. De bestaande loodsen moeten gesloopt worden. Er is eind april een bestemmingsplan aangenomen waarin de stichting niet is opgenomen.

Volgens Hans de Meij, een van de oprichters van de Stichting, heerst er in Amsterdam een bouwwoede. "Alles wat hier staat, moet weg. De trams en loodsen moeten wijken voor woningen. De gemeente toont op geen enkele wijze empathie voor hun historisch erfgoed.” 

De woordvoerder van stadsdeel Zuid, Jeff van den Berg, geeft aan al jaren in overleg te zijn met de vrijwilligers. Er is aanvankelijk wel een locatie voor hen in het plan opgenomen. “We stelden wel als voorwaarde dat er een solide meerjarig businessplan zou zijn. Er is zelfs een financieel onafhankelijk adviseur aangeboden om zo’n plan op te stellen. Maar helaas, we hebben tot twee keer toe moeten afwijzen. We houden nog een achterdeur open . Als ze alsnog met een goed plan komen dan worden ze weer opgenomen in het bestemmingsplan. Het is volledig in het belang van de gemeente dat de trams bewaard blijven als cultureel erfgoed.”

Waarom draagt de gemeente niet bij aan het behoud van haar historisch erfgoed?

Hans de Meij geeft aan dat het onmogelijk is een deugdelijk, financieel haalbaar plan op te stellen. Het is volgens hem volstrekt onduidelijk hoeveel huur in de nieuwe situatie moet worden opgebracht. “We worden als multinational aangesproken. Terwijl we al 43 jaar met een stel vrijwilligers de oude trams voor de stad bewaren en ritjes maken. We draaien op de ritinkomsten en giften. Dat is niet voldoende om die nieuwe huur te betalen. Waarom draagt de gemeente niet bij aan het behoud van haar historisch erfgoed?"

Op eigen benen staat

Stephanie van Oostrum van het Gemeentelijk Vervoers Bedrijf Amsterdam is ook heel blij met het initiatief van de vrijwilligers. De verstandhouding met de Stichting is heel goed is, maar ze hebben zelf geen remises over.  “Wij helpen onbezoldigd daar waar mogelijk omdat wij de stichting een warm hart toedragen. Maar wij hebben geen extra reservecapaciteit zoals in Rotterdam of Den Haag. Ons netwerk en onze werkplaats zijn druk bezet. Wij zitten er als derde partij tussen. Het gaat tussen de gemeente en de stichting. De gemeente geeft niet zoals in Den Haag en Rotterdam subsidie."

De trammusea in Rotterdam en Den Haag kampen met vergelijkbare problemen. Ze hebben ook goede banden met het vervoersbedrijf in hun stad. Zo mogen ze gebruik maken van de rails voor hun ritten. Maar sinds kort moeten de vrijwilligers hier ook hun eigen huur betalen.

Jan Melle van Thuijl , voorzitter van HOVM (Haags Openbaar Vervoer Museum) stelt dat tot 2008 het Haags Openbaar Vervoerbedrijf HTM het trammuseum ondersteunde. Maar daarna moesten ze op eigen benen staan. En zelf de huur betalen. Wel heeft de gemeente een Europese subsidie aangevraagd om in het gebouw een horecagelegenheid mogelijk te maken.  

“We zijn  geprofessionaliseerd. Er is sinds kort een nieuw bureau ingeschakeld die veel ervaring heeft om commerciële activiteiten binnen te halen. Zoals verhuur van de remise voor vergaderingen en feesten. Ook rijden we met de historische trams. Maar het is niet gemakkelijk om het financieel te redden.” 

De vrijwilligers in Amsterdam zijn een petitie gestart. Ze zijn niet van plan vrijwillig op te stappen. “Dan moet de gemeente naar de rechter stappen voor een ontruimingsbevoegdheid. We gaan hier voor de deur liggen als ze komen.”