Dijkgraven, boeren en regenliefhebbers keken tijdens de enorme zomerdroogte vol verlangen uit naar een flinke plensbui. Maar áls die stortregen dan komt, zit je natuurlijk net zonder regenjas op de fiets. Conclusie: regen komt eigenlijk nooit op het juiste moment. Het manipuleren van wolken wordt dan ook een steeds serieuzere optie.

Geo-engineering, het manipuleren van wolken door er met chemicaliën op te schieten, gebeurt al op kleine schaal. Professor Herman Russchenberg is atmosfeeronderzoeker en directeur van het Klimaatinstituut van de TU Delft. Hij bevestigt dat de technieken van wolkenmanipulatie ruimschoots voorhanden zijn, maar dat er nog maar weinig kennis is over de effectiviteit hiervan. Russchenberg: "Er wordt nog maar weinig geëxperimenteerd met geo-engineering. Daarom is het vaak onduidelijk of er nu daadwerkelijk sprake is geweest van wolkenmanipulatie of dat een bui uit zichzelf is opgelost."

Wolken witter maken

Door klimaatverandering zien we ook in Nederland steeds extremere weertypes. Volgens Russchenberg kan wolkenmanipulatie hier geen einde aan maken. Wel kan een bepaalde toepassing helpen om tegenwicht te bieden aan de opwarming van de aarde. Dat kan door wolken witter te maken. Momenteel hangt er een broeikaslaag in de atmosfeer die zorgt voor opwarming van de aarde. Daarboven vormen grote wolkenvelden vanuit de oceanen een extra laag. Door grote hoeveelheden zeezout de lucht in te blazen kunnen de wolken witter gemaakt worden. Wittere wolken zouden er voor moeten zorgen dat er meer zonnewarmte wordt tegengehouden.

Angst voor chemicaliën niet nodig

Geo-engineering is dus een chemisch proces. Naast zout, kan ook zilverjoide of koolzuursneeuw gebruikt worden. Toch is Russchenberg niet bang dat dit grote gevaren voor mens en milieu met zich meebrengt: "Uiteindelijk is de totale ontwikkeling van het weer een chemisch proces." Ook benadrukt hij dat doorgaans bij geo-engineering slechts zeer kleine hoeveelheden chemicaliën worden gebruikt. Angst voor chemische verontreiniging is dan ook, wat Russchenberg betreft, in principe niet nodig.

Daarnaast vindt Russchenberg dat we niet te bang moeten zijn voor het veranderen van de luchtstromen. Wat hem betreft is het vergelijkbaar met het leggen van snelwegen en boren van grondstoffen. "De atmosfeer is gemiddeld slechts duizend kilometer dik, dat is niet veel in vergelijking met de straal van de aarde, 6370 kilometer". Wel moet er wat hem betreft meer onderzoek moet komen naar de lange termijneffecten van geo-engineering.