Waar opiniepeilers zich zorgen over maken, zeker dit jaar als Barack Obama de Democratische kandidaat wordt: hoe betrouwbaar zullen peilingen zijn als er aan de verkiezingen een gekleurde kandidaat meedoet? Dat is het zogenaamde "Bradley Effect", genoemd naar Tom Bradley, een zwarte gouverneurskandidaat voor California in 1982.

In die race bleek Bradley het in de peilingen veel beter te hebben gedaan dan bij de uiteindelijke verkiezingen. Veel blanke kiezers die in de peilingen hadden gezegd op Bradley te zullen stemmen, deden dat uiteindelijk niet, waardoor de opiniepeilers concludeerden dat kiezers in peilingen vaker een politiek-correct antwoord gaven. Oftewel, een blanke kiezer koos in een peiling vaker voor een gekleurde kandidaat om niet de verdenking op zich te laden dat zijn keus op ras is gebaseerd. Bij peilingen wordt vaak om een rijtje persoonlijke gegevens (geslacht, postcode, afkomst) gevraagd zodat er meer uit de peiling is te halen dan alleen het stemgedrag.

Het Bradley-effect zal, als Barack Obama de Democratische kandidaat wordt, weer een actueel punt van discussie zijn. De voorverkiezingen in New Hampshire zouden al een voorbeeld van het Bradley-effect zijn, want daar stond vlak voor de voorverkiezingsdag in de peilingen Obama voor en won Hillary Clinton die voorverkiezingen, volgens sommigen overigens omdat ze vlak voor de voorverkiezingen op te gehuild zou hebben. Het Bradley-effect zou een waarschijnlijker verklaring zijn. In Rhode Island was het verschil tussen Clinton en Obama veel groter dan de peilingen van tevoren aangaven: 18 procent verschil, terwijl het verschil in de peilingen gemiddeld 9,7 procent was.

Er wordt dit jaar ook gesproken van een omgekeerd Bradley-effect: in staten met veel zwarte kiezers won Obama veel ruimer dan in de peilingen naar voren was gekomen. In North en South Carolina stond Obama in de peilingen voor met 9 procent en won hij met 28 procent verschil. Daar zouden dus zwarte kiezers in de peilingen gezegd hebben dat ze op Clinton zouden stemmen, maar stemden uiteindelijk toch op Obama.

Maar er is dus nog steeds discussie in peilingkringen of het Bradley-effect een echte reden is voor de afwijkingen in de peilingen en zo ja of het dan wel een significante reden is. Een fijn argument is de falsificatie: er zijn biraciale verkiezingen geweest waar het effect niet optrad, bijvoorbeeld in 2006 de Senaatsrace in Tennessee tussen Democraat Harold Ford en Republikein Bob Corker. Daar leek de blanke Corker op een ruime overwinning af te stevenen, maar de uitslag was maar op het randje in het voordeel van Corker.

Maar toch goed om rekening mee te houden bij de verkiezingen in november. Mocht de uitslag op 4 november weer heel anders zijn dan de peilingen, dan hebben alle deskundigen een fijn excuus. Ik zal ook niet nalaten om er opportunistisch op terug te grijpen.

Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag aan zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com