Voor het eerst is er onder zorgaanbieders gemeten hoeveel tijd op gaat aan administratie. En dat is maar liefst 40 procent van de tijd. Als u zich afvraagt waarom de arts u nooit aankijkt en alleen naar zijn scherm tuurt? Hierom dus.

Vandaag worden de cijfers gepresenteerd in Utrecht. Waar alle belangrijke partijen, van zorgverzekeraars tot wijkverpleegkundigen, elkaar treffen in de eerste ‘Schrapconferentie’. Om gezamenlijk letterlijk een eerste slag te slaan in het schrappen van overbodige regelgeving. Minister Bruno Bruins van medische zorg opent de conferentie. Hij komt hiermee de opgenomen belofte in het regeerakkoord na: “Met zorgaanbieders, zorgverleners, verzekeraars en toezichthouders zetten we met schrapsessies fors in op minder bureaucratie en minder regels.”

Steeds meer administratiedruk

Zorgverleners in Nederland ervaren steeds meer administratiedruk, veroorzaakt door politieke keuzes, wetgeving, zorgverzekeraars, protocollen en normen van de eigen beroepsverenigingen en toezichthouders. Ze houden daardoor steeds minder tijd over voor waar het in de zorg daadwerkelijk om draait: de patiënt. 

Frustratie

Gevolg is veel frustratie onder zorgverleners. Zo zijn bijvoorbeeld ICT-systemen ingewikkeld en niet op elkaar aangesloten waardoor veel dingen dubbel moeten worden ingevoerd. Steven Giesbers is in opleiding tot gynaecoloog in het Radboudumc: “Als ik een echo maak dan worden wel de beelden opgeslagen, maar de metingen moet ik uitprinten. Vervolgens haal ik die op bij de printer en moet ik ze zelf handmatig invoeren in een ander systeem. We grappen weleens: waar worden we nu voor opgeleid? Voor patientenzorg of voor het klikken op de computer?” 

Huisarts Toosje Valkenburg is vanaf het eerste uur betrokken bij het afschaffen van onnodige regels. Met enkele andere huisartsen ontstond in 2015 de beweging Het Roer Moet Om (HRMO). Inmiddels is de beweging uitgegroeid tot een zorgbrede beweging, omdat “het schrappen van regels alleen zinvol is in samenhang en samenwerking met alle beroepsgroepen.” Samen met de VvAA, een ledenorganisatie van 120.000 zorgprofessionals, is de beweging (Ont)Regel de Zorg opgezet en is nu voor het eerst onderzocht met hoeveel administratie mensen in de zorg nou echt te maken hebben? 

Van de zes groepen in de zorg die zijn onderzocht, blijkt dat gemiddeld 39,15 procent van de tijd op gaat aan administratie. Met stip op nummer 1 staan de wijkverpleegkundigen. Met 48,8 procent besteden ze  er bijna de helft van hun tijd aan. Fysiotherapeuten zijn een kwart van hun tijd kwijt aan administratie. Michiel Boerendonk, fysiotherapeut en praktijkeigenaar in Amersfoort, ziet de frustratie oplopen bij zijn collega’s. “Als ik vraag wat ze graag anders willen, zeggen ze allemaal: minder administratie. Het is toch niet te doen als een patient met acute klachten binnenkomt en je zit eerst je administratie bij te werken. Die patient vraagt  zich af: mijnheer, gaat u nog wat doen?”

Dat bijna de helft van de tijd opgaat aan administratieve rompslomp verbaast ook Steven Giesbers niets. “Het laat zien dat het probleem echt wel speelt. Niet alleen ik ervaar dit, dit is een breed gedragen iets. En het gaat allemaal van onze tijd af. Dus van mijn 15 minuten consult waar ik graag nog iets wil toelichten of uitleggen, moet ik nu een extra handeling doen om bijvoorbeeld een afspraak in te plannen in het systeem. Ik zie om me heen dat mensen hierop leeglopen. Heel onzinnig en dubbel werk doen zonder dat je weet waarvoor je het doet en met een gigantische tijdsdruk.” 

Oplossing

Toosje Valkenburg: “Niemand staat op met het idee om vandaag eens een regel te bedenken waar iedereen last van heeft. Het is een opeenstapeling van dingen. Er wordt met een regel een begin gemaakt, maar nergens is een einde.Op een gegeven moment moet je erkennen dat het ergens goed voor is geweest, maar dat het klaar is.” Volgens de huisarts wil vriend en vijand af van de hoeveelheid bureaucratie. Op de Schrapconferentie is dan ook de ‘trechter’ gepresenteerd. Een soort meetlat waaraan iedere opgelegde beleidsregel wordt getoetst met als doel: meer tijd voor de patient en goede zorg.