Kinderen spelen nauwelijks nog buiten. Dat blijkt uit onderzoek van Kantal Public in opdracht van stichting Jantje Beton. Het aantal kinderen dat iedere dag buiten speelt is gedaald van 20 procent naar 14 procent. Zorgelijk, vindt hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder.

Ongeveer 30 procent van de kinderen speelt nooit of maar één keer per week buiten. Vijf jaar geleden was dat nog 20 procent. Jantje Beton wil dat kinderen minstens een uur per dag buiten spelen. Scherder is het daar helemaal mee eens. "Buiten spelen is ontzettend belangrijk. Er is in het verleden onderzoek gedaan naar de relatie tussen buiten spelen en de ontwikkeling van het kind. Hieruit blijkt dat kinderen zich door buiten te spelen sociaal en emotioneel sterker ontwikkelen. Zo moeten kinderen bijvoorbeeld ruzies die ontstaan bij het spelen weer bijleggen. Juist de ontwikkeling van het invoelend vermogen is heel belangrijk voor kinderen."

Buiten spelen is een ideale vorm van een verrijkte omgeving

Erik Scherder, hoogleraar neuropsychologie

"Een verrijkte omgeving betekent veel bewegen, moeite doen en weerstanden overwinnen. Elke zenuwcel in onze hersenen wil net even op een andere manier worden aangestuurd. En dat is buiten spelen bij uitstek. Daarnaast heeft het ook nog eens een fijne bijkomstigheid: namelijk het verbranden van vet en de algehele gezondheid van het kind gaat erop vooruit."

Maar hoe zit het met de concentratie van kinderen op school? Ook daar heeft buiten spelen volgens Scherder een positief effect. "Er zijn verschillende onderzoeken gedaan en hieruit blijkt dat wanneer het kind in de pauze flink speelt, de concentratie in de les stukken hoger ligt. Spelen moet tijdens school, maar ook na schooltijd. Dat is de verantwoordelijkheid van de school en ouders. Dan zie je dat kinderen, als het gaat om de cognitieve prestaties, het veel beter doen."