Hulpvragen die worden genegeerd, aangiftes die niet worden geloofd en daders die niet worden vervolgd. De aanpak van mensenhandel en de zorg voor slachtoffers kan én moet veel beter, zeggen ervaringsdeskundigen.

Daarom beginnen twaalf mannen en vrouwen die ooit zelf slachtoffer waren van seksuele uitbuiting een nieuw platform: stichting H.O.P.E. Met hun ervaringen willen zij zich inzetten voor de strijd tegen kinder- en mensenhandel. En dat is hard nodig, want volgens schattingen krijgen jaarlijks 1300 meisjes te maken met seksuele uitbuiting.

'Alle jongeren kwetsbaar voor seksuele uitbuiting'

"Het is code rood. Door de komst van social media is het alleen maar makkelijker geworden voor handelaren. Met één druk op de knop weten ze alles over je. En als je jong bent, ben je nog zoekende. Wie vindt mij leuk? Waar sta ik voor? Dat maakt alle jongeren kwetsbaar voor seksuele uitbuiting", vertelt Lisa, die het meemaakte.

Op haar 15de werd zij door een loverboy de prostitutie in gedwongen. Werkte ze niet mee dan zou haar zusje of moeder iets worden aangedaan. Zelf werd Lisa bedreigd met messen, werd haar huis gebruikt als drugspand en was ze slachtoffer van groepsverkrachtingen.

Lees ook

Vernederd om naar politie stappen

Nu, jaren later, wil ze niet meer worden neergezet als slachtoffer, maar als ervaringsdeskundige. Met haar ervaringen wil ze nieuwe slachtoffers helpen, want de zorg voor hen verloopt volgens Lisa veel te stroperig: "Het is zo belangrijk dat slachtoffers direct hulp krijgen in plaats van weken moeten wachten, want binnen die weken kunnen er ontzettend veel heftige dingen gebeuren."

Dat maakte zij zelf ook mee: "Ik werd vernederd en gestraft nadat ik bij de politie was geweest. Zo proberen de daders de angst bij je te voeden. Het is daarom cruciaal dat de politie of hulpverleners meteen op een hulpsignaal inspelen en niet vast hoeven te zitten aan wetten en protocollen. Het gevaar is dat slachtoffers in die weken weer uit beeld raken."

Kijk hier de tv-reportage.

Gestalkt, geslagen en bedreigd

Daar is ook Kelly het mee eens. Nadat zij op haar 18de samen was gaan wonen met haar vriendje begon hij haar te mishandelen en dwong hij haar de prostitutie in. Ze raakte van hem in verwachting en 9 maanden later - na de geboorte van haar dochter - besloot ze hulp te zoeken.

Ze belde organisatie Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld, om te vertellen over haar situatie. "Ze beloofden een 'Blijf-van-mijn-lijfhuis' voor me te zoeken, maar 2 weken later was er nog niks gebeurd. Ondertussen word je gestalkt, geslagen en bedreigd, terwijl ik een baby van 6 weken had."

Schaamte

Pas een half jaar later durfde ze weer hulp te zoeken. Maar door haar slechte ervaring met Veilig Thuis vertelde ze de hulpverleners alleen dat ze mishandeld werd door haar vriend. Dat ze gedwongen in de prostitutie zat, verzweeg ze.

"Ik schaamde me en was bang dat mensen me vies of achterlijk zouden vinden, of dat ze zouden denken dat ik het uit vrije wil had gedaan." Maar na veel gesprekken met hulpverleners kwam het zelfvertrouwen van Kelly terug. Na 2 jaar durfde ze eindelijk te vertellen over het gedwongen sekswerk.

Focus op opsporing

Ook stapte ze naar de politie om aangifte te doen, maar daar kreeg Kelly al snel spijt van: "Ik ben tientallen keren ondervraagd. Ik heb vier of vijf rechercheurs gezien. Ze zeiden me te geloven, maar dat gevoel gaven ze me niet. Ze waren continu aan het checken of ik niet loog."

De politie begrijpt dat slachtoffers het aangifteproces als zwaar ervaren: "Er moeten gedetailleerde vragen worden gesteld om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van mensenhandel. Bepaalde vragen over misbruik kunnen als onprettig worden ervaren. Vanuit de politie zijn we gefocust op opsporing en niet op hulpverlening."

Voorlichting

Volgens Kelly en Lisa ontbreekt het bij veel hulpverleners aan kennis over kinder- en mensenhandel. In samenwerking met het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) en Defence for Children wil platform H.O.P.E. daarom voorlichting geven bij politie, het Openbaar Ministerie, behandelcentra en andere hulpinstellingen.

Ook gaan ze zich inzetten voor snellere, veiligere en effectievere zorg en het wegnemen van privacy-barrières tussen opsporing en de zorg. Volgens Kelly is actie hard nodig: "Ik lig 's nachts wakker omdat er zoveel honderden, misschien wel duizenden slachtoffers zijn die hulp nodig hebben die het niet krijgen, niet durven te vragen of die de juiste ingangen niet hebben. Dat moet veranderen."