Het moet de trekpleister worden voor natuurliefhebbers: de Marker Wadden. Op een nieuw aangelegde eilandengroep in het Markermeer moeten natuur en toerisme hand in hand gaan. Vier jaar lang is er gespoten met zand, slib en klei uit het Markermeer. Het eerste eiland van de Marker Wadden opent dit weekend officieel voor publiek.

De eilandengroep moet uiteindelijk een oppervlakte krijgen van ongeveer tienduizend hectare, boven en onder water, verdeeld voor vijf eilanden. Het is daarmee een van de grootste natuurherstelprojecten van West-Europa. 

De aanleg van de Marker Wadden moeten ervoor zorgen dat de natuur in en rond het meer weer tot leven komt. De voedselketen van algen, plankton, kleine waterdieren, vissen en vogels werd bedreigd door een dikke sliblaag op de bodem van het meer. Deze sliblaag wordt nu losgeschraap en gebruikt voor de eilandjes. Het wordt een paradijs voor vissen en vogels, denkt Natuurmonumenten.

Toeristische hotspot

Maar het nieuwe gebied wordt ook een hotspot voor toeristen. Men verwacht dat het gebied jaarlijks tussen de 50 en 100 duizend bezoekers zal trekken. Er komt een informatiecentrum met horeca, een 10 kilometer lang wandelpad, kijkhutten en een haventje waar dertig boten kunnen aanmeren. Ook kun je er kamperen. In het gebied zal dag- en nacht toezicht worden gehouden door vrijwilligers. 

De Marker Wadden worden goed bereikbaar. Er zal een veerdienstregeling komen vanaf Lelystad - waarvoor je wel van te voren kaarten moet bestellen. Recreatie en natuur zorgen altijd voor een spanningsveld, zegt André Donker van Natuurmonumenten in het AD. “Maar de Marker Wadden hebben ook een publieke functie.” Het gebied is onder andere met geld van leden van Natuurmonumenten, de postcodeloterij en het rijk gemaakt. “We willen hen wat teruggeven en laten zien dat hun geld goed is besteed.”