Mensen keren zich tegen de laadpaal: "Die laadpaal komt er alleen voor die ene buurman met zijn dure, elektrische leasebak. Waarvoor zou ik daar plaats voor maken?"

Bijna een half jaar wacht Matthijs Nieuwenhuis er al op: een laadpaal voor zijn elektrische auto. Toen de Zwollenaar deze in augustus bij zijn gemeente aanvroeg, dacht hij dat het binnen de kortste keren geregeld zou zijn. Niets bleek minder waar. Zeven buurtbewoners tekenden bezwaar aan tegen de plek waar de laadpaal moest komen.

'Geen mooi gezicht'

De grieven waren divers, zag Nieuwenhuis toen hij de bezwaren onder ogen kreeg. "Eén buurman was bang dat het ten koste zou gaan van de parkeerruimte in de straat. De ander vroeg zich af waarom die laadpaal dan niet bij mij als aanvrager voor de deur kwam. En weer een ander vond het geen mooi gezicht."

Het kiezen van een plek voor een laadpaal leidt vrijwel altijd tot afkeurende reacties, is de ervaring in Zwolle. De afgelopen paar jaar werden er 35 nieuwe palen geplaatst en bijna overal stuitte het op verzet. Maar de gemeente heeft geleerd van eerdere ervaringen.

Tien laadpalen, twintig bezwaren

"Voorheen namen we voor iedere plaatsing van een laadpaal een formeel verkeersbesluit, inclusief publicatie in de Staatscourant", zegt wethouder William Dogger. "Dan voelen mensen zich ook overvallen. Nu proberen we vanaf het begin al inspraak te organiseren en inwoners te betrekken. Want alleen zo krijg je draagvlak."

Op andere plekken is er ook weerstand tegen de laadpalen. Zo ontving Almere vorig jaar vijftien tot twintig bezwaren voor tien locaties. De gemeente Utrecht zegt bij één op de tien plaatsingen reacties te ontvangen van buurtbewoners die de gekozen plek niet zien zitten. Toch zijn er ook gemeenten waar het laadpaalprotest beduidend minder is. Neem Amsterdam: daar leidde de plaatsing van 171 laadpalen vorig jaar tot welgeteld drie bezwaren.

Matthijs Nieuwenhuis vroeg een laadpaal aan bij de gemeente Zwolle, maar wacht door bezwaren van buurtbewoners al maanden op plaatsing

info

Naar 1,8 miljoen laadpunten in 2030

Het aantal publieke en semi-publieke laadpunten in Nederland nam in 8 jaar tijd toe van 400 in 2010 naar bijna 36.000 nu. Maar dat is nog kinderspel bij de enorme groei die ons de komende jaren te wachten staat. Het kabinet wil namelijk dat in 2030 alleen nog maar emissieloze auto's worden verkocht. Aanschafsubsidies en fiscale voordelen moeten consumenten verleiden tot een overstap van een benzine- of dieselwagen naar een stekkerauto.

In 2030 moeten er zo'n 2 miljoen elektrische auto's rondrijden. Om die allemaal van stroom te kunnen voorzien zijn er over twaalf jaar 1,8 miljoen laadpunten nodig. Veelal op straat of openbare parkeerterreinen, want zeventig procent van de autobezitters heeft geen eigen oprit. Gemeenten zeggen bij het kiezen van een geschikte plek rekening te houden met een aantal factoren. Zo mag een laadpaal niet pal voor iemands deur worden gezet en bij voorkeur op een straathoek. Ook wordt er gekeken naar de aanwezigheid van elektriciteitskabels, boomwortels en naar de stoepbreedte.

'Wennen aan de laadpaal in het straatbeeld'

Laadplekken gaan ten koste van parkeerplaatsen. Ze komen altijd bij een ander voor de deur. En waarom zijn die laadpalen überhaupt nodig als nog niemand in de straat elektrisch rijdt? Directeur Roland Ferwerda van het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur kan de bezwaren van buurtbewoners dromen. Maar volgens hem hoort dat nu eenmaal bij nieuwe ontwikkelingen. "Mensen moeten wennen aan een laadpaal in het straatbeeld. Misschien is de overgang van geen naar één laadpaal wel groter dan van één naar tien." Dat mensen moeten wennen blijkt ook uit het onderzoek van Radar naar laadpalen. Bijna 40 procent van de mensen ergert zich aan laadpalen, vooral omdat ze ten koste gaan van gewone parkeerplekken.

Gemeenten moeten het belang van openbare laadpunten ook beter verkopen, vindt Mark Verbeet. Hij adviseert gemeentebestuurders over het plaatsen van laadpalen. "Veel gemeenten opereren reactief: iemand doet een aanvraag voor een laadpaal in de buurt en dan gaat de gemeente op zoek naar een plek. Dán gaan mensen zich er dus tegen keren. Het gevoel is: die laadpaal komt er alleen voor die ene buurman met zijn dure, elektrische leasebak. Waarvoor zou ik daar plaats voor maken?"

Laadpalen
Bron: EenVandaag
In deze steden staan de meeste laadpalen voor de elektrische auto.

'Laadplek als privé parkeerplaats'

Gemeenten moeten uitleggen dat die laadpaal een publieke voorziening is, vindt Verbeet. "Niet alleen voor die ene buurman, maar ook voor forenzen, mensen die op visite komen en in de toekomst ook voor andere buurtbewoners. En het draagt ook nog eens bij aan schonere lucht."

Niet alleen het plaatsen van laadpalen leidt tot ergernissen, ook het gebruik ervan veroorzaakt soms bonje met de buren. Het bezet houden van een laadplek is voor veel elektrische rijders ergernis nummer één. Ook Eline van den Hout uit Rotterdam kan vaak niet terecht bij de laadpaal in haar buurt in hartje Rotterdam. "Daar staat altijd dezelfde hybride auto. De eigenaar gebruikt die laadplek gewoon als zijn privé parkeerplaats."

Ruzie over laadpalen
Bron: EenVandaag
Eline van den Hout heeft last van laadpaalklevers: "Eén buurman beschouwt het als zijn privé parkeerplaats."

Briefjes onder de ruitenwissers

Ook benzine- of dieselauto's staan geregeld bij de laadpaal, waarna Eline rondjes moet rijden op zoek naar een laadplek die wel vrij is. "Ik heb een elektrische auto met een beperkt bereik, dus ik ben echt afhankelijk van die laadpaal. Soms stop ik briefjes onder de ruitenwisser waar ik dan op schrijf: 'Hoe moet ik nu op mijn werk komen?'. En ik bel de gemeente om te komen handhaven. Maar juist 's avonds en in het weekend zijn ze niet bereikbaar."

Gemeenten zullen aan de bak moeten, gezien de Klimaatambities en de verwachte vloedgolf aan laadpalen, denkt Verbeet. Volgens hem doen ze er verstandig aan nu al laadpaal locaties aan te wijzen."Zodat je niet iedere keer het hele inspraaktraject door hoeft waardoor een aanvrager ook maanden op een laadpaal moet wachten."

info

Gemeenten treden op tegen laadpaalklevers

'Laadpaalklever' werd vorig jaar gekozen tot woord van het jaar. Het verwijst naar eigenaren van hybride of elektrische auto's die een laadplek als hun privé parkeerplaats beschouwen. Gemeenten gaan in toenemende mate over tot handhaving op het foutparkeren bij laadpalen. Amsterdam spant de kroon: vorig jaar werden maar liefst 2241 auto's weggesleept omdat ze ten onrechte op een laadplek stonden. In ruim een kwart (630) van de gevallen ging het om elektrische auto's die bij een laadpaal geparkeerd stonden zonder te zijn aangesloten.

De boete in Amsterdam is niet misselijk: 373 euro. Ook Den Haag handhaaft stevig (856 boetes in 2018). Veel andere gemeenten weten niet precies hoeveel. Van de tien grote steden noemen alleen Eindhoven (129), Tilburg (70) en Utrecht (85) aantallen. Groningen en Nijmegen treden niet of amper op, omdat daar volgens beide gemeenten geen aanleiding toe is. De boete is buiten Amsterdam wel een stuk lager: 90 euro.

Auto parkeren in de straat verderop

Ook het stigma dat nu op de laadpaal zit moet er af, meent Verbeet. "Het beeld is nu: die laadplekken zijn de nieuwe invalidenparkeerplaatsen. Dat moet echt veranderen. Het is ook een misvatting te denken dat overal versnipperd laadpalen moeten komen. Je zult meer in laadpleinen moeten denken, waar zowel benzine- als stekkerauto's kunnen parkeren. En de batterijen worden groter, dus je hoeft ook echt niet elke dag te laden. Misschien dat je over een paar jaar nog maar één keer per week hoeft op te laden. Dat is al enorme winst."

Een wat pro-actievere opstelling van de gemeente had ook Matthijs Nieuwenhuis heel wat tijd kunnen besparen. Hij moet zijn elektrische auto in afwachting van een laadpunt in zijn straat verderop in de buurt parkeren. "Daar ben ik toch al gauw een kwartier mee bezig", vertelt Matthijs. Maar het eind is in zicht: eind februari, een half jaar na zijn aanvraag, moet de laadpaal er staan. Niet op de oorspronkelijke plek, maar twee parkeervakken verderop.

TV-reportage EenVandaag: Laadpalen zijn in opkomst (en zorgen voor ruzie in de straat)