Het is iets wat je als verslaggever alleen maar kan hopen: dat een kijker zo door een reportage geraakt wordt, dat ie iets wil doen. Het overkwam een kijker bij een reportage die we in februari in Egypte maakten.

Met collega’s Pieter Jan Krijnen en Ruth Vandewalle portretteerde ik twee jongens die daags daarvoor met hun paard het Tahrirplein hadden bestormd. Het beeld was dat deze ruiters pro-Mubarak aanhangers waren, op het plein om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Maar klopte dat beeld ook? Wie waren deze ruiters en kamelendrijvers van het Tahrirplein? Toen wij in een buitenwijk van Cairo twee ruiters troffen -Wallie (14) en Mohammed (22)- bleken het meer slachtoffers dan daders. Ze vertelden hoe ze door een parlementslid onder druk waren gezet om naar het plein te gaan. Wallie, die nog nooit op het Tahrirplein was geweest, werd er zo met een steen bewerkt dat zijn rechterwang gehecht moest worden. Beide jongens waren in het tumult hun paard kwijtgeraakt. Dat was een kleine ramp, want hun paard was hun enige inkomstenbron. Ze reden er toeristen mee rond de piramides. Het bleek een triest verhaal van twee arme jongens die nu werkeloos thuis zaten. Vooral met Wallie had ik het te doen. Hij woonde met zijn zieke vader en zwangere moeder in een soort met vuilnis bedekte ruïne aan de voet van de piramides. Om de wond op zijn gezicht te behandelen hadden zijn ouders hun enige andere dier (een geit) moeten verkopen, vertelde hij. Toen ik na het interview naar buiten liep kwam Wallie achter me aan. In gebroken Engels vroeg hij of ik alsjeblieft wilde helpen zijn paard terug te vinden. Ik wist dat ik niets voor hem kon doen en vertrok met een gezond schuldgevoel.

Na de uitzending van onze reportage over de ruiters van het Tahrirplein.volgde een aangename verrassing. Een kijker had de reportage gezien en mailde: “Ik ben bereid om het geld voor die paarden te storten (2x € 500) als jullie kunnen garanderen dat zij die paarden ook echt krijgen.” De gulle gever sloot af met: “het enige wat ik nodig heb is het rekeningnummer om het geld te storten.”.

En daarmee lag de bal weer bij ons. Collega Ruth, die in Cairo woont en vloeiend Arabisch spreekt, stelde een plan op. Ze zou bij de jongens langs gaan, eerst vragen hoeveel een paard kostte, dan het goede nieuws met hen delen en uiteindelijk meegaan om erop toe te zien dat het paard ook echt gekocht werd. Het kostte Ruth nog enige moeite de jongens ervan te overtuigen dat een kijker uit het verre Nederland hun een paard kado wilde doen. Mohammed’s moeder stuurde haar bijna weg omdat ze geen zin had in journalisten. Uiteindelijk maakte ongeloof plaats voor blijdschap. Een paar dagen later ging Ruth met de jongens naar een paardenmarkt waar ze allebei een paard uitkozen. En zo hebben Wallie en Mohammed dankzij een anonieme donor in Nederland nu weer de mogelijkheid om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Ik ben erg blij voor ze.

 

De kijker helpt