52 jaar lag het achter slot en grendel, maar morgen wordt het Rapport Beel openbaar. Dit rapport werd in 1956 opgesteld door een commissie van drie wijze mannen die de crisis van destijds op Paleis Soestdijk moesten onderzoeken. Het paleis was vanwege gebedsgenezeres Greet Hofmans verdeeld in twee kampen met Hofmans-adept Juliana aan de ene kant en Hofmans-hater Bernhard aan de andere. In EénVandaag bijzondere opnames van één van de hoofdrolspelers van destijds; Prins Bernhard spreekt openhartig over de Greet Hofmans affaire. In de paleiselijke omgeving van Huys ten Donck laten we de opnames horen aan historici Dorine Hermans en Jan Kikkert.

Prins Bernhard wilde niet dat het Rapport Beel over de Greet Hofmans affaire ooit openbaar zou worden. Hij sprak zelfs de hoop uit dat het hele dossier vernietigd zou zijn. Op een bandopname is te horen dat de Prins vrijuit over de Greet Hofmans affaire praat. Over het Rapport Beel zegt hij; "De regering had een commissie benoemd van drie mannen om de hele zaak te bekijken. Vrij snel was er een heel dossier over, dat nu hopelijk is verbrand." Morgen zal het rapport over de Greet Hofmans affaire na 52 jaar openbaar worden, als bijlage van een boek dat Cees Fasseur schreef over het huwelijk van Bernhard en Juliana. Greet Hofmans veroorzaakte in de jaren vijftig een crisis op Paleis Soestdijk. Koningin Juliana was in de ban van gebedsgenezeres Hofmans, in de hoop dat zij de oogkwaal van Prinses Marijke (nu Christina) kon genezen. Prins Bernhard hoopte dat in eerste instantie ook, maar wilde uiteindelijk dat de bij hen ingetrokken Hofmans Soestdijk verliet omdat ze voor tweespalt zorgde tussen hem en zijn vrouw. Op verzoek van Bernhard stelde de regering uiteindelijk een onderzoek in naar de invloed van Greet Hofmans. Een commissie van drie wijze mannen onder leiding van oud Minister President Beel deed onderzoek en stelde een rapport op dat 52 jaar achter slot en grendel bewaard is. De belangrijkste conclusie was dat Juliana geen contact meer mocht hebben met Greet Hofmans. De bandopname waarop Prins Bernhard openhartig over de affaire spreekt stamt uit 1962 en is afkomstig van de biograaf van Bernhard, de Amerikaanse schrijver Alden Hatch. Hoewel de prins bijna een half uur over de affaire praat, besteedt Hatch er in de biografie uiteindelijk slechts een paar regels aan. Volgens dagboekfragmenten van oud Minister President Jan de Quay was Juliana woedend over Bernhards openhartigheid en heeft de Rijksvoorlichtingsdienst voorkomen dat alles wat Bernhard aan zijn biograaf had verteld in het boek terecht is komen. De interviews van Hatch met de in 2004 overleden Prins zijn echter altijd bewaard gebleven. Delen ervan zijn eerder gepubliceerd, het opmerkelijke fragment over het Rapport Beel echter niet.