In 2005 werd de Ronde van Nederland de Eneco Tour. Al die tijd streed de wielerkoers, die een week duurde en een altijd behoorlijk gevuld peloton door Nederland en België voerde, om de hand van de Nederlandse televisie en ook het Nederlandse wielerpubliek.

De koers en de sponsor verloren die strijd….het is wreed om het zo te stellen, maar dat is de waarheid.

De Eneco Tour werd nooit voor vol aangezien door het merendeel van de Nederlandse sportjournalistiek en in het bijzonder de Hilversumse uitzendclubjes.

Neen, roep nou niet meteen “de NOS” want zo ligt het niet.

Afgezien of die NOS het wel zag zitten met die koers was het toch altijd de vraag wat de andere uitzendclubs in Nederland in de maand September met deze wedstrijd wilden doen.

Het antwoord is tamelijk simpel en vrij hard: niets.

Stel dat de NOS in zou gaan op de avances van de organisatoren, dan nog moesten diverse andere clubjes ’s middag van (pak weg) halfdrie tot halfzes het veld ruimen om het wielrennen in de Lage Landen bij de Zee uit te kunnen zenden.

En dat wilde die clubjes (TROS, MAX, AVRO/TROS, KRO/NCRV en wie niet meer) dus niet.

Eenmaal per jaar werd er een uitzendkanaal opengescheurd voor een grote wielerkoers in de middag. Juist geraden: voor de Ronde van Frankrijk.

Dat was prettig voor die omroepclubjes, want in juli doet Hilversum over het algemeen de tent op slot en vinden die uitzendclubjes het wel goed dat het idiote gewielren over Net1 over Nederland doorgegeven wordt. Dan kunnen zij met vakantie.

In september echter is er van die vrijgevigheid geen sprake meer, want dan moeten de clubjes zelf scoren en dat doet men niet met wielrennen uit eigen land. Met een finish in Dronten of Breda.

Uhhh. Herinnert u zich nog het rijke, eerste, lange weekend in mei dat de Giro d’Italia in het blinkend roze door Holland trok?

Het zoog tien- en tienduizenden naar de route, het zorgde voor ongekende feestelijke  taferelen in de etappesteden, de NOS deed zijn uiterste best er iets van te maken en voor drie dagen leek het erop of de Giro d’Italia serieus genomen werd…

Ho, ho, niet zo snel blij worden, vrienden.

Toen de Giro weer in Italië geland was, werd dat enthousiasme van de eerste drie dagen keurig weggeveegd en ging de NOS weer over tot de orde van de dag: wielrennen in twee minuten en zeven seconden.

Totdat ineens Steven Kruijswijk succesvol leek te gaan eindigen in een koers die de afgelopen vijftig jaar met stukjes en beetjes uitgezonden werd en…het is waar…de middagzender ineens opengesteld werd voor fietsen.

Het kon dus toch…of?

Uhhh, heeft u de Vuelta nog in het hoofd?

Minieme uitzendingen, fragmentarisch vooral, soms hier, soms daar, maar nooit consistent.

Ja, eigenlijk om gek van te worden.

Waarom? Omdat, zoals zo vaak, alle kritiek over het uitzenden van wielrennen in ons land vergeleken wordt met de gelijke acties van de Vlamingen in hun land.

Ik heb het weleens geforceerd grappend gezegd: als in België drie fietsers samenkomen dan zendt de VRT dat live op t.v. uit. Mijn Vlaamse collega Michel Wuyts verbeterde me onlangs: ”Niet drie, maar ook bij twee fietsers samen, zenden wij alles uit, inclusief een nabeschouwing van zeker een half uur.”

Niet alleen de drie grote rondes gingen dus live over de Vlaamse zender die in ons land makkelijk te bekijken valt, maar ook vele andere, kleinere koersen.

Ja, de Eneco Tour ook. Ruim uitgemeten bij de Vlamingen, waar de Nederlandse kijker het met snippers moest doen en pas in het laatste weekend kon men rustig in de bank gaan zitten. Toen was er ineens even zendtijd. Hoeveel mensen keken er toen? Oeffff.

Ik kan me indenken dat de directie van Eneco de laatste twaalf jaar hopeloos de weg is kwijt geraakt in het journalistieke televisiewoud van Nederland. Waarom kon men geen hele week in beeld krijgen? Waar lag de tegenwerking? Was er werkelijk niemand die iets in deze koers zag?

Neen dus. De geschiedenis bewijst dat.

Ook ik moest weleens afreizen naar een of twee etappes en dan weer even niet.

“Ha”, riepen de Vlaamse collega’s dan: ”Nederland wordt even wakker, welkom”, en wij hadden gegeneerd te zwijgen. Wij waren uitzendkrachten die kleine gaatjes in een wielerweek invulden. We wisten het, probeerden er het beste van te maken, maar het sloeg nooit aan.

In mei, bij de Giro, liepen Apeldoorn, Arnhem en Nijmegen uit. Het ademde sfeer, sensatie en een leuk feest vond plaats. In september, bij de Eneco Tour, riep de Vlaamse verslaggever dat er enkele tientallen toeschouwers naar de finishplaatsen in Holland waren gekomen.

Enkele tientallen toeschouwers…eigenlijk om je dood te schamen. Toch?

De liefde van Eneco tegenover pers, televisie-organisaties en ook het Nederlandse sportpubliek, opende zich nooit royaal en vurig, het werd nooit lekker of leuk. Wielrennen na de Vuelta in Nederland was een kantlijnsport en niets meer.

Het geld was of is op, er wordt geen ruimte voor uitzendingen gecreëerd, er heerst misschien zelfs wel een lichte vorm van onwil om deze koers serieus te nemen en dus kwamen de uitslagen van de Eneco Tour in piepkleine hoekjes van de krant terecht en werd een etappe die bij de VRT bijna 150 minuten in beslag nam, in Nederland binnen de twee minuten afgewerkt.

Hupsakee, de laatste sprint, een kort gesprekje met wie dan ook en klaar. Volgende sport.

Laat niemand het ontkennen…het ging zo.

Neen, ik schop niet tegen mijn oude werkgever aan: ik kapittel het totale Nederlandse televisiesysteem waar, op de Julimaand na, geen ruimte is voor grote wielerkoersen, ook niet voor de oude Ronde van Nederland, die nu de Eneco Tour heette.

Dat is, op zijn minst gezegd, vreemd. 

Eneco gaat zich op andere zaken storten en er zal een vervanger-sponsor komen. Die de ruimte krijgt in Vlaanderen en die in Nederland moet gaan zoeken naar uitzendorganisaties die willen investeren en die uitzendtijd hebben.

Ik wens de betrokkenen veel succes om tot een beter resultaat te komen dan Eneco de afgelopen 12 jaar behaalde. Nog knap van die energieboeren dat ze zo lang aan boord bleven van een best sympathieke, maar wel kleine en soms ook matig bezette wielerkoers.

Ik herinner me ooit een aankomst in Sittard (of was het Geleen?). Het regende hard en er stond geen mens langs de kant van de weg. Een Italiaan won de etappe en een half uur later was er in de aankomststraat helemaal niets meer van een wielerkoers aan te treffen.

O ja, er zaten nog wel twee Vlamingen in een afgekoppelde cabine te praten. Zelfs de Limburgers hadden geen idee wie dat waren en wat ze er deden. Ze namen het totale klassement door.

Dat is wielrennen in Nederland (geworden).

Helaas…

PS. Waarom eigenlijk is er in de twaalf jaar nooit een commerciële uitzendgemachtigde in actie gekomen en heeft die de rechten gekocht en de uitzendingen verzorgd.

Was de Eneco Tour niet commercieel genoeg? Viel er te weinig aan te verdienen? Was het fietsen door Nederland niet interessant genoeg?