De voedselveiligheid had nergens prioriteit. Dat is de harde conclusie van de commissie Sorgdrager die de fipronil-crisis onderzocht. De comissie heeft gekeken naar iedereen in de zogenaamde eierketen. De boeren, de bedrijven die ongedierte bestrijden, de toezichthouder NVWA, de politiek: iedereen krijgt er van langs. 

De commissie-Sorgdrager stelt dat voedselveiligheid te weinig aandacht krijgt bij zowel de NVWA, de betrokken ministeries als bedrijven in de eierketen. Daardoor maakten de bedrijven hun wettelijke verantwoordelijkheden niet waar. Politiek en bestuur zouden een te beperkte opvatting hebben over hun eigen rol ten aanzien van de voedselveiligheid en komen pas in actie als zich een incident of crisis voordoet. 

Het onderzoek, dat wordt geleid door oud-minister Winnie Sorgdrager, geeft inzicht in de gang van zaken rond de crisis, waarvan tientallen pluimveehouders de dupe werden. Een tiental boerderijen is nog altijd niet vrijgegeven. Volgenes het rapport nam niemand binnen de NVWA de verantwoordelijkheid voor een betrouwbare beoordeling van de risico’s van het fipronilgebruik.

Boer Hardeboer vernietigde 1,4 miljoen eieren

Ook de boeren moeten het vergelden. Die waren te goed van vertrouwen en gaven economische belangen voorrang boven voedselveiligheid zijn als producenten de eerstverantwoordelijken, volgens Sorgdrager. Pluimveehouder Harmen Hardeboer voelt zich beledigd. "Dat geldt misschien voor Chickfriend, maar niet voor ons. Voedselveiligheid heeft wel degelijk prioriteit."

Het bedrijf van Hardeboer werd hard geraakt door de fipronilcrisis. Zijn vijfentwintigduizend kippen konden door veel geld en moeite gespaard worden, maar hij moest 1,4 miljoen eieren vernietigen. "Dat druist tegen je natuur in." Niet alleen bedrijfsmatig was de impact groot, ook zijn gezin leed onder de stress en frustratie tijdens de crisis. "Boer zijn is een manier van leven. Je hebt je werk en je leven op één erf, dus ook je gezin krijgt mee wat er allemaal speelt in het bedrijf. En het stopt ook niet: we voelen nog steeds de impact en krabbelen maar langzaam op."

Stallen schoonboenen met groene zeep

Gerda en Johan Briene uit Wierden worden ook getroffen door het fipronilschandaal. In juli 2017 krijgen ze het beruchte telefoontje van de NVWA: er zou iets mis zijn met de eieren. Gerda gelooft er in eerste instantie niets van en is huiverig de waarnemer op het terrein te laten. Op dat moment zijn er al een aantal bedrijven die op slot zijn omdat bedrijf Chickfriend bij hen fipronil heeft gebruikt voor bloedluisbestrijding. Gerda: “Maar bij ons was Chickclean geweest en niet chickfriend. Die hadden bij ons de stallen schoongemaakt. Wij hadden het volste vertrouwen: er is hier niets aan de hand.”

Dat vertrouwen blijkt onterecht. De NVWA komt toch controleren en constateert: ook bij Gera en Johan is fipronil aangetroffen. Ze moeten wekenlang de stallen schoonboenen met groene zeep. Met de hand, om zeker te weten dat alles weg is. Gerda krijgt last van haar schouder.

Weer eieren verkopen 

Het verlossende telefoontje komt uiteindelijk op 19 oktober, bijna drie maanden later. Op het moment is toevallig een ploeg van RTV Oost aanwezig om bij Gerda en Johan te filmen. Waar Johan aan het begin van de dag tegen de tranen vecht als hem gevraagd wordt of hij het vertrouwen heeft, zien we aan het eind van de middag een ander beeld: een euforische Johan als te horen is dat zij weer eieren mogen verkopen.

Gerda schreef een boek over de ervaringen, ook om het van zich af te schrijven. Ze vind het belangrijk dat boeren zich niet schamen voor wat er gebeurd is, omdat zij volgens haar slachtoffer zijn van oplichters. “Wij hebben gehandeld naar eer en geweten.” Ze is met name boos op het handelen van de NVWA: “Nu bekend is dat zij al in 2016 meldingen ontvingen en pas in 2017 in actie kwamen, vind ik dat zij zich diep moeten schamen. Excuses zijn op zijn plek.”

'Chickfriend heeft geprobeerd de boel te belazeren'

Volgens toezichtexpert Rob Velders legt het rapport van Sorgdrager de vinger op de zere plek. "Chickfriend heeft geprobeerd de boel te belazeren. De rest heeft gefaald. Iedereen is verantwoordelijk en daardoor ook weer niemand." Hardeman beaamt dat de pluimveesector ook kritisch naar zichzelf moet kijken. "Als boer ben je breed georiënteerd, je moet al op heel veel letten. Maar dat is geen vrijbrief. We moeten kritisch blijven kijken naar hoe we de voedselveiligheid zo goed mogelijk kunnen waarborgen."

De fraude kwam in juli 2017 aan het licht toen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit het verboden middel fipronil aantrof in eieren. Fipronil dat wordt gebruikt voor het bestrijden van bloedluis is niet toegestaan binnen de pluimveesector. De NVWA blokkeerde de stallen voor eieren, kippen en mest, maar op de rol van de voedselwaakhond ontstond grote kritiek.

Paniek onder consumenten voorkomen 

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit was al eerder getipt over het gebruik van fipronil, maar deze onafhankelijke toezichthouder zou pas na maanden hebben ingegrepen. Bovendien zou de NVWA hebben gezwalkt toen duidelijkheid juist was geboden om paniek onder consumenten te voorkomen. Het schandaal ging ten koste van de levens van zeker 3,5 miljoen kippen en er moesten tientallen miljoenen eieren om worden vernietigd.

Het rapport van de commissie-Sorgdrager had eind 2017 klaar moeten zijn, maar de commissie zei meer tijd nodig te hebben. Eigen onderzoek van de pluimveeboeren wees inmiddels uit dat de communicatie tussen NVWA en de sector een stuk beter kan en moet. 

Het gaat inmiddels goed met het bedrijf van Gerda en Johan. De Haan laat weten dat dat niet voor iedereen zo is: "Met sommigen gaat het heel goed, anderen zijn failliet. Deze kwestie zorgt dat tachtig procent van de sector gedupeerd is. Sommigen met één stal, anderen hebben alles moeten sluiten. Daar zit een groot verschil tussen. Maar vooral op persoonlijk vlak is er sprake van veel angst en wantrouwen binnen de sector. Het zal nog jaren duren voordat ze dat te boven zijn.”