De Belastingdienst haalt een bekend middel van stal in de strijd tegen automobilisten die de belasting ontduiken: de snelwegcamera. Vanaf volgend jaar wil de fiscus bestuurders die frauderen met motorrijtuigenbelasting (MRB) gaan opsporen via camerabeelden. Het plan is omstreden: eerder verbood de Hoge Raad het gebruik van de camera’s door de dienst.

De plannen van de Belastingdienst zaten enigszins verstopt in de Prinsjesdagstukken. Per 1 januari 2019 wil de fiscus het systeem gaan gebruiken, waarbij het nummerbord van elke passerende auto wordt gescand door camera’s boven de (snel)wegen die zijn uitgerust met de zogeheten ANPR-technologie.

In eerste instantie wil de dienst het middel inzetten om ontduikers van de motorrijtuigenbelasting op te sporen. Het gaat daarbij om bestuurders die ten onrechte met een groen (handelaars)kenteken rondrijden of hun auto hebben laten schorsen omdat ze er zogenaamd niet meer mee rijden, maar dat stiekem toch nog doen. Er wordt ook onderzocht of op termijn gesjoemel door leaserijders met privé-kilometers op dezelfde manier kan worden aangepakt.  

10 miljoen extra in de schatkist

Om de belastingontduikers te achterhalen krijgt de Belastingdienst de beschikking over zo’n 800 camera’s  van de politie die boven de Nederlandse snelwegen hangen. Daarnaast krijgt de fiscus vier mobiele camera’s in auto’s om mee te controleren. Het plan moet de schatkist zo’n 10 miljoen euro per jaar extra gaan opleveren, is de verwachting.

Fiscus werd eerder teruggefloten

De Belastingdienst maakte eerder ook al gebruik van camerabeelden, maar werd in 2017 door de Hoge Raad teruggefloten. Er ontbrak een wettelijke basis om de beelden te verzamelen en verwerken. Die basis is nu alsnog geregeld. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft groen licht gegeven voor het gebruik van de camera’s, maar wel onder strikte voorwaarden. Zo mogen de camerabeelden nu alleen nog worden gebruikt voor controle op naleving van de motorrijtuigenbelasting. Foto’s van ‘onschuldige’ automobilisten moeten binnen 24 uur worden verwijderd. Beelden van bestuurders die wél worden verdacht van belastingontduiking mogen maximaal 7 dagen worden bewaard.

KIJK EN LEES OOK:

Proeven met chips in kentekens

Die bewaartermijn is een gevoelig punt: in 2017 liep de fiscus daarmee tegen de lamp. De dienst bleek miljoenen kentekenfoto’s jarenlang te hebben bewaard, in strijd met de wet. Privacy First is bezorgd over het plan. “Je gaat gegevens van miljoenen automobilisten verzamelen om maar een beperkte groep fraudeurs aan te pakken”, zegt Vincent Böhre. “De bewaartermijn is dan wel beperkt, maar gebleken is dat de Belastingdienst daar eerder ook niet netjes mee omging.”

Böhre vreest verder dat het plan de deur open zet naar het nog meer en structureler verzamelen en verwerken van camerabeelden. “Het begint nu met de motorrijtuigenbelasting, straks volgens de leaserijders en wie is de volgende?” Böhre noemt het “opvallend” dat in het wetsvoorstel waarin het cameragebruik wordt geregeld niet wordt gesproken over camera’s maar over ‘technisch hulpmiddel’. “Daar kan je heel veel onder scharen. In het verleden is onthuld dat er proeven worden gedaan met chips in kentekens, waarmee elke auto en ook bestuurder te identificeren is. Dat gaat heel erg ver.” 

Meer gebruik van Big Data

Volgens techjournalist Wouter van Noort is het niet zo verrassend dat de Belastingdienst de camera’s opnieuw wil gaan inzetten. “Het past in de strategie die de fiscus al een aantal jaar voert om meer gebruik te maken van Big Data. Ook via andere kanalen halen ze heel veel gegevens binnen. Eigenlijk zoals heel veel commerciële bedrijven ook opereren.”

Hoewel Van Noort begrip heeft voor de zorgen van Privacy First, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) volgens hem wel duidelijk grenzen gesteld. “De Belastingdienst mag deze beelden nu alleen gebruiken voor controle op de motorrijtuigenbelasting en niet voor andere doeleinden. En er geldt een korte bewaartermijn. Maar dat is in het verleden dus wel mis gegaan. Je mag er vanuit gaan dat de toezichthouder daar nu alert op is.”