Het is voor middelbare scholen erg moeilijk om leerlingen onderling anderhalve meter afstand te laten houden. De scholen maken zich nu al zorgen over de start van het nieuwe schooljaar. Dat blijkt uit onderzoek van de VO-raad onder ruim 454 schoolleiders.

De middelbare scholen zijn inmiddels een week open, maar het is wel flink wennen. Het naleven van de anderhalve meterregel bijvoorbeeld blijkt lastiger dan gedacht. Inzet is zo veel mogelijk leerlingen les geven, maar wel op een verantwoorde manier. Voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller gaat hierover in gesprek met het kabinet.

Maximaal 30 procent van het aantal leerlingen

Premier Rutte maakte op de persconferentie van 19 mei bekend dat middelbare scholen weer open konden op 2 juni. Maar daar zat wel een voorwaarde aan vast: leerlingen onderling, leerlingen en onderwijspersoneel en onderwijspersoneel moeten altijd anderhalve meter afstand houden. Voor de meeste scholen geldt dat om deze reden niet alle leerlingen tegelijk naar school kunnen gaan.

In de praktijk betekent dit voor de school van schoolleider Yolanda Petermeijer dat er per middag verschillende jaarlagen les krijgen op de school. Er zitten nooit meer dan tien leerlingen tegelijk in een klaslokaal. Het aantal leerlingen op school is nooit meer dan 30 procent van het totaal aantal leerlingen. Paul Rosenmöller laat weten dat er einde van de maand een besluit moet vallen over een mogelijke versoepeling in het nieuwe schooljaar.

Anderhalve meter een uitdaging

Het onderzoek onder de eindverantwoordelijke schoolleiders is precies een een week na heropening van de scholen op 2 juni gehouden. De meeste schoolleiders (62 procent) zijn tevreden over het verloop van die heropening. Maar er zijn zorgen over het handhaven van de anderhalve meter norm onder leerlingen zodra ze het klaslokaal verlaten en is voor een meerderheid (56 procent) van de scholen een uitdaging.

Dat ziet ook rector Yolanda Petermeijer van het Gerrit Rietveld College in Utrecht. "Ze proberen het, je zegt het iedere keer: 'Denk aan die anderhalve meter', en dan zijn ze er alert op van: 'Oh ja dat moet ik weer doen'. Maar na 3 minuten zijn ze het weer vergeten. Dat gaat ook niet veranderen. Ze zijn verder overal in groepjes bij elkaar: op straat, tijdens het sporten. Diezelfde vrienden en vriendinnen zien ze hier op school. Ze zijn zo gewend om dan dicht bij elkaar te komen, even een highfive of een hug. Dat haal je niet uit hun systeem."

Afstand houden met gymles, maar met sporten niet

De rector rekent dit haar leerlingen niet aan en worstelt zelf ook met de boodschap. "Het is ook bijna niet uit te leggen aan ze. Bijvoorbeeld: op hetzelfde sportterrein moeten ze overdag anderhalve meter afstand houden tijdens de gymles, maar 's avonds op datzelfde sportveld tijdens een gewone sporttraining mogen ze wel bij elkaar in de buurt komen."

"Ik heb dit uitgezocht en het komt omdat het onder twee ministeries valt: overdag op school valt het onder het ministerie van onderwijs en de sportclubs vallen onder het ministerie van sport en welzijn. Dat valt niet uit te leggen", vertelt Petermeijer.

Voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller: "Je wilt - als het verantwoord is -zoveel mogelijk leerlingen op school lesgeven."

Nieuw schooljaar, nieuwe regels?

Veel scholen maken zich intussen zorgen over de start van het nieuwe schooljaar. Er is aan hen nog geen duidelijkheid gegeven over wat er dan wél kan en mag. Omdat dan ook de examenjaren weer aanwezig zullen zijn zal het voor veel scholen een nog grotere uitdaging zijn om alles goed te organiseren.

Voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller is hierover in gesprek met het kabinet. "Wij hebben overleg over wat de volgende stap zou kunnen zijn. De inzet is nu vooral duidelijkheid. We moeten leren van de afgelopen maanden, het kabinet luister daarvoor naar de deskundigen en dat moet ook. Maar de essentie van onderwijs is het contact tussen leraar en leerling. Je wilt - als dat verantwoord is - zo veel mogelijk leerlingen op school lesgeven."

Bekijk hier de reportage: