Basisschoolleerkrachten in achterstandswijken maken zich grote zorgen over het taalniveau van hun leerlingen. Amsterdam wil nu zelf de strijd aanbinden met deze taalachterstand.

Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de leraren in 'moeilijke' wijken zich zorgen maakt over taalachterstanden. Ter vergelijking: in 'reguliere wijken' is dit nog geen kwart van de leraren. Volle klassen, meervoudige problematiek en een thuissituatie waarbij Nederlands niet de eerste taal is, worden gezien als de belangrijkste problemen.

'Ongelijk investeren'

De Amsterdamse wethouder Marjolein Moorman wil het hier niet bij laten zitten. "Kinderen mogen niet de dupe worden van hun achtergrond of afkomst. Een achterstand op de basisschool haal je heel moeilijk in en als je de taal niet goed machtig bent, wordt het heel ingewikkeld." Momenteel worden plannen in de Amsterdamse gemeenteraad besproken waarbij meer geld beschikbaar moet komen voor het terugdringen van taalachterstanden.

Moorman, die zowel onderwijs als kansengelijkheid in haar portefeuille heeft, wil niet wachten tot de overheid de taalachterstanden gaat wegwerken. "De kansenongelijkheid is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Dat betekent dat je ongelijk moet durven te investeren." Wat Moorman betreft is het gerechtvaardigd dat scholen in wijken met meer taalachterstanden meer geld en aandacht krijgen.

'We hoeven ons er niet bij neer te leggen'

Het Amsterdamse stadsbestuur wil een integrale aanpak van het probleem. "Ik zou graag gratis voorschool voor alle Amsterdamse kinderen willen", zegt Moorman."En wat mij betreft mogen we leraren in de wijken waar veel kinderen een taalachterstand hebben ook beter belonen."

Moorman erkent dat het een lastig probleem is omdat niet alleen het beschikbare onderwijs een rol speelt, maar ook de thuissituatie. "Het is een veelkoppig monster. Maar met een test met een extra uur rekenles hebben we onlangs al enorme vooruitgang kunnen boeken. Het kan dus wèl. We hoeven ons hier niet bij neer te leggen."