In krimpgebieden hebben voorzieningen, zoals scholen, het zwaar. Minister van Onderwijs Arie Slob besteedt daarom 20 miljoen euro extra aan kleine scholen in deze gebieden. Volgens hem is dat goed voor de leefbaarheid. Doordat gezinnen vertrekken na de sluiting van een school komt de leefbaarheid in zo'n regio onder druk te staan. Maar klopt die uitspraak?

Volgens demograaf Hans Elshof, die promoveerde op bevolkingskrimp in Noord-Nederlandse dorpen, is van deze 'family drain' geen sprake. "Wanneer een school sluit, verhuizen er inderdaad iets meer gezinnen dan anders. Maar de gezinnen die verhuizen waren al van plan te vetrekken. De laatste reden om te blijven was dat ze de kinderen niet van school wilden laten wisselen."

Alternatieven om elkaar te ontmoeten

Tialda Haartsen, Professor Rurale Geografie,  is het eens met Elshof. Volgens haar blijkt uit onderzoek dat gezinnen die voor een nieuwe woning en woonplaats kiezen, uitgaan van de bestaande situatie. Uit de cijfers blijkt dus niet dat in een dorp waar een school sluit er minder mensen naar dat dorp toe komen. De wetenschappers zijn het wel eens dat scholen belangrijk zijn voor de leefbaarheid. Maar het is niet het enige dat van belang is. "Wanneer een school verdwijnt weten de bewoners snel genoeg alternatieven te vinden om elkaar te blijven ontmoeten. Als de kinderen eenmaal gewend zijn aan de nieuwe school, blijkt de leefbaarheid niet verminderd", aldus Haartsen.

Planoloog Maarten de Bruin deed literatuuronderzoek naar leefbaarheid. Ook hij ziet de waarde van een school voor de leefbaarheid. "Maar uiteindelijk", zegt De Bruin, "Is het alleen voor de bewoners van een dorp te bepalen of hun dorp leefbaar is of niet. Buitenstaanders kunnen daar weinig over zeggen."

Feit of fictie?

De uitspraak van minister Arie Slob dat ‘als de school vertrekt, ook de jonge gezinnen vertrekken’ is fictie. Het is maar een klein aantal gezinnen dat vertrekt na een sluiting en de gezinnen die vertrekken zouden anders ook weg zijn gegaan.