Moeders en kinderen die hun verhaal doen bij het aanmeldpunt Afstand en Adoptie voelen zich niet serieus genomen. Sinds de oprichting, een half jaar geleden, zijn er veel fouten gemaakt. Morgen debatteert de Tweede Kamer erover.

Bij dit aanmeldpunt van van het ministerie van Veiligheid en Justitie kunnen moeders die tussen 1956 en 1984 - veelal gedwongen - afstand deden van hun kind zich aanmelden voor een landelijk onderzoek. Dat geldt ook voor de kinderen in kwestie. Maar er is veel kritiek op dat onderzoek. Er is een datalek geweest en gespreksverslagen kloppen niet altijd.

Twijfels over onderzoek

Het Tweede Kamerdebat dat morgen plaatsvindt, is aangevraagd door Vera Bergkamp (D66). Zij wil dat minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming tekst en uitleg geeft over de werkwijze van het aanmeldpunt Afstand en Adoptie.

Er zijn erg veel onzorgvuldigheden, volgens Bergkamp. Er is onduidelijkheid over de privacy van de betrokkenen. Zij twijfelt dan ook aan het wetenschappelijke gehalte van het onderzoek.

Spannend debat

Bovendien vindt Bergkamp het vreemd dat het ministerie inzage heeft in de gespreksverslagen. Terwijl hetzelfde ministerie object is van onderzoek naar afstand en adoptie.

"Afstand onder dwang is een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis", zegt Bergkamp. "De mensen om wie het gaat hebben weinig vertrouwen in de overheid. De minister moet de Tweede Kamer er morgen van overtuigen dat het onderzoek wel degelijk onafhankelijk is. Het wordt een spannend debat."

Lees ook

Meteen aangemeld

Dat er fouten zijn gemaakt bij het aanmeldpunt Afstand en Adoptie, kan Georgia beamen. Zij is een van de 25.000 slachtoffers van gedwongen adoptie. Toen zij een half jaar oud was, werd ze door de politie weggehaald bij de oppas. Haar gescheiden moeder was op dat moment aan het werk.

Toen het aanmeldpunt in oktober 2019 werd opgericht, heeft Georgia haar naam meteen achtergelaten. Ze werd teruggebeld door een medewerker van het Fiom.

Verslag vol fouten

"Eigenlijk vond ik het vervelend dat iemand van het Fiom mij belde. Zij zijn toch onderdeel geweest van deze praktijken. Maar ik had geen keus, het werd een gesprek van ruim 80 minuten. Na veel aandringen mocht ik later het gespreksverslag lezen." Toen bleek het vol fouten te staan. In het verslag werd Georgia Patricia genoemd.

"Echt heel pijnlijk. Ik heb al heel wat namen gehad in mijn leven, maar daar zit Patricia niet tussen. Verder staat er in het verslag dat ze vanaf haar geboorte anderhalf jaar in het kindertehuis heeft gelegen. Ook dat klopt niet. Ik heb het eerste half jaar van mijn leven bij mijn biologische moeder gewoond."

'Onderzoek op deze manier geen zin'

Het Fiom stuurde Georgia's gespreksverslag - inclusief alle fouten - door naar het Verwey Jonker Instituut. Dat doet onderzoek naar de periode van 1956 tot 1984, naar de impact die gedwongen afstand en adoptie op het leven van betrokkenen heeft gehad.

Op basis van deze data maakt het instituut een selectie voor verdere diepte-interviews met slachtoffers. "Maar deze data kloppen niet", zegt Georgia. "Dit onderzoek moet stoppen, op deze manier heeft het geen enkele waarde."

Bekijk hier de tv-reportage over dit onderwerp.