Een cipier bij een cel in de gevangenis in Krimpen aan den IJsselBron: ANP
Een cipier bij een cel in de gevangenis in Krimpen aan den IJssel

Overvolle gevangenissen, hoe kunnen we dit oplossen? En andere vragen over het cellentekort beantwoord

Maak favoriet

Nederland kampt met een flink cellen- en personeelstekort in gevangenissen. Daarom worden regels rondom straffen tijdelijk versoepeld en krijgen gevangenen bijvoorbeeld strafkorting. We vroegen wat jullie over het cellentekort willen weten.

Jullie vragen worden beantwoord door hoogleraar criminologie aan de Universiteit Lieden Miranda Boone. En door Jannine van den Berg, zij is directeur Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

1. Is er een cellentekort of een personeelstekort? En wat zijn de oorzaken hiervan?

Het is duidelijk dat het niet één van de twee is. Er is zowel een cellen- als een personeelstekort, zeggen beide deskundigen. "Er is een tekort aan het aantal beschikbare cellen en een deel van onze cellen wordt gerenoveerd, waardoor ze niet gebruikt kunnen worden", legt Van den Berg uit.

Dat cellentekort komt ook door besluiten uit het verleden. "In 2013 zijn er gevangenissen gesloten", zegt Boone. "Toen hadden we juist een groot overschot aan cellen en moest er geld worden bespaard. Het openhouden van die plekken kostte toen te veel geld."

Inmiddels is de situatie anders. Sinds 2016 is de focus in het opsporings- en vervolgingsbeleid weer op zwaardere delicten komen te liggen. "Daardoor worden er ook zwaardere straffen opgelegd, zitten gevangenen langer vast en bezetten ze die plekken ook langer. Het gaat dus niet alleen om de hoeveelheid mensen die er binnenkomen, maar ook om hoe lang ze blijven."

Bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) zien ze dezelfde ontwikkeling. "Mensen zitten vaker langer vast en de doelgroep wordt steeds complexer", vertelt Van den Berg. "Die ontwikkelingen versterken elkaar. En daarnaast is er dus ook een tekort aan personeel."

Dat personeelstekort zorgt voor extra problemen op de werkvloer. "Er is al een krapte op de arbeidsmarkt, maar het werken in gevangenis is ook intens", legt hoogleraar Boone uit. "Als er te weinig personeel is, gebeuren er meer veiligheidsincidenten. Dat leidt weer tot een hoog aandeel ziekmeldingen, terwijl dat gemiddeld al hoger is dan in andere werksituaties."

2. Waar ligt de verantwoordelijkheid om dit probleem aan te pakken?

Volgens de hoogleraar ligt de sleutel bij een metafoor dat we in Nederland al sinds 1985 gebruiken: de strafrechtketen. "Aan het begin van die keten staat de opsporing door de politie, daar worden de eerste keuzes gemaakt", legt ze uit. "Dan de vervolging door het Openbaar Ministerie, vervolgens de rechterlijke macht en als laatste schakel in de keten: het gevangeniswezen."

Vaak wordt er pas naar de laatste schakel gekeken als de druk oploopt, ziet Boone. "Als het probleem zich eenmaal bij het gevangeniswezen voordoet, wordt gedaan alsof het gevangeniswezen het kan oplossen. Maar dat is niet zo. Het gevangeniswezen heeft een bepaalde capaciteit en regels voor de tenuitvoerlegging waaraan ze moeten voldoen. Dat die problemen zich voordoen, moet op een eerder moment geconstateerd worden."

Als je zwaardere zaken gaat vervolgen - maar niet zorgt voor extra cellen om die straffen uit te zitten - dan gaat het natuurlijk mis.
hoogleraar criminologie Miranda Boone

Het beheren van die capaciteit is uiteindelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het vraagt om keuzes over welke delicten worden vervolgd en hoeveel capaciteit daarvoor wordt ingezet. "Als je zwaardere zaken gaat vervolgen - maar niet zorgt voor extra cellen om die straffen uit te zitten - dan gaat het natuurlijk mis", waarschuwt ze.

"De DJI heeft hierin uiteraard een verantwoordelijkheid en doet wat binnen onze mogelijkheden ligt om capaciteit beschikbaar te maken en de druk op onze medewerkers te verminderen", legt Van den Berg uit. "Maar de DJI is niet de enige verantwoordelijke, ook de Tweede Kamer speelt hier een belangrijke rol in."

"Zo is het geld om de problemen rondom het cellentekort op te lossen nog niet geregeld en moeten er nieuwe maatregelen genomen worden", gaat ze verder. "Het Actieplan Gevangeniswezen, dat de staatssecretaris voor de zomer heeft aangeboden aan de Tweede Kamer, is daarin een noodzakelijke eerste stap, maar voor de DJI nog niet voldoende voor de lange termijn."

Oplossingen beginnen daarom bij een betere samenwerking vooraf, denkt hoogleraar Boone. "Die afstemming in de keten tussen die verschillende schakels is erg belangrijk. Er moet zo goed mogelijk in kaart worden gebracht wat een verandering in de ene schakel teweegbrengt in de andere schakel."

3. Kunnen Nederlandse gevangenen niet in het buitenland opgevangen worden? Bijvoorbeeld in buurlanden waar wel genoeg cellen zijn?

"Het onderbrengen van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen is geen structurele oplossing voor het Nederlandse capaciteitsvraagstuk", weet Van den Berg. "Detentie vindt in principe plaats binnen het Nederlandse stelsel en onder Nederlandse wet- en regelgeving."

Er zijn wel mogelijkheden voor internationale samenwerking in specifieke situaties, "maar dat is iets anders dan het structureel uitplaatsen van Nederlandse gedetineerden vanwege een tekort aan capaciteit."

Meerdere gevangen in een cel opvangen, brengt ook andere problemen met zich mee, waarschuwt hoogleraar Boone. "Uiteindelijk hoop je toch dat de detentieperiode mensen niet slechter maakt, maar juist beter en dat is over het algemeen al heel erg moeilijk", benadrukt ze.

"Als dat ook nog eens gebeurt in een omgeving waar de eigen taal niet wordt gesproken en concrete mogelijkheden voor resocialisatie ontbreken, hoe geef je daar dan invulling aan? Er vallen principieel en fundamenteel ernstige vragen bij te stellen, maar ook de praktische uitvoering is ingewikkeld. De vraag is: willen we zo ver gaan?"

4. Kunnen er niet meerdere gevangen in één cel gestopt worden?

Om het capaciteitsprobleem aan te pakken, worden er soms al meerdere mensen op één cel geplaatst. "Een belangrijk uitgangspunt is dat dit veilig en verantwoord is", legt Van den Berg daarover uit. "Het is ook afhankelijk van het regime, de geschiktheid van de cel en de combinatie van gevangen."

Voormalig staatssecretaris Ingrid Coenradie onderzocht al of die regels verruimd konden worden, maar volgens hoogleraar Boone zitten daar haken en ogen aan. "Het is niet echt een makkelijke populatie die binnen zit. Er is veel sociale, psychische en maatschappelijke problematiek."

Wanneer je zulke kwetsbare personen bij elkaar zet, ontstaat er snel spanning op de werkvloer. Helemaal nu de dagbesteding en activiteiten in de gevangenis zijn teruggeschroefd. Dat eist niet alleen zijn tol van de gedetineerden. "Want dat maakt het natuurlijk ook voor het personeel niet makkelijker," waarschuwt de hoogleraar. "We moeten voorkomen dat er allerlei 'veiligheidsissues' optreden en dat de gevangenis een nog minder aantrekkelijke werkplek wordt."

5. Wat gebeurt er nu met gevangenen terwijl er een cellentekort is?

Niet iedereen die wordt opgepakt, belandt direct achter de tralies. Na een aanhouding start namelijk eerst een strafrechtelijk proces om te bepalen welke vervolgstappen nodig zijn. "Een deel van de verdachten wordt bijvoorbeeld vanuit een politiecel heengezonden, een deel krijgt een andere vorm van toezicht of voorwaarden en een deel komt in voorlopige hechtenis terecht", legt Van den Berg van de DJI uit.

Pas wanneer die laatste groep daadwerkelijk vast moet zitten, komt de Dienst Justitiële Inrichtingen in beeld. "De DJI zorgt voor de opvang en tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen voor de mensen die daarvoor bij de DJI worden geplaatst."

6. Zorgt het cellentekort niet voor meer criminaliteit?

Het cellentekort in Nederland is zo groot, dat sommige gevangenen bijvoorbeeld 2 weken eerder vrijkomen. Ook wordt er gekeken naar andere oplossingen, zoals gedetineerden overdag buiten de muren laten werken. Maar de sleutel tot een veilige samenleving zit niet in een paar weken meer of minder vastzitten, benadrukt Boone.

"Integendeel, detentie verhoogt in het algemeen juist het risico op recidive, vandaar ons pleidooi voor alternatieven", zegt de hoogleraar. "Als mensen dan toch vast komen te zitten, staat of valt een succesvolle terugkeer in de maatschappij met een goede voorbereiding tijdens de detentie."

Om te voorkomen dat iemand opnieuw de fout ingaat, moeten praktische zaken al vanuit de cel worden geregeld. Boone legt uit dat een vaste plek om te wonen belangrijk is. "En dat die uitkering die is stopgezet weer gaat lopen en mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben om verder criminaliteitsvrij te blijven," noemt ze verder als voorbeelden. "Ook begeleiding door de reclassering is hierbij noodzakelijk."

Wanneer er door het cel- of personeelstekort geen ruimte meer is voor deze begeleiding, ontstaat er een gevaarlijk gat. Dát brengt volgens de hoogleraar een direct risico voor de maatschappij met zich mee: "Dat is een verhoogd risico op recidive."

Advertentie via Ster.nl