Moeder geeft kinderen thuis lesBron: Pexels / Ron Lach
Moeder geeft kinderen thuis les

Controleert de overheid of ouders geschikt zijn om les te geven? En andere vragen over thuisonderwijs beantwoord

Doe mee

Thuisonderwijs: ouders die bezwaar hebben tegen normaal onderwijs vanuit hun geloofs- of levensovertuiging, kunnen daarvoor kiezen. Maar de Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat dit niet meer zomaar kan. We beantwoorden jullie vragen over dit soort onderwijs.

Jullie vragen worden beantwoord door hoogleraar Onderwijswetenschappen Sjoerd Karsten bij de Universiteit van Amsterdam en door onderwijsantropoloog Floris Burgers.

1. Wat zijn de redenen om niet naar school te gaan en thuisonderwijs te geven?

"Als je een andere levensovertuiging hebt en dit niet aansluit bij het aanbod van de scholen in de directe omgeving, is dat in principe de enige reden waardoor je thuisonderwijs mag geven", begint de hoogleraar zijn verhaal.

"Neem de islam, het boeddhisme en het jodendom", noemt hij als voorbeeld van levensovertuigingen. "Als joodse ouders bijvoorbeeld van mening zijn dat er onvoldoende aandacht is op school voor de joodse cultuur en/of de eigen feestdagen, dan is dat een recht van ouders om daarom te kiezen voor thuisonderwijs. In de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens staat dat ouders onderwijs mogen geven in overeenstemming met de levensovertuiging."

Het is lastig om te bepalen wat precies levensovertuiging is. "Want wat valt daar wel onder en wat niet?", zegt de hoogleraar daarover. Dat is ook de reden dat de discussie nu is ontstaan. "Diverse rechters en het Openbaar Ministerie hebben zich hierin verdiept, maar zij kwamen er niet uit. Zij zijn degenen die moeten controleren wat binnen een levensovertuiging valt en wat niet, maar kunnen zelf niet goed vaststellen wat een levensovertuiging nou precies is. Vandaar dat de Hoge Raad het thuisonderwijs nu wil aanscherpen."

2. Wordt er door de overheid gecontroleerd of de ouders geschikt zijn om onderwijs te geven?

Om daar antwoord op te geven, gaat Karsten eerst terug naar de jaren 60. "Vóór de aanpassing van de leerplichtwet in 1969 was thuisonderwijs opgenomen in de wet en was het ook normaal om thuisonderwijs te geven. Na 1969 heeft de Nederlandse overheid de leerplichtwet aangepast en is er in feite een 'schoolplicht' ingesteld waardoor iedereen naar school moest", weet Karsten.

"Daaropvolgend is besloten om de leerlingen die 'echt niet uit de voeten kunnen' op de scholen waarbij er niet voldoende aandacht wordt besteed aan hun levensovertuiging, vrijstelling te geven van de schoolplicht."

Als je eenmaal die vrijstelling hebt, is er geen toezicht vanuit de overheid. Karsten vindt dat opvallend, maar ziet wel een mogelijke verklaring. Hij denkt dat het voor de overheid lastig is om het toezicht hierop beter te organiseren, vanwege het tekort aan inspecteurs.

Het is niet alleen voor de ouders prettig om te weten of ze het wel of niet goed doen, maar ook ter controle voor de overheid belangrijk.
Sjoerd Karsten over het keurmerk voor ouders in het thuisonderwijs

Samen met een andere onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam richtte Karsten 12 jaar geleden een stichting op waarmee ze keurmerken/certificaten uitreiken aan ouders die thuis lesgeven. "Het is niet alleen voor de ouders prettig om te weten of ze het wel of niet goed doen, maar ook ter controle voor de overheid belangrijk. Wij vonden het absurd dat er door de overheid niet wordt nagegaan of het thuisonderwijs wel op orde is."

Om in aanmerking te komen voor een keurmerk wordt de ouders gevraagd om een leerplan op te stellen. Dat leerplan wordt dan bekeken door de commissie van de stichting en vervolgens wordt er een gesprek over gevoerd. "Aansluitend reiken wij dan een certificaat uit. Op die manier hebben wij geprobeerd om het gebrek aan toezicht - waar kinderen in onze ogen wel recht op hebben - invulling te geven."

"We worden ook regelmatig gevraagd om langs te komen op het ministerie en daar geven wij ook aan dat het thuisonderwijs beter geregeld moet worden. Dan bestaat er geen onduidelijkheid over of de kinderen die een vrijstelling hebben gekregen ook daadwerkelijk thuisonderwijs krijgen dat op het gewenste niveau is."

3. Hoe wordt gecontroleerd of een kind met thuisonderwijs aan het onderwijsniveau voldoet, ook op de sociale en maatschappelijke ontwikkeling?

"Die controle wordt - net zoals bij de ouders - niet gedaan", vertelt de hoogleraar. "Maar de meeste kinderen die thuisonderwijs krijgen, presteren wel goed op toetsen en examens", licht hij verder toe.

"Iedereen denkt bij thuisonderwijs aan schoolonderwijs aan de keukentafel, maar dat is niet het geval", benadrukt Karsten. "Thuisonderwijzers kiezen meestal voor bijzondere leermethodes." Zoals samen op excursie gaan of biologieles waarbij het niet gaat om het oplezen van opdrachten uit een boekje, geeft hij als voorbeeld. "Thuisonderwijzers kiezen natuurlijk juist met een reden ervoor om kinderen via een andere weg tot ontwikkeling te brengen."

"Deze ouders zijn meestal creatief in het vinden van methodes om de kinderen thuis les te geven, door niet alleen letterlijk aan de keukentafel te zitten. Ouders kiezen daarin natuurlijk wel voor methodes die bij hen aansluiten en wat de kinderen verder brengt in de maatschappij, maar ook in het vervolgonderwijs", vertelt de hoogleraar. "Het sluit dus qua inhoud aan bij het onderwijsniveau dat van alle kinderen wordt gevraagd."

Thuisonderwijs wordt overal op de wereld gegeven. In Amerika zijn er zelfs miljoenen kinderen die op deze manier les krijgen, weet Karsten. "Het is een vorm van een-op-een onderwijs door ouders, echt maatwerk. Zij proberen het leertraject van hun kinderen te begeleiden en daardoor zijn de schoolresultaten over het algemeen gunstig."

"Kinderen die thuisonderwijs krijgen, presteren over het algemeen vaak bovengemiddeld, omdat een-op-een lesgeven effectiever is dan voor een klas van dertig leerlingen te staan. Niet elke leerling krijgt dan die aandacht en het is dan is ook niet altijd duidelijk waar die leerling al is met zijn ontwikkeling."

Van thuis een-op-een lesgeven zegt men vaak dat 'de sociale ontwikkeling niet goed beïnvloed kan worden', weet Karsten. "Maar onderzoek op dat terrein laat zien dat kinderen qua sociale vaardigheden heel goed kunnen meekomen. Ze zijn bijvoorbeeld vaak onderdeel van sportclubs. Die kinderen komen dus in sociaal opzicht niks tekort."

4. Hoe wordt thuisonderwijs in de toekomst strenger gemaakt?

De Hoge Raad richt zich nu op kinderen die thuis onderwijs krijgen volgens de regeling van het artikel van de leerplichtwet, waarin je vrijstelling van schoolplicht kan krijgen. "Op dat artikel heeft de Hoge Raad zich gericht en daar kunnen juristen niet mee uit de voeten. 'Want wat is een levensovertuiging?' vragen zij zich af."

"Het Openbaar ministerie heeft in het verleden een nota uitgebracht met de vraag wat de beste inhoudelijke omschrijving is van een levensovertuiging", vertelt Karsten. "Een levensovertuiging kan namelijk van alles zijn, dat heeft geen harde grondslag waarop je beslissingen kan nemen. Elke regering heeft in de afgelopen jaren aangekondigd het thuisonderwijs beter te gaan regelen en daarvoor hebben ze ook pogingen gedaan. Maar die pogingen hebben helaas niet geholpen."

De uitspraak van de Hoge Raad is in de ogen van Karsten daarom een oproep aan de regering om ervoor te zorgen dat het thuisonderwijs nu op de juiste manier geregeld moet worden.

5. Is thuisonderwijs een optie voor thuiszitters die hoogbegaafd zijn en voor wie geen passend onderwijs voor is?

"Het onderwijs kun je in een thuissituatie voor kinderen die heel specifieke problemen hebben heel goed aanpassen op de behoefte van die kinderen", volgens onderwijsantropoloog Burgers. Maar daarvoor zijn wel twee aspecten belangrijk. Ouders moeten wel de zorg en het onderwijs kunnen bieden om kinderen met specifieke behoefte goed te kunnen bedienen. "Ze moeten kunnen herkennen wat de problemen zijn van de kinderen waar ze mee te maken hebben. Daar moeten ze vervolgens goed op kunnen inspelen. "

Het is de vraag of ouders daar altijd toe in staat zijn. Ouders zijn volgens Burgers geen professionele opvoeders. "Ik denk daarom niet dat thuisonderwijs structureel de oplossing is voor het probleem van thuiszitters."

Daarnaast is hij van mening dat het gewoon les volgen op school ook waardevol kan zijn. "Je leert nieuwe vaardigheden zoals samenwerken, maar je leert ook kinderen met verschillende achtergronden kennen. Het is belangrijk om als kind te leren hoe jij je staande moet houden in een omgeving waarin sociale dynamiek een rol speelt. In een thuissituatie is dat vaak veel minder het geval."

Burgers benadrukt de verscheidenheid aan keuze van het Nederlandse onderwijssysteem en ziet daarin juist veel mogelijkheden. "Nederland heeft een onderwijssysteem waar qua onderwijsconcepten veel diversiteit is."

Hij legt uit: "In Frankrijk heb je bijvoorbeeld een staatscurriculum, waardoor de scholen daar erg veel op elkaar lijken. Maar in Nederland hebben we Montessorischolen, Daltonscholen, vrije scholen en we hebben scholen met verschillende religieuze signaturen. Daardoor zou het goed mogelijk moeten zijn voor ieder kind om zijn/haar plekje te vinden in het onderwijssysteem. Dat vraagt uiteraard wel van scholen dat ze voldoende aandacht hebben voor leerlingen met specifieke problemen."

Advertentie via Ster.nl