AVROTROS

You've got mail

Hillary Clinton is boos op een mail van Barack Obama. Obama is weer boos op mails van Clinton. Iedereen is boos op een digitale kettingbrief waarin Obama als een stiekeme moslim wordt neergezet. Er duikt een foto op van Obama in Afrikaanse klederdracht. De dirty war wordt blijkbaar alleen nog maar op internet uitgevochten.

Voor de duidelijkheid: er woeden twee soorten mailoorlogen. Een daarvan is een reguliere mailoorlog van kandidaat tot kandidaat. Met open vizier. De ander is een sluipmailvariant, adres onbekend, en onder de gordel. In die oorlog is Obama verbazend veel het slachtoffer.

De eerste variant is zo oud als de weg naar Rome, al was in de Romeinse tijd het gebruik van e-mail uitermate beperkt. Kandidaten stuurden in de vorige eeuw al met wisselend succes brieven het land rond waarin de politieke opponent werd beschuldigd van zaken die de opponent nooit had begaan. Meestal werd er zoveel gegoocheld met cijfers of beleidsvoorstellen dat zelfs hoogleraren moeite hadden het oorspronkelijke standpunt van een kandidaat terug te herkennen. Of er werden – andere werkwijze – telefoontjes gepleegd waarin van alles werd geïnsinueerd.

Voorbeelden te over. In 2000 werd John McCain onderuit geschoffeld in South Carolina dankzij telefoontjes waarin de kiezer wijs werd gemaakt dat McCain een buitenechtelijk kind had en door de martelingen in Vietnam zo goed als ontoerekeningsvatbaar was geworden. In mails, maar later ook gewoon in de krant werden eveneens in 2000 de verhalen herhaald dat Al Gore zo'n fantast was, die het internet zei te hebben uitgevonden en eigenhandig het vervuilde plaatsje Love Canal had aangepakt. Allemaal aanwijsbare onzin, maar herhaling en een gebrek aan weerlegging waren doeltreffend.

Dit seizoen zijn vooral Clinton en Obama druk met het rondsturen van mailtjes waarin een parodie op het beleid van de tegenstander wordt beschreven om de kiezer ervan te overtuigen om toch vooral op de mailverstuurder te stemmen. Eerder in de campagne gebeurde datzelfde onder andere tussen Mitt Romney en John McCain, dus de tactiek is niet voorbehouden aan Democraten. Voordeel van dit soort mails is dat verschillende websites (probeer bijvoorbeeld eens www.factcheck.org, van het Annenberg Public Policy Center, van de University of Pennsylvania) de mails onderzoeken en eenvoudig feit en fictie weten te scheiden.

De kettingbriefmails waarin dus vooral Obama wordt aangevallen, zijn moeilijker te bestrijden. Vrijwel elke dag moet de Democraat vragen uit het publiek beantwoorden: is hij wel een patriot? Er gaat een mail rond waarin er schande van wordt gesproken dat Obama bij het uitspreken van de pledge of allegiance (trouw aan de vlag) zijn hand niet op zijn hart houdt. De mail gaat gepaard met een foto waarop hij samen met Hillary Clinton en Bill Richardson staat, die wel de hand op het hart houden. Maar de foto is genomen tijdens het zingen van het volkslied en zoals Obama al op tweejarige leeftijd van zijn opa leerde: hand op het hart bij de pledge of allegiance en meezingen met het volkslied. Weinig aan de hand dus.

Maar kwalijker en desondanks onuitroeibaar is de kettingbrief waarin Obama geschetst wordt als stiekeme moslim die president wordt en dan de VS van binnenuit kapot zal maken. In de mail wordt gesteld dat zijn vader een militante moslim was (niet waar) en dat hij in Indonesië op een radicale moslimschool zat (niet waar) en dat hij gezegd had ooit moslim te zijn geweest (niet waar) en dat hij ingezegend was als Senator met zijn hand op de Koran (ook niet waar). Het is een kettingbrief, komt dus van een bekende en wordt dus gelezen, inmiddels door miljoenen. En Obama kan er weinig anders aan doen dan blijven ontkennen. Maar twijfelaars zullen door zo'n mail alleen maar meer gaan twijfelen. Dit is de mail die Obama het meest in de problemen kan brengen in het stemhokje. Onderhuids en onder de gordel. Erg moeilijk te stoppen.

Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com