AVROTROS

Van ansichtkaart tot oorlogsbuit

Er is ophef ontstaan over een in de oorlog gestolen voorwerp. Het gaat dit keer niet over een schilderij of peperduur sierraad, maar om een stukje karton. Een ansichtkaart om precies te zijn. Niet eens zo' n hele bijzondere; het is een nieuwjaarskaartje waarvan er in de jaren dertig van de vorige eeuw massa's gedrukt zijn. En de postzegel die erop zit geplakt is ook niet eens zo heel uniek. Gewoon een alledaags zegeltje, met een stempel erop, dus sowieso al niet interessant voor de die-hard verzamelaar. Ware het niet dat er een naam opgeschreven staat; Anne Frank. Door Anne Frank zelf neergepend, zeggen onderzoekers. En dus is het stukje karton geld waard. En daar begint de ellende.

De kaart werd dit voorjaar bij toeval ontdekt in een doos vol oude ansichtkaarten bij een antiquair in Naarden. De zoon van de antiquair, directeur van een basisschool, liet de kaart vol trots aan zijn leerlingen zien. De media kregen hier lucht van (ook EénVandaag) en de kaart werd plotseling wereldnieuws. De Anne Frank Stichting bevestigde de authenticiteit van de kaart en het handschrift en liet weten de kaart graag te willen hebben. Ze maakten zich zorgen of de kaart namelijk wel in goede handen was bij de antiquair en zijn zoon en de plakkerige handjes van de basisschoolkinderen. Ook waarschuwden ze dat de kaart niet in de etalage van de antiekwinkel geplakt moest worden, want dan zou het zonlicht alles ruïneren.

De antiquair liet weten heus wel goed op de kaart te passen, er zat een plastic mapje omheen en hij zou hem niet in het volle zonlicht hangen. Aan de Anne Frank Stichting wilde hij hem liever niet geven, want daar had hij al eens schoolschriften van Anne Frank aan geschonken, en die waren vervolgens ondankbaar in een stoffig archief verdwenen waar niemand ze kon bezichtigen. Nee, de antiquair wilde de ansichtkaart veilen. Want als iedereen er zo in geïnteresseerd is, is er vast ook wel iemand die er veel geld voor over heeft. En een antiquair is en blijft een handelaar. Prima, eind goed al goed, zou je denken. De Anne Frank Stichting doet een leuk bod op de kaart en zo kan iedereen tevreden weer zijns weegs gaan. Totdat de kaart ineens fout blijkt te zijn.

De Anne Frank Stichting heeft namelijk de zus gesproken van het meisje aan wie Anne de kaart heeft geschreven. Deze inmiddels 83-jarige vrouw heeft al haar familie, inclusief haar zusje, verloren in de vernietigingskampen van de Tweede Wereldoorlog. Het ouderlijk huis trof ze na de oorlog leeggeroofd aan. De hele inboedel was weg, zodat ze geen enkele tastbare herinnering meer heeft aan haar uitgemoorde familie. Totdat ze 63 jaar later hoort dat er een ansichtkaart is gevonden die haar zus heeft gekregen van Anne Frank. De kaart moet afkomstig zijn uit haar ouderlijk huis. Hij is met alle andere spullen uit het huis geroofd en kan dus gezien worden als oorlogsbuit. De zus wil de kaart, het enige dat er nog over is van haar familie, terug, zonder ervoor te moeten betalen natuurlijk. Klik hier voor het interview dat wij met haar hadden.Het veilinghuis wil van schrik de kaart niet meer veilen. Dat doe je niet met oorlogsbuit. De antiquair is ook geschrokken. Vooral omdat hij ineens wordt neergezet als een halve oorlogsmisdadiger. Maar hij wil de kaart niet zomaar teruggeven; hij heeft er zelf immers te goede trouw geld voor betaald toen hij de kaart eind jaren 50 samen met andere spullen in een doos op het Waterlooplein heeft gekocht. Bovendien is hij bang dat de kaart via de mevrouw uiteindelijk toch weer in hetzelfde stoffige archief terechtkomt waar de door hem gegeven schoolschriften ook ergens moeten liggen. Hij heeft een ander idee; bij het uitpluizen van de doos waar de kaart in was gevonden, doken twee andere ansichtkaarten op, ook gericht aan de zus van de mevrouw. Deze kaarten waren verstuurd door familieleden die er hele verhalen op hadden geschreven, in tegenstelling tot Anne, die alleen haar naam er op had gezet. Mevrouw mag deze twee kaarten komen ophalen, gratis en voor niks. Zo heeft ze toch nog een herinnering aan haar zusje en familieleden. Maar de kaart van Anne Frank niet. Die is veel geld waard.

De mevrouw wil alleen de kaarten ophalen als ze ze alledrie meekrijgt. Principekwestie. Voor haar zijn alledrie de kaarten evenveel waard; namelijk een herinnering aan haar zusje dat omkwam in een concentratiekamp. De wetenschap dat zij die kaarten met blijdschap heeft ontvangen, heeft gelezen, heeft vastgehouden. De wetenschap dat de kaarten uit het ouderlijk huis zijn geroofd.

Voor tijdens de oorlog geroofde schilderijen en dure kunstvoorwerpen zijn aparte regelingen in het leven geroepen om ervoor te zorgen dat ze bij de rechtmatige eigenaar terugkwamen. Voor ansichtkaarten bestaat zoiets helaas niet. Maar eigenlijk, als je even goed nadenkt, zou dat ook niet moeten hoeven. Wie wil er nu geld verdienen aan de geschiedenis van twee meisjes die op een gruwelijke manier in een concentratiekamp aan hun einde zijn gekomen?