
Spermadonor Frank (68) wilde niet langer anoniem blijven, nu heeft hij contact met zes donorkinderen
Frank (68) doneerde in de jaren tachtig en negentig zaad om mensen met een onvervulde kinderwens te helpen. Anonimiteit was in die tijd de norm. Door de jaren heen is hij van gedachten veranderd, nu heeft hij met zes donorkinderen contact.
In 1988 las Frank Slijper, toen dertig jaar oud en vrijgezel, in de lokale krant een oproep van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam. Er was een groot tekort aan zaaddonoren. 'Voor mij was anonimiteit een voorwaarde om het te doen", herinnert Frank. "Dat gold voor veel donoren. Het was de tijdgeest."
Twijfels
Toen hij jaren later televisieprogramma's zag waarin kinderen hun biologische vader zochten en hij zelf ook kinderen kreeg, begon hij daar anders naar te kijken. "Ik vond het steeds idioter dat een kind niet zou mogen weten wie ik was en mij niet kon vinden." Hij besprak zijn twijfels met zijn toenmalige vrouw die hem aanmoedigde zijn anonimiteit op te heffen.
Jarenlang was anoniem doneren de standaard, maar sinds 2004 is dit verboden voor klinieken. Donoren moeten nu instemmen met de registratie van hun persoonsgegevens. Donorkinderen kunnen vanaf hun 12e verschillende gegevens van hun donor opvragen, zoals lengte, haarkleur of opleiding. Vanaf hun 16e kunnen donorkinderen ook persoonsgegevens opvragen, zoals de naam en woonplaats van de donor.
Wettelijk recht
Personen die na deze datum via een kliniek zijn verwekt, hebben dus het wettelijke recht om te weten van wie zij afstammen. Naar schatting zijn er zo'n 40.000 mensen voor die tijd met behulp van een anonieme donor geboren. Die donoren mogen zelf beslissen of ze zich bekendmaken aan hun donorkinderen.
Frank heeft die keuze dus gemaakt. 20 jaar later, in 2019, kreeg hij een aangetekende brief van een donorkind dat naar hem op zoek was en graag kennis wilde maken. "Het is uiteindelijk aan het donorkind om te bepalen of en in welke mate het contact wil."
Niet meer dan een donor
Frank zegt dat zijn donorkinderen allemaal zijn opgegroeid bij heterostellen en al een vader en een moeder in hun leven hebben. "Als ik dan na dertig jaar om de hoek kom kijken, speel ik geen rol die ook maar in de buurt komt van die van een vader. Dat hoeft ook niet. Ik ben niet meer dan een donor."
Esmee (25) is het laatste donorkind met wie Frank in contact is gekomen. Ze vond hem via MyHeritage, de commerciële DNA-databank waarmee je via je eigen DNA (verre) familieleden over de hele wereld kunt opsporen. Ze googelde hem meteen en vond een foto.
Mailcontact
"Ik heb altijd gezegd dat het voor mij voldoende zou zijn om een foto van mijn donorvader te zien. Ik hoefde hem niet per se te leren kennen", vertelt Esmee. Toch besloot ze hem een bericht te sturen. Er ontstond mailcontact. "Ik kwam erachter dat het zo'n sympathieke man was, dat ik toch erg benieuwd naar hem werd. Ook mijn vader moedigde me aan om contact te zoeken. Hij zei dat hij er over een paar jaar misschien niet meer zou zijn."
Inmiddels is het een jaar geleden dat Frank en Esmee elkaar voor het eerst hebben ontmoet. "We lijken ook qua karakter op elkaar. We zijn allebei erg empathisch en gevoelig. Ik ben blij dat hij ook mijn twee dochters heeft ontmoet." Daarnaast heeft Esmee contact met andere donorkinderen en met de kinderen van Frank.
Geheim
Frank heeft naar schatting zo'n 25 kinderen verwekt. De kans is groot dat een deel van hen, inmiddels volwassen, niet weet dat ze donorkind zijn. In de jaren waarin Frank doneerde, adviseerden ziekenhuizen zelfs aan heterostellen om het gebruik van donorzaad geheim te houden.
Frank hoopt dat ouders die dit al die jaren hebben verzwegen, maar inmiddels op leeftijd zijn, het hun kinderen alsnog vertellen. "Ik zou die ouders willen zeggen dat ze echt niet bang hoeven te zijn. De loyaliteit aan ouders is onvoorwaardelijk. Geen van mijn donorkinderen is mij als vader gaan zien. Volkomen begrijpelijk, ze hebben al een vader."
Hele leven voorgelogen
Sinds enkele jaren is Frank bestuurslid van Stichting Donorkind. Daar spreekt hij regelmatig mensen boven de vijftig die er opeens achter zijn gekomen dat ze donorkind zijn. "Dat is vaak schrijnend. Ze hebben het gevoel dat ze hun hele leven zijn voorgelogen."
Esmee is het daarmee eens. Zij weet al sinds haar achtste dat ze een donorkind is. Toen haar ouders uit elkaar gingen, besloten ze het haar te vertellen. Eerder hadden ze afgesproken daarmee te wachten tot haar achttiende. "Ik ben heel blij dat ik het toen al heb gehoord. Mijn vader is gewoon mijn vader. Dat heeft daar niets aan veranderd. Ik vind dat ouders hier eerlijk over moeten zijn. Ik was er op mijn achtste zelfs boos over dat ik het niet eerder had geweten."
Zelf de regie houden
Er zijn tienduizenden donorkinderen geboren in de tijd dat anoniem doneren nog de norm was, daarom is FIOM, expertisecentrum op het gebied van donorconceptie, een campagne gestart. De organisatie roept ouders op die hebben gezwegen over het gebruik van een donor, dit alsnog te vertellen.
Jelmer Soes van FIOM hoopt dat veel ouders de spannende stap durven te zetten. "Het is belangrijk dat mensen beseffen dat je door DNA-databanken als MyHeritage heel eenvoudig en soms bij toeval kunt ontdekken dat je vader niet je biologische vader is", zegt hij. "Daarom is onze oproep: voer het gesprek en houd zo zelf de regie." FIOM biedt ouders die hiermee worstelen ook ondersteuning.