Beeld ter illustratie: een nieuwkomer werkt in de keuken van een restaurantBron: Unsplash/Pylyp Sukhenko
Beeld ter illustratie: een nieuwkomer werkt in de keuken van een restaurant

Nieuwkomers direct laten meedraaien: in restaurant van Dick werkt dat goed

Maak favoriet

Het talent van nieuwkomers in Nederland wordt op grote schaal verspild. In de asielprocedure gaat kostbare tijd verloren en werk laat zich in de praktijk vaak lastig combineren met taal en inburgering. Maar het kan wél, laat ondernemer Dick Knijn zien.

Uit het vandaag gepubliceerde advies van de Sociaal-Economische Raad (SER), het rapport 'Van aankomst naar toekomst', blijkt dat 8 jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning nog maar 59 procent van de statushouders betaald werk heeft. Dat cijfer moet en kán omhoog, volgens de SER.

Taalontwikkeling tijdens werk

"Het moet echt anders", benadrukt SER-voorzitter Kim Putters. De regels verschillen nu per groep: statushouders, Oekraïners, mensen die nog in procedure zitten. "Maar voor al deze groepen geldt dat eerder in beeld moet komen wat iemand kan en wil."

"Werk of opleiding kan dan samengaan met taalontwikkeling", ziet hij. "De eerste baan hoeft niet ideaal te zijn, zo lang het maar opstap biedt naar werk dat past bij iemands talenten en ambities."

'Zingeving is belangrijk'

Terwijl landelijke instanties overleggen over beter beleid, heeft ondernemer Dick Knijn uit het West-Friese Opmeer zelf het initiatief genomen binnen een pilot in de gemeente. Hierdoor werken nu vier nieuwkomers in zijn restaurant, onder wie timmerlieden en keukenhulpen uit Syrië.

Ik ben een stuk blijer als mensen bij mij aan het werk zijn, dan dat ze door het dorp lopen en zich totaal nutteloos voelen.
ondernemer Dick Knijn

"Ik heb altijd gezegd: op het moment dat wij die mensen een kans kunnen bieden, dan moeten wij daar wat mee gaan doen", vertelt Knijn. "Ik ben een stuk blijer als mensen bij mij aan het werk zijn, dan dat ze door het dorp lopen en zich totaal nutteloos voelen. Zingeving is een van de belangrijkste dingen in het leven."

Brug tussen AZC en ondernemers

Het succes in Opmeer kwam onder meer van de grond dankzij een lokale pilot, waarbij een wervingsbureau actief de brug sloeg tussen het AZC in de gemeente en lokale ondernemers. Toch blijft de aanpak in Opmeer een uitzondering. Volgens de SER lopen vergelijkbare initiatieven in het land te vaak vast omdat ze afhankelijk zijn van incidenteel projectgeld of een paar bevlogen individuen.

"Opmeer laat goed zien wat mogelijk is als bewoners, ondernemers en organisaties met elkaar worden verbonden", vindt Putters. "Maar veel van die trajecten zijn tijdelijk en versnipperd. Gemeenten hebben bovendien geen vaste taak om asielzoekers en Oekraïense ontheemden naar werk te begeleiden."

Geldkraan gaat te vaak zomaar dicht

Daardoor verschilt de aanpak sterk per regio, en dat moet anders volgens Putters. "Laten we vooral leren van wat werkt en terugkerende knelpunten wegnemen. Met een brede intake, een herkenbaar aanspreekpunt en goede afspraken over begeleiding kunnen voorbeelden als Opmeer op veel meer plaatsen de normale werkwijze worden."

De SER adviseert daarom om gemeenten een wettelijke taak, toestemming en structurele financiering te geven om alle nieuwkomers vanaf de eerste dag actief naar werk te begeleiden. Dat de geldkraan voor lokale projecten nu nog te vaak zomaar dichtgaat, is de gemeente Opmeer een doorn in het oog. De lokale pilot bewijst zijn nut op de werkvloer, maar om dit duurzaam vol te houden is Den Haag aan zet, vindt de verantwoordelijke wethouder.

MKB'ers hebben behoefte aan begeleiding

Vooral kleinere ondernemers lopen in de praktijk tegen bureaucratische muren op. Het regelen van de papierwinkel, vergunningen en de juiste begeleiding schrikt veel MKB'ers af.

"Voor kleine ondernemers is het lastiger om werving, regels en begeleiding zelf te organiseren", erkent de SER. "Zij moeten kunnen rekenen op één herkenbaar aanspreekpunt. Dat helpt vervolgens bij het vinden van een kandidaat, geeft uitleg over regels en blijft ook na de start beschikbaar. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid: de overheid zorgt voor duidelijke regels, gemeenten organiseren ondersteuning en werkgevers zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden."

Hulp voor ondernemers

Ook ondernemer Dick Knijn ziet dat de huidige situatie te veel van werkgevers vraagt: "Het regelwerk is echt een enorm gedoe. We hebben een traject nodig dat mensen begeleidt die echt kans hebben om hier te mogen blijven: in de taal, de gewoontes en omgangsvormen." Volgens hem moeten regels - hij noemt op tijd komen als voorbeeld - aan hen worden verteld. "Daar heb je als werkgever hulp bij nodig."

"Er zijn natuurlijk ook mensen van wie je kunt denken: jongens, dit is niet de toegevoegde waarde die we zoeken. Daar moeten we eerlijk in zijn." Maar de overgrote meerderheid wil heel graag meedoen in onze maatschappij, zegt hij. Wat wel een gigantische barrière vormt, is de taal.

Psychische trauma's

Hij gaat verder: "En dan zijn er de psychische trauma's die sommigen met zich meedragen. Dat is echt een serieus probleem. Daar kunnen wij als werkgever, maar ook mijn medewerkers, deze mensen niet bij helpen, hoe graag we dat ook zouden willen."

Een belangrijk speerpunt uit het SER-rapport is om werk, taalonderwijs en inburgering direct te combineren, zodat mensen niet jarenlang hoeven te wachten voordat ze aan de slag kunnen. Op de vraag of een werkgever wel zit te wachten op een personeelslid dat midden in de werkweek weg moet voor taalles, reageert ondernemer Knijn praktisch. "Als ik weet dat ze er die dag niet zijn, dan kan ik daar gewoon op plannen."

Directe combinatie werk en taal

Volgens hem is het door de onregelmatigheid nu vaak onduidelijk op welke dag iemand les heeft. "Zet ze gewoon een vaste dag in de week op Nederlandse les. 8 uur op een dag naar school, ja, laat ze dat doen. Net zo goed als dat ze de andere dagen bij mij werken, dan is het helder."

Knijn ziet de financiering van zo'n traject voor nieuwkomers als een gezamenlijke investering. "Ik ben als ondernemer bereid om daaraan mee te betalen. Als we dat vanuit de gemeente en het Rijk met z'n drieën doen en we kunnen daar de winst uit halen, dan is iedereen blij. Ik krijg een goede werknemer, het Rijk heeft minder mensen in de bijstand en het kost onderaan de streep minder geld."

Advertentie via Ster.nl