Sjef woont al 15 jaar gedwongen in een 'gewoon' huis, maar hij wil terug naar het kampBron: EenVandaag
Sjef woont al 15 jaar gedwongen in een 'gewoon' huis, maar hij wil terug naar het kamp

Nationale Ombudsman slaat alarm over discriminatie woonwagenbewoners: 'Diep triest hoe ze ons hebben weggestopt'

Maak favoriet

Sinti, Roma en reizigers worden telkens weer geconfronteerd met discriminatie, en de overheid doet daar veel te weinig tegen. Sterker nog: de negatieve beelden leven ook binnen de overheid. Dat schrijft de Nationale Ombudsman in een brandbrief.

Volgens Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen worden Sinti, Roma en reizigers niet als individu behandeld, maar beoordeeld op negatieve beelden over de groep waartoe ze behoren. Dat raakt volwassenen en kinderen: op de arbeidsmarkt, op school en in hun mogelijkheden om te wonen op een manier die bij hun cultuur past, schrijft hij in een rapport.

Opgegroeid op kamp

Veel mensen uit deze groep voelen zich daardoor niet geaccepteerd en houden hun cultuur verborgen. Sjef Hertogs uit Helmond herkent dat. "Je bent en blijft gewoon een kampbewoner, ook al doe je nog zo je best." Hij is geboren in een woonwagenkamp en groeide er op tussen zijn familie. "Je woonde in een hele kleine gemeenschap."

Zijn vader en opa reisden vroeger nog rond, met een houten wagen van dorp naar dorp. Ze verdienden onder andere hun geld met het slijpen van scharen. Maar echt welkom waren ze niet, vertelt Sjef. "Toen mijn grootvader reisde mocht hij nooit in de dorpen staan, hij moest altijd apart. Op een vuilnisbelt of dat soort plekken."

Semi-strafkamp

In 1968 veranderde de wet en mocht reizen niet meer. De wet was bedoeld om de maatschappelijke positie van de reizigers te verbeteren en ze uiteindelijk in een woning te krijgen. Ze werden bij elkaar in kampen gezet. Zo ook de familie van Sjef, hun kamp lag ingeklemd tussen een autoweg, spoorlijn, munitiedepot en sloopterrein.

Als je erop terugkijkt, is het heel diep triest hoe ze ons hebben weggestopt.
Sjef over woonwagenkampen van vroeger

Bij de ingang was een slagboom en een post. "Daar zat een oud-politieman in", zegt Sjef. "Als kind sta je er niet bij stil, maar in feite was het een soort semi-strafkamp. Mijn grootvader en zijn zwager waren ontsnapt uit een gevangenenkamp. Die dachten: nu zitten we weer in een gevangenenkamp. Als je erop terugkijkt, is het heel diep triest hoe ze ons hebben weggestopt."

'Genormaliseerde discriminatie'

De ombudsman weet uit onderzoek dat Sjefs gevoel ook bij anderen leeft. Maar hij mist bij de overheid 'een gevoel van urgentie' om die 'structurele en haast genormaliseerde discriminatie' aan te pakken. De overheid bekijkt deze gemeenschappen volgens hem te vaak 'door een veiligheidsbril'.

Sjef herkent dat beeld. Hij werkte 25 jaar in het magazijn van een supermarktketen en in het begin vertelde hij niet dat hij van het kamp kwam. "Niet dat ik me daarvoor schaam. Integendeel, ik ben trots op mijn afkomst. Maar ik wil behandeld worden als wie ik ben als persoon, en niet bevooroordeeld om waar ik geboren ben."

'Jij komt toch van het kamp?'

Toen Sjefs afkomst later bekend werd bleef het onderwerp terugkomen. "Bij een functioneringsgesprek vroeg zo'n manager als eerste: 'Jij komt toch van het kamp, hè?' Er was dan een soort botsing in hun hoofd: hij komt van het kamp, hoe kan dat?"

"Dat is heel typerend en ook heel confronterend. Dan denk je: zo denken mensen dus over ons." Hij maakt dit al bijna zijn hele leven mee. Zo mochten vriendjes van judo nooit bij hem op het kamp komen spelen van hun ouders. "En toen er voor het eerst een pizzabezorger op het kamp kwam, bleef die maar rondrijden. Hij durfde niet stil te staan. Hij zei: 'Dadelijk halen ze de wielen onder mijn auto vandaan.'"

'Niet mijn huis'

Zelf woont Sjef nu al zo'n 15 jaar in een 'gewoon' huis. Door privéomstandigheden moest hij weg van het kamp waar hij woonde en nergens anders was een plek vrij. "Van de een op de andere dag kom je dan in een huis terecht. Dat is gewoon verschrikkelijk."

"Ik ben een woonwagenbewoner, dat is mijn identiteit. Wij wonen in woonwagens, niet in huizen." Wat hij mist, kan hij moeilijk onder woorden brengen. "Het is een gevoel diep van binnen dat je eigenlijk niet op je plaats bent. Dit is een huis, maar het is niet mijn thuis."

Kampen bewust 'uitsterven'

Voor hem begint de discriminatie bij de overheid. En dan vooral bij het uitsterfbeleid, waarmee gemeenten jarenlang woonwagenkampen lieten verdwijnen. "Met één pennenstreek hebben ze onze identiteit willen afpakken. Ze zeiden: 'Hoe jullie wonen is achterhaald, jullie moeten allemaal in huizen wonen.' Gedwongen assimilatie, dat is wat ze letterlijk hebben gedaan."

Het beleid is inmiddels afgeschaft, maar volgens Sjef is er vooral uitstel voor in de plaats gekomen. "In de praktijk doen ze nog steeds weinig tot niks voor ons. Ze willen het minimale doen, terwijl het maximale nodig is. Er is een herstel en een inhaalslag nodig." Ook de Nationale Ombudsman schrijft dat de overheid verplicht is die achterstelling te herstellen.

'Minder dan tweederangsburger'

Sjef staat bijna 10 jaar op de wachtlijst voor een standplaats op een van de kampen. Zijn vader wacht al 11 jaar en ook zijn twee zoons staan op de lijst. Ondertussen ziet hij in Helmond de ene na de andere nieuwbouwwijk uit de grond gestampt worden.

"De afgelopen 15 jaar zijn hier 5.000 huizen gerealiseerd tegenover nul staanplaatsen", stelt hij vast. "Je voelt je eigenlijk nog minder dan een tweederangsburger. Ze zijn overal bezig met bouwen, bouwen, bouwen. Maar voor ons willen ze willens en wetens niks doen."

Antidiscriminatiebeleid

Ombudsman Van Zutphen roept het kabinet op om een samenhangend antidiscriminatiebeleid te voeren voor Sinti, Roma en reizigers. Ook moet deze groep erkend worden als nationale minderheid, zegt hij. Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) laat weten de conclusies en aanbevelingen zeer serieus te nemen en komt later met een inhoudelijke reactie.

BZK coördineert de landelijke aanpak van discriminatie, maar benadrukt dat afzonderlijke ministeries verantwoordelijk zijn voor hun eigen beleidsterrein. Zo ligt discriminatie op basis van afkomst bijvoorbeeld bij Sociale Zaken. Het ministerie zegt wel dat de aanbevelingen uit het rapport gezamenlijk zullen worden opgepakt.

Meer woonwagenplekken?

In het rapport van de ombudsman staat ook dat de landelijke overheid samen met gemeenten het tekort aan woonwagenplekken moet oplossen. Daar is het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) dan weer verantwoordelijk voor.

Dat ministerie zegt dat de rijksoverheid gemeenten niet rechtstreeks dwingt om standplaatsen te bouwen, maar zij sinds juli wel verplicht zijn om de woonbehoefte van woonwagenbewoners in kaart te brengen en maatregelen te nemen. Volgens VRO krijgen gemeenten daar ondersteuning bij, en 7.000 euro voor iedere nieuwe standplaats.

Advertentie via Ster.nl