
Meer dan veertig kinderen in 20 jaar: pleegmoeder Carla merkt hoe het steeds moeilijker wordt
Een kind dat niet van jou is in huis nemen? Steeds minder Nederlanders willen pleegouder worden. Carla Hegen (53) snapt waarom. Zij doet het al 20 jaar en kan vertellen dat het af en toe erg zwaar is. Toch doet ze het nog altijd met veel liefde.
'Waarom zouden we nog meer kinderen maken als we ook pleegkinderen in huis kunnen nemen?', vroeg Carla zich 20 jaar geleden af. Er zijn zoveel kinderen die het thuis minder goed hebben, waarom helpen we die niet gewoon, dachten zij en haar toenmalige partner. Inmiddels is Carla, in een tijd waarin steeds minder mensen nog pleegouder willen worden, zelfs alleenstaande pleegmoeder. "Ik heb er denk ik wel veertig in huis gehad."
Kind warmte bieden
"We begonnen eerst met vakantieopvang", weet Carla nog over hoe het voor het eerst ging. "Dat was niet via de pleegzorg, maar gewoon via een organisatie die vakanties regelde voor Nederlandse kinderen. Die kwamen dan in de zomer bij ons thuis en dat vonden we eigenlijk al best snel erg leuk."
Tijdens die vakanties wilde Carla de kinderen iets geven wat ze vanuit huis vaak niet gewend zijn: warmte. "Door bijvoorbeeld gewoon spelletjes te doen of met elkaar aan tafel te eten." Voor sommige kinderen is dat de normaalste zaak van de wereld, maar voor velen ook niet. "Het zijn van die dingen waarvan je denkt: als een kind hier niet mee in aanraking komt, heeft het ook de kans niet om later andere keuzes te maken."
Aandacht, tijd en rust
De kinderen genoten ervan, weet Carla nog over die vakanties. "Ik kon de waardering in hun gezicht zien. En ze lieten ook weten dat ze vaker wilden komen." Zelf vond ze het vooral mooi om te zien hoe de kinderen tijdens de vakantie steeds meer rust uitstraalden. "Het was dat stukje aandacht en rust dat ze thuis niet kregen."
Het was dat stukje aandacht en rust dat ze thuis niet kregen.Carla stelt haar huis open voor kinderen die het thuis minder goed hebben
Achteraf omschrijft ze die vakanties als een 'opstapje' naar het pleegouderschap. "Ik stopte met werken omdat ik de zorg voor mijn eigen twee kleine kinderen meer op mij wilde nemen", vertelt Carla. "En daarmee kwam natuurlijk ook ruimte vrij om pleegouder te worden."
Crisisopvang
"Op een gegeven moment namen we toen, omdat we die vakanties zo leuk vonden, dus een pleegkind in huis", gaat Carla verder. "Maar we wilden niet per se langdurige plaatsingen."
Samen met haar toenmalige partner gaf ze daarom bij de pleegzorg aan dat ze vooral crisisopvang wilden doen. De kinderen blijven dan vaak tussen de 4 en 6 weken in huis bij een gezin.
Stabiliteit geven
"We hadden meer het idee om een plek te zijn waar een kind dan tijdelijk terecht zou kunnen voordat hij of zij terug naar huis gaat of een langdurige plek heeft gekregen." Het idee was vooral dat Carla in die tijd met 100 procent aandacht voor het kind kon zorgen.
"Ik probeerde toen - en nog steeds - dan alles in het belang van het kind te doen", legt de pleegmoeder uit. "Ik probeer ze die stabiliteit weer te geven. En in een korte tijd kun je best veel bereiken, weet ik nu uit ervaring."
'Nacht en ontij'
Door de jaren heen kreeg Carla hierdoor veel verschillende kinderen over de vloer. Vaak voor een paar weken, maar soms ook voor een nachtje. "Want ik deed ook 'nacht en ontij', dan kun je zomaar op elk moment door de politie of jeugdzorg opgebeld worden omdat kinderen ergens aangetroffen worden."
Vaak heeft er dan 's avonds laat een escalatie plaatsgevonden in een gezin, vertelt ze. De kinderen moeten op dat moment in veiligheid gebracht worden. "Dus dan word je 's nachts je bed uitgebeld en heb je een uur later een aantal kinderen voor je deur staan."
Afscheid nemen
Kinderen, van baby's tot tieners, die thuis niet veilig waren en soms op blote voeten voor de deur stonden: ze konden allemaal bij Carla terecht. Maar vaak bleven ze dus niet lang. "En ja, aan de ene kant koos ik bewust voor de crisisopvang. Maar als een kind weer weggaat, is dat soms wel verdrietig."
Vooral in het begin had de ploegmoeder daar nog weleens last van. "Nu kan ik het vrij makkelijk afsluiten als ze over de drempel stappen. Ik weet dat ik mijn stukje dan heb gedaan."
Advies geven
Want, gaat ze verder: "Als je in die 4 weken heel intensief voor een kind zorgt, dan kun je binnen die weken wel al heel veel vertellen over wat het kind verder nodig heeft qua zorg en wat voor plaatsing het beste bij hem of haar past."
De eerste keer was dat nog wel moeilijk. "Maar nu weet ik goed hoe het werkt en kan ik het allemaal beter inschatten." Uiteindelijk helpt dat dan ook bij het loslaten, weet Carla. Ze heeft als pleegmoeder gedaan wat zij kon, en heeft ook advies kunnen geven over waar het pleegkind vanuit haar huis verder het beste naartoe kan. "Het is iets wat bij mij past en wat ik goed kan."
'Waarom gaan ze steeds weg?'
Al ging dat loslaten van de pleegkinderen Carla iets makkelijker af dan haar twee biologische kinderen. "Die zeiden op een dag tegen mij: 'We hebben steeds leuke kinderen in huis, maar we vinden het niet leuk dat ze steeds weer weggaan.'"
Na jaren besloot Carla dus om te kijken of het toch mogelijk was om een pleegkind langer bij zich te houden. "Toen hebben we gezegd: 'Als er een kind bij ons geplaatst wordt en we hebben er echt een hele goede klik mee, dan willen we die graag een langdurige plek aanbieden."
Moeder van 4 kinderen
En die kwamen er. Want nu, als alleenstaande pleegmoeder, heeft Carla al bijna 13 jaar twee pleegkinderen langdurig in huis. "Dat is eigenlijk gegroeid en was niet direct een bewuste keuze", vertelt ze.
"Toen het eerste kindje kwam, meer dan 10 jaar geleden, was eigenlijk al snel duidelijk dat het waarschijnlijk voor langere tijd zou zijn. Het tweede kindje is van dezelfde moeder, dus daar hebben we een extra plekje in huis voor gemaakt", vertelt Carla. "Ik wilde graag dat ze samen zouden opgroeien."
Met het hele gezin
Ze is nu dus moeder van vier én haar deur staat nog steeds open voor andere kinderen die een veilig thuis nodig hebben. "Maar ook dat is wel iets wat we als gezin nog steeds echt met elkaar doen."
"Ik kan mijn kinderen, wanneer er een crisissituatie is, niet verplichten om daarin mee te werken." Het gaat allemaal in goed overleg, legt Carla uit. "Ik kan niet zeggen: 'Jij gaat nu op de bank slapen, want er staan vier kinderen op de stoep die in jouw bed moeten.'"
Minder pleegouders
Na meer dan 20 jaar ervaring als pleegmoeder heeft Carla veel zien veranderen. Uit recente cijfers van Jeugdzorg Nederland blijkt bijvoorbeeld dat er in 2025 nog maar 13.000 pleegouders in Nederland waren. Terwijl dat er 4 jaar eerder nog ruim 17.000 waren.
Dat er minder belangstelling is voor het pleegouderschap, snapt Carla heel goed. "Ik heb tussen de veertig en vijftig tijdelijke plaatsingen gehad. En in misschien 75 procent van die gevallen was er altijd gedoe, om het zo maar even te zeggen. En dat was niet vanwege de kinderen maar door alle instanties er omheen. "
Niet serieus genomen
Pleegouder zijn doet ze met veel liefde, benadrukt Carla. Maar er zijn ook veel dingen waar ze - ook als ervaren pleegmoeder - tegenaan loopt. "Soms voelde ik mij niet serieus genomen. En ik merk zelf en zie om mij heen dat het de laatste paar jaar ook lastiger is geworden. Mijn 'vaste' pleegkinderen wonen bijvoorbeeld vanaf hun geboorte hier, die gaan ook niet meer terug."
Die horen bij het gezin en dat willen ze ook, benadrukt Carla. "Kinderen willen opgroeien als ieder ander kind, ze willen niet het stempel 'pleegkind' hebben. En ja, het kan fijn zijn om erover te praten als ze dat willen, maar naar mijn idee moet dat niet onder dwang. Als ze bijvoorbeeld telkens een-op-een-gesprekken moeten voeren met een voogd, dan krijgen ze het gevoel dat ze niet als alle kinderen zijn", legt de pleegmoeder uit. "Het maakt ze kwetsbaar."
Onder een vergrootglas
Wel snapt ze de achterliggende gedachte. De afgelopen jaren zijn er meerdere pleegouders geweest die negatief in het nieuws kwamen. Heftige zaken zoals die van het mishandelde pleegmeisje uit Vlaardingen haalden het nieuws. "Daar is dan inderdaad gewoon niet voldoende gedaan om het meisje te beschermen", ziet Carla.
"Maar nu liggen alle pleegouders onder het vergrootglas." De contacten met instanties worden formeler, zegt Carla. "Terwijl ik juist denk dat ongedwongen contact veel meer zicht geeft op (het welzijn van, red.) de kinderen. Het voelt nu soms alsof ze denken dat je van plan bent je kind te gaan mishandelen."
Stevig in je schoenen staan
Wil je pleegouder worden - met een partner of alleen - moet je stevig in je schoenen staan, zegt Carla. "Je moet echt weten waar je aan begint. Ik ken veel mensen die ermee in de knoei komen omdat ze voelen dat ze als pleegouders weinig serieus genomen. En dat is heel ingewikkeld als jij denkt te weten wat het beste is voor het kind."
Het kan je 'echt slopen' als je niet goed op jezelf en je gezin let, weet de pleegmoeder. "Je moet dus echt goed nadenken over waar je je grenzen wil stellen voor jezelf en voor je kinderen, en hoe ver je ergens in wil meegaan."
Het kind voorop
Tegen de mensen die het pleegouderschap overwegen zet ze daarom: "Het is gewoon belangrijk om te onthouden dat je altijd in het belang van het kind dient en niet dat van jezelf, de ouders of een instelling. De mensen die bereid zijn om dat samen met de ouders de te doen, zonder over hen te oordelen, dat zijn de pleegouders die we nodig hebben."
"Dat zijn mensen die echt een steentje kunnen bijdrage." Want ondanks alles, blijft pleegouder zijn een mooi iets, benadrukt Carla. "En als je die insteek hebt, komt het ook in deze tijd goed met je als pleegouder."