Loes NoyBron: Loes Noy
Loes Noy

Loes en Maria delen een dochter: de een moest haar afstaan na de geboorte, de ander werd haar adoptiemoeder

Het was de realiteit van duizenden vrouwen tussen 1956 en 1984: onder grote druk moesten ze hun baby's afstaan. Zo ook Loes Noy (77), haar dochter groeide op bij adoptiemoeder Maria (81). Ze delen een dochter, maar leefden een heel ander leven.

"Toen mijn kind werd geboren, hielden ze er een laken voor. Ik heb haar niet gezien, niet gevoeld, niet geroken. De band is in één keer afgesneden", vertelt Loes. In een dorp 80 kilometer verderop wachtten Maria* en haar man al jaren op een kindje. Zij zouden uiteindelijk de baby van Loes opvoeden.

'Het mooiste kind'

Waar voor Loes de pijnlijkste periode uit haar leven begon, kon Maria haar geluk niet op. "We zeggen weleens: een kind komt uit de buik, maar bij ons kwam het vanuit het hart", vertelt Maria over haar dochter Sylvia.

"Toen we haar ophaalden en met haar thuiskwamen: het was het mooiste kind dat we ooit hadden gezien. De blijdschap was zo groot dat we toen niet zo erg hebben nagedacht over de achtergrond van het kind", weet Maria nog.

Voorgelogen

Beide vrouwen kwamen er jaren later pas achter dat ze door instanties waren voorgelogen, in een tijd waarin heel anders werd gedacht over vrouwen, kinderen en zelfbeschikking.

Loes was in 1968 namelijk pas 18 jaar toen ze zwanger werd, maar dat werd toen gezien als te jong om zelf keuzes te kunnen maken. "In die tijd was je pas volwassen als je 21 was", vertelt Loes.

Helemaal alleen

De ellende begon voor haar op het moment dat haar vader overleed, ze was toen 3 maanden zwanger. Een familielid werd als voogd aangesteld en die vond, net als andere mannen in de familie en de pastoor die langskwam, dat Loes afstand moest doen van het kind. "En mijn moeder was in die periode heel labiel, juist omdat ze weduwe was geworden. Dus daar had ik ook niks aan."

En de vader van Loes haar baby dan? Ook daar had ze niet veel steun aan. Hij had letterlijk en figuurlijk de benen genomen, vertelt ze. "Hij was naar België vertrokken." Van alle kanten werd Loes verteld dat ze niet geschikt was om een kind op te voeden en dat ze deze schande haar moeder niet kon aandoen.

5 maanden in een tehuis

Tijdens haar zwangerschap kwamen er mensen langs van Stichting De Opbouw, wat later Fiom is geworden, en de Raad voor de Kinderbescherming. De boodschap was elke keer hetzelfde: Loes kon haar kind maar beter afstaan. Haar dochter zou dan naar een fijn gezin kunnen dat veel beter voor haar kon zorgen.

Dat arme kind lag in een bedje in een tehuis.
Loes over de eerste maanden van haar dochter

Maar niets bleek minder waar. "Veel later heb ik begrepen dat mijn dochter 5 maanden in een tehuis heeft gezeten voordat ze geadopteerd werd", zegt Loes. "Dus hoezo; 'ze zat al veilig bij pleeggezin?' Dat arme kind lag in een bedje in een tehuis."

Afstandsmoeders

Loes hoort bij een groep vrouwen die later bekend is komen te staan als 'afstandsmoeders'. Uit recent onderzoek bleek dat het gaat om een groep van ruim 13.000 vrouwen die tussen 1956 en 1984 zijn gedwongen, of onder hele zware druk zijn gezet, om hun kind af te staan. De druk kwam vaak vanuit familie of de kerk, maar ook van instanties als de Raad voor de Kinderbescherming.

De laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor deze groep, maar daar is een flinke strijd aan vooraf gegaan. Afstandsmoeders, juristen en verschillende stichtingen zijn jarenlang bezig geweest om aandacht te vragen voor dit onrecht. En met succes: onlangs kondigde het kabinet aan dat het nog voor de zomer excuses wil aanbieden aan deze groep.

Nooit over nagedacht

"En ons was verteld dat Loes labiel was, te jong en niet voor het kind kon zorgen", vertelt Maria over hoe dat bij haar zo'n 60 jaar geleden was gegaan met de adoptie van Sylvia. "Daar hebben we toen nooit verder over nagedacht." Maria was vooral enorm gelukkig om moeder te kunnen zijn en ging door met haar leven.

"Ik vond Sylvia een heel makkelijk kind", herinnert Maria zich. "Ze huilde in het begin nooit. Ook kon ze zelf de fles vasthouden, wat kinderen in die periode normaal echt nog niet kunnen." In eerste instantie vond Maria haar dochter 'heel flink'. Pas later realiseerde ze dat dit waarschijnlijk kwam door een gebrek aan aandacht in het tehuis waar Sylvia woonde.

'Bij een andere mevrouw in de buik'

Gelukkig volgde er, ondanks Sylvia's minder fijn begin, prachtige jaren waarin Maria haar dochter zag opgroeien tot een fijn en stabiel kind.

Als moeder was ze naar Sylvia en haar andere kinderen ook altijd open over dat ze geadopteerd zijn. "Er is altijd op een normale manier over gepraat", zegt ze."'Je bent bij een andere mevrouw in de buik gegroeid', zo bespraken we dat dan. En wat een kind niet meteen begrijpt, begrijpt het later wel."

Ontvoeren

Maar terwijl moeder Maria een fijn leven leidde met haar kinderen, bleef de situatie knagen aan Loes. Door de jaren heen kwam ze zelfs een keer onaangekondigd in de buurt van Sylvia. Beide moeders weten nog heel goed hoe dat ging. "Mijn man was in de tuin bezig met Sylvia, die was toen ongeveer 3 jaar. Op een gegeven moment komt hij binnen en zegt: 'de moeder van Sylvia is hier geweest'." Maria geloofde haar man niet, want hun gegevens waren tijdens het adoptieproces nooit gedeeld.

Maar het bleek echt waar, want ook Loes kan het verhaal navertellen. Ze was er inderdaad geweest, ze was van plan om haar dochter te ontvoeren, vertelt ze zelfs.

Voor het eerst zien lopen

"Ik was er nog steeds mee bezig dat ik haar terug wilde." De jaren na het afstaan van haar kind ging Loes mentaal door een diep dal, waarin ze altijd is blijven hopen dat ze haar kind kon terugkrijgen. Ze trouwde intussen ook met haar nieuwe vriend, zodat ze 'een keurige getrouwde vrouw' zou zijn die meer kans maakte om haar kind terug te krijgen.

Toen ze aangifte ging doen bij de gemeente, kwam ze haar dossier onder ogen. Hier stond ook het adres van het tehuis waar haar kind naartoe was gebracht. Loes nam contact met ze op en kreeg zo te horen in welke gemeente Sylvia nu woonde. Met wat speurwerk hadden ze al snel het adres te pakken. "Toen zei ik: 'nou, dan gaan we haar ontvoeren. We zijn er naartoe gereden en daar heb ik haar in de voortuin voor het eerst zien lopen."

'Gekkenwerk'

"Die vader was ook buiten en had het gelijk in de gaten. Hij zag een vreemde auto met een jonge vrouw erin en heeft het kind gelijk mee naar binnen genomen", weet Loes nog over die dag. "Toen dacht ik ook: dit is gekkenwerk." Loes kwam tot het inzicht dat ontvoeren geen optie was, maar ze kon zich nog niet helemaal bij de situatie neerleggen.

Ze klopte bij de Raad van de Kinderbescherming aan om via een procedure haar kind terug te krijgen. Er is toen een ontmoeting tussen Loes en de adoptieouders georganiseerd onder begeleiding van een maatschappelijk werker. Sylvia liep tijdens dat bezoek gewoon rond in huis.

Te laat

"Ik kon me niet bewegen, ik kon niks. Het was voor mij zo zwaar", herinnert Loes zich. Ze zat vooral te luisteren naar hoe de maatschappelijk werker met de adoptieouders sprak en probeerde ondertussen te kijken naar haar kind. Ze zat er als verlamd bij, maar tegelijk daalde er een nieuw besef in: het is nu te laat.

"Het meisje was inmiddels 3 jaar. Ze had nu een broertje, vader, moeder, oma, opa en nog meer familie. Ik dacht: dit is te laat, dit kan niet meer. Dus toen heb ik me erbij neergelegd dat het zo was."

'Beste mevrouw'

Maar de ontmoeting is niet helemaal voor niets geweest, want vanaf dat moment besloot Maria om contact te onderhouden met Loes. "Zij heeft mij vanaf dat moment foto's gestuurd en af en toe een brief geschreven over hoe het met Sylvia ging", zegt Loes. "Op een gegeven moment heeft ze tegen mijn dochter gezegd dat ze zelf brieven mocht schrijven, omdat ze oud genoeg was."

Boven de eerste brief die haar dochter stuurde, stond de aanhef 'Beste mevrouw'. Loes vond het heftig om te lezen, omdat het zo afstandelijk was. "Maar goed, dankzij de adoptiemoeder heb ik als één van de weinige afstandsmoeders vanaf het begin kunnen volgen hoe het met mijn dochter ging." Ze omschrijft Maria dan ook als een vrouw 'met een hart van goud'.

'Heel erg'

Op de vraag waarom Maria besloot om contact te onderhouden, reageert ze nuchter. "Dat was toch het minste wat ik kon doen om haar op de hoogte te houden", zegt ze. Ook vond ze het belangrijk om haar dochter ruimte te geven voor contact met haar biologische moeder.

Op een bepaald moment werd Sylvia nieuwsgierig naar de vraag waarom Loes haar had afgestaan, dus vroeg ze hiernaar in een brief. Loes vertelde meer over haar kant van het verhaal en zo ontdekte Maria via haar dochter dat de adoptie anders is gelopen dan ze altijd heeft gedacht. "Ik vond het heel erg", zegt ze. "Heel erg voor Loes. Maar ik kon er eigenlijk ook weinig mee."

Nooit meer gezien

Sylvia was op dat moment al een puber en de tijd was niet meer terug te draaien. "En ik kon Sylvia ook niet meer missen", zegt Maria. Wel ging Maria anders tegen de situatie aankijken. "Ik ging er meer over nadenken wat we hebben gedaan. Niet dat we er ook maar één seconde spijt van hebben gehad, maar ik voelde me er niet fijn bij."

Ondanks het briefcontact, zou het nog jaren duren voordat Loes haar dochter weer in het echt zou zien. Sylvia heeft het lange tijd afgehouden. Maar toen ze rond haar 20ste ging trouwen, wilde ze voor de bruiloft haar biologische moeder zien.

Spoorloos-moment

"Dat was heel gek", weet Loes nog. "Het was geen 'Spoorloos-moment' waarbij je elkaar in de armen valt. Nee, het was echt aftasten." Ze zaten als twee vreemden tegenover elkaar, maar zagen ook veel herkenning. "We zijn naar de V&D gelopen en hebben samen pasfoto's gemaakt. Dat was heel gezellig, maar ook ongemakkelijk."

Door de jaren heen is hun relatie gegroeid en inmiddels omschrijft Loes de relatie tussen haar en Sylvia als 'fantastisch'. Sylvia is een stabiel en gelukkig mens, zegt Loes en ze woont inmiddels in Spanje met haar man. "Ik ga er wel twee, drie keer per jaar heen."

Bron: Loes Noy
Loes en haar dochter Sylvia

Pijn blijft

Of Loes alles wat er is gebeurd inmiddels een plekje heeft kunnen geven? "De pijn zal altijd blijven. Het is een wond die nooit geneest", zegt ze. Ze heeft hele moeilijke jaren gehad nadat ze haar dochter heeft afgestaan, waarin ze zichzelf zag als waardeloos.

Op haar 24ste kwam het tot een dieptepunt en deed ze een poging om een einde aan haar leven te maken. Achteraf gezien is Loes heel blij dat het niet is gelukt. "Toen heb ik gezegd: nou moet ik mijn leven oppakken, ik moet er iets van maken. Ik ben naar de avondschool gegaan en rechten gaan studeren. Ik dacht: ik zal ze eens een poepie laten ruiken dat ik wel wat waard ben."

Taboe doorbreken

Loes is heel trots dat het is gelukt om wat van haar leven te maken, maar het trauma is daarmee niet verdwenen, benadrukt ze. Ze hoopt dan ook dat er meer erkenning komt voor haar en andere afstandsmoeders.

"En ik zou het zo fijn vinden dat het taboe een beetje doorbroken wordt. Dat vrouwen zich nu door die excuses ook wat meer gesteund voelen en weten: 'Ik was geen slechte vrouw. Ik hoef me niet te schamen voor wat er toen gebeurd is, want het is me aangedaan'."

*Maria is een verzonnen naam om de privacy van de bron te bewaren. Haar echte naam is bekend bij de redactie.

Advertentie via Ster.nl