
Jorrit Bergsma wint als veertiger medaille op Olympische Winterspelen: hoe bijzonder is dat? 'Is vechten tegen de tijd'
Wielrenner Joop Zoetemelk, amazone Ankie van Grunsven en nu ook schaatser Jorrit Bergsma: allemaal wonnen ze op relatief latere leeftijd een belangrijke prijs, bijvoorbeeld een olympische medaille. Hoe doen topsporters dat? "Het is fysiek én mentaal."
"Een hele bijzondere medaille", reageerde Bergsma gisteren nadat hij de derde tijd op de 10 kilometer had neergezet en daarmee het brons haalde op de Olympische Winterspelen. "Het is een ontzettende overwinning dat ik dit haal", zei hij later nog.
Concurrentie veel jonger
Daarmee komt Bergsma, die op 1 februari zijn veertigste verjaardag vierde, in een bijzonder rijtje: namelijk dat van topsporters die op 'hoge' leeftijd nog een keer weten te pieken. "Het is prachtig om te zien dat het gelukt is", zegt inspanningsfysioloog Thijs Eijsvogels opgetogen.
"Dat hij op deze leeftijd nog zo meedoet om de medailles", gaat hij verder. "Het is ook echt bijzonder, want de concurrentie was een stuk jonger." Het goud ging naar de 19-jarige Metoděj Jílek uit Tsjechië, de Pool Władek Semirunniy (23) won het zilver.
Fysiek én mentaal
Waar haalt Bergsma het vandaan dat hij - toch wat jaren ouder - nog kan meedraaien in de wereldtop? Het zegt volgens Eijsvogels iets over het doorzettingsvermogen van de schaatser om de trainingsschema's vol te blijven houden én om te herstellen na een training of wedstrijd.
Hoe ouder iemand is, hoe moeilijker het lichaam topsport kan volhouden. "Dus je vecht echt tegen de tijd." Het mentale aspect moet daarom zeker niet onderschat worden, zegt hij. "Dus de vraag: wil je nog 4 jaar alles opzij zetten voor die ene dag op de Olympische Spelen?"
Winnaars steeds ouder
Als zowel het fysieke als het mentale in orde is, is het dus mogelijk om nog lang mee te blijven dingen om eremetaal. Sporthistoricus Jurryt van de Vooren ziet dat de gemiddelde leeftijd van medaillewinnaars in de loop der tijd sowieso is opgeschoven.
"Het is wel een tendens dat de gemiddelde leeftijd van deelnemers en winnaars op de Olympische Spelen langzaam iets hoger wordt", vertelt hij. "Dat komt ook doordat mensen langer in staat zijn om hun topsportcarrière voort te zetten."
Vroeger 'oudje' op 25ste
Tot zo'n 40 jaar geleden waren de Spelen alleen voor amateurs, professionele sporters waren niet welkom. "Dus dan kozen ze al sneller voor een maatschappelijke carrière." Zo vond schaatser Piet Kleine 'zichzelf al een oudje' toen hij in 1976 goud won op de 10 kilometer: "Hij was toen 25."
Je hele leven aan sport geven werd echt gezien als een privé-hobby.sporthistoricus Jurryt van de Vooren over hoe vroeger naar topsport gekeken werd
Kleine verdiende zijn geld als postbode, vertelt Van de Vooren. "De omstandigheden zijn nu beter en het wordt meer geaccepteerd door de maatschappij dat mensen hun hele leven aan sport geven." Maar dat is niet altijd zo geweest, benadrukt hij. "Het werd echt gezien als een privé-hobby."
Vrouwen nog sneller 'oud'
En voor vrouwen in de sport was het nog moeilijker. Van de Vooren wijst naar olympisch kampioen Stien Kaiser. "Zij won in 1972 op 33-jarige leeftijd goud op de 3.000 meter. Het was haar allerlaatste race."
De schaatsbobo's van die tijd vonden Kaiser al (te) oud toen ze 25 was. "Zij vonden: 'Jij moet al lang moeder zijn, jij mag helemaal niet naar de Spelen, want dat is niet goed voor jou.'" Kaiser ging 8 jaar later toch en met succes dus.
Al 12 jaar op hoog niveau
De bronzen medaille van Bergsma vindt de sporthistoricus vooral interessant omdat het zijn volharding laat zien. De schaatser was de snelste op de 10 kilometer tijdens de Olympische Winterspelen van 2014, in 2018 wist hij de tweede plek te halen.
"Hij heeft het dus over een periode van 12 jaar volgehouden om op zo'n hoog niveau te presteren", zegt Van de Vooren. "En er moeten tijdens deze Winterspelen nog twee onderdelen komen waaraan hij kan gaan meedoen."
Bekende oudtante
Zou het ook kunnen dat Bergsma een handje wordt geholpen door zijn genen? Van de Vooren weet dat de schaatser de achterneef is van Wopkje Kooistra. Zij was de eerste vrouw ooit die een Elfstedentocht won, in 1941. Kooistra was toen pas 18 jaar.
Er was in die tijd nog geen officiële wedstrijd voor vrouwen, maar Kooistra was wel de snelste vrouw, weet de sporthistoricus. "In de jaren 40 was zij een van de allerbeste schaatsers van Nederland." Lange afstanden schaatsen zat toen al in de familie dus.
Gunstig genenpakket
Ook Eijsvogels ziet dat topsport in de genen zit, maar dan wel vaak in een directere lijn. Bijvoorbeeld bij oud-schaatser Erben Wennemars en zijn zoon Joep, die nu op deze Olympische Winterspelen in actie komt op de schaatsbaan.
"Genen spelen hoe dan ook een rol bij hoe trainbaar je bent. Hoe je hart, je bloedvaten en je spieren daarop reageren", legt de inspanningsfysioloog uit. "Als je met een gunstig genenpakket geboren bent, dan heb je een veel grotere kans om in die topsport te komen."
Afhankelijk van sport?
Of je een hoog niveau kunt vasthouden hangt ook van de sport af, zegt Van de Vooren. Hij ziet dat de gemiddelde leeftijden bij sporten als turnen en schaatsen lager liggen dan bij bijvoorbeeld bij paardrijden en zeilen.
Maar, zegt de sporthistoricus erbij: "Al die statistieken kunnen dan wel een soort inzicht geven, gelukkig kun je nooit voorspellen welke sporters uiteindelijk wel en welke niet op het erepodium zullen staan. Het blijft gewoon een persoonlijk verhaal."
Plezier en passie houden
Inspanningsfysioloog Eijsvogels heeft nog wel een advies voor de jonge dertigers in (top)sport die willen doorgaan tot op 'hoge' leeftijd. "Zorg dat je een topteam om je heen verzamelt dat jou op alle facetten begeleidt."
"Maar behoudt ook echt het plezier en de passie voor de sport", voegt hij daaraan toe. "Want dat zie je ook bij Bergsma: hij geniet ervan en ik denk dat dat essentieel is om het ook zo langdurig vol te houden."
'Dat ik dit nog mag meemaken'
Bergsma zelf is ontzettend blij met zijn succes op deze Winterspelen, de vierde waar de schaatser aan meedoet. "Dat ik dit nog mag meemaken", zei hij na zijn 'bronzen' wedstrijd in Milaan.
Misschien waren er afgelopen december al voortekenen van zijn succes. Bergsma zei toen namelijk al: "Leeftijd is een nummer en zo voel ik me niet. Dit is een van mijn betere seizoenen." Wel moest hij bekennen dat dit 'waarschijnlijk zijn laatste Spelen gaan zijn'.