Baby's op het consultatiebureau in UtrechtBron: ANP
Baby's op het consultatiebureau in Utrecht

Is de controle van zaaddonatie verbeterd? 'Risico op misstanden bestaat nog steeds'

Stel je voor: je hebt tientallen halfbroers en -zussen, zonder dat je het ooit wist. De afgelopen jaren werden meerdere gevallen bekend van artsen die hun eigen zaad hebben gebruikt bij vruchtbaarheidsbehandelingen. Is de controle nu beter, is de vraag.

Een voormalig gynaecoloog van het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem verwekte minstens zestien kinderen met zijn eigen zaad, zonder dat de wensouders wisten. Dat maakte het ziekenhuis gister bekend na eigen onderzoek. De man, dokter Schmoutziguer, ging zijn gang in de jaren 70 en 80.

Erfelijke aandoening

Uit het onderzoek van het Rijnstate Ziekenhuis blijkt dat de arts drager is van een erfelijke aandoening. De man is zeker niet de eerste arts die zijn eigen sperma heeft gebruikt bij vruchtbaarheidsbehandelingen.

"Er zijn in Nederland inmiddels acht artsen bekend die hun eigen zaad hebben gebruikt", zegt voorzitter Ties van der Meer van Stichting Donorkind. De stichting komt op voor de belangen van donorkinderen en helpt bij het zoeken naar afkomst. Mensen melden zich bij de stichting als zij vermoeden dat zij het kind zijn van een behandelende arts.

Jan Karbaat

Bekend zijn de misstanden rondom fertiliteitsarts Jan Karbaat, die met zijn eigen zaad meer dan honderd kinderen verwekte zonder dat de donor-ouders dat wisten.

Waarom de gynaecoloog uit Arnhem zijn eigen sperma gebruikte, is volgens het Rijnstate Ziekenhuis nog niet duidelijk. Tegen de onderzoekers zei de man dat hij zijn eigen zaad gebruikte wanneer een donor niet kwam opdagen.

Vroeger weinig toezicht

Hoe deze artsen zo vrij te werk konden gaan, is deels te verklaren door de regelgeving in die tijd. In de jaren 90 bestonden er wel richtlijnen die maximaal 25 kinderen per donor toestonden, maar er was verder nauwelijks toezicht en er werd amper administratie bijgehouden. "Voor 2004 was er dus geen wettelijk kader voor spermadonatie. Er waren geen regels, alleen richtlijnen vanuit het beroep, maar niets landelijk geregeld", zegt voorzitter van Stichting Donorkind Ties van der Meer.

Later werd dat aangepast, waardoor een donor nu maar aan 12 verschillende moeders mag doneren. Ook mag een donor niet meer volledig anoniem sperma doneren. In 2004 trad de nieuwe wet in werking: de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Is de controle en het toezicht sindsdien verbeterd?

Risico blijft bestaan

Het risico op misstanden blijft bestaan, ziet Stichting Donorkind, ondanks de wet. "Commerciële klinieken omzeilen de Nederlandse regelgeving en gebruiken sperma uit het buitenland", zegt voorzitter Van der Meer. Daardoor bestaat het risico dat een man vaker zaad doneert dan in Nederland wettelijk is toegestaan.

"We weten dat er overschrijdingen zijn geweest en dat het risico op relaties tussen halfbroers en -zussen bestaat. Het ingewikkelde is dat wensouders vaak kwetsbaar zijn en marketinginformatie van zo'n kliniek klakkeloos geloven", zegt Van der Meer. "Dat moet strenger gereguleerd worden."

Buitenlands sperma

Vorige maand nog schreef staatssecretaris Judith Tielen (Jeugd, Preventie en Sport) een brief aan de Tweede Kamer over 'massadonatie'. Ze wil dat het gebruik van donorsperma uit het buitenland beter gereguleerd wordt en welke maatregelen de overheid hiertegen kan nemen. Tielen schrijft dat "de tijd rijp is" om "de ongewenste effecten van gebruik van buitenlands donorsperma tegen te gaan".

Volgens Stichting Donorkind zou het verstandig zijn als de overheid een speciaal fonds opricht gericht op het reguleren en voorkomen van deze misstanden. Daarvoor moet de overheid ook samenwerken met ziekenhuizen en klinieken. "Als gezinnen hier zelf niet uitkomen of nieuwe relaties opbouwen, moeten zij met een deskundige kunnen praten", aldus de voorzitter.

Advertentie via Ster.nl