Uit cijfers van het NCTV blijkt dat Nederlanders niet snel in actie komen om zich voor te bereiden op een noodsituatie.Bron: ANP
Uit cijfers van het NCTV blijkt dat Nederlanders niet snel in actie komen om zich voor te bereiden op een noodsituatie.

Grote groep Nederlanders heeft nog steeds geen noodpakket in huis: 'We hebben een afwachtende houding'

Maak favoriet

Meer dan de helft van de Nederlanders is nog steeds niet goed voorbereid op een noodsituatie, blijkt uit halfjaarcijfers van het NCTV. Ondanks het paarse boekje, dat een jaar geleden bij iedereen op de mat lag, haalt niet iedereen een noodpakket in huis.

Uit de cijfers van het Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) blijkt dat Nederlanders niet snel in actie komen om zich voor te bereiden op een noodsituatie. Zo ondernemen maar 4 op de 10 Nederlanders actie om beter voorbereid te zijn op 72 uur zonder stroom, water én internet.

Weinig ervaring

En dat betekent dus ook dat 6 op de 10 Nederlanders (nog) geen actie hebben ondernomen om zich voor te bereiden op een noodsituatie. Dat die groep zo groot is, heeft volgens hoogleraar Paul van Lange onder andere te maken met onze beperkte ervaring met noodsituaties.

Zo zegt de psychologie hooglaar die is verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU): "Wij hebben weinig noodsituaties zoals natuurrampen meegemaakt en komen daarom wat minder snel in actie. Daardoor zullen mensen niet snel buffers inslaan." Er wordt dan een afwachtende houding aangenomen. "Maar in Japan bijvoorbeeld, daar zal men waarschijnlijk sneller in actie komen vanwege (bekendheid met, red.) natuurrampen."

Info
Het paarse Denk vooruit-boekje

De overheid probeert Nederlanders met een informatieboekje, het zogenoemde Denk vooruit-boekje, voor te bereiden op noodsituaties. Hierin staat onder meer wat mensen in huis moeten halen en waar ze hun noodpakket kunnen bewaren, maar ook dat mensen de eerste 72 uur van een noodsituatie zelfredzaam moeten zijn.

Maar volgens hoogleraar Van Lange is er onduidelijkheid ontstaan over wat er na die 3 dagen gebeurt. "Ik denk dat de overheid dat duidelijker kan communiceren. Wees duidelijk en transparant over het plan dat daarna in actie wordt gezet."

Het paarse boekje vermeldt namelijk wel dat een noodsituatie langer kan duren dan 72 uur. De eerste 3 dagen, waarin we zelfredzaam moeten zijn, geven de overheid vooral de tijd om hulp beter te organiseren en actuele informatie te verspreiden.

Kuddedier

Dat een groot deel van de bevolking geen noodpakket in huis heeft, heeft ook te maken met het feit dat mensen eerder in actie komen als ze zien dat anderen dat ook doen, zegt Van Lange.

"Dat was bijvoorbeeld zo tijdens de coronatijd, toen gingen steeds meer mensen mondkapjes dragen. En stel dat mensen een helm gaan dragen op de fiets, dan kan dat ook gaan groeien." Het gedrag wordt genormaliseerd doordat meer mensen het vertonen. "Maar je ziet noodpakketten die anderen aanschaffen niet", maakt hij als punt.

Praktische redenen en oplossingen

Maar er zijn ook praktische redenen waarom mensen geen noodpakket in huis halen, vertelt de hoogleraar. "Zo zou je bijvoorbeeld 9 liter water moeten hebben, maar dat neemt veel plek in beslag."

Een mogelijke oplossing voor dat probleem is bijvoorbeeld om noodpakketten gezamenlijk op te slaan, stelt hij voor. "Ik vraag me al heel lang af waarom er niet meer gemeenschappelijke voorzieningen, zoals sportclubs, worden gebruikt om noodpakketten op te slaan. We kunnen denk ik beter nadenken over de georganiseerde clubs die beschikken over ruimte."

'Hoe concreter, hoe beter'

Ondanks dit alles verwacht Van Lange wel dat veel mensen pas in actie komen als een noodsituatie daadwerkelijk dichterbij dreigt te komen."Wanneer de schappen leeg beginnen te raken dan komt het besef bij mensen, denk ik."

Maar om dat te voorkomen - en ervoor te zorgen dat mensen nu al in actie komen - kan de overheid volgens hem nog meer doen om mensen aan te zetten tot voorbereiding. "Je zou eigenlijk denken dat dit met alle dreiging belangrijker gemaakt moet worden. Maar daar zitten heel veel psychologische stappen tussenin. Hoe concreter, hoe beter."

Meer context

Om dat doel te bereiken, zou de overheid de campagne helemaal opnieuw moeten beginnen, stelt de hoogleraar voor. "De overheid moet het groter maken en meer context geven. Als in naar Zweden en Finland kijk, zie ik dat er een groter kader is geschetst." Daar is men bijvoorbeeld ook ingelicht over waar de schuilplaatsen zijn.

De overheid in Nederland kan hier een voorbeeld aan nemen, benadrukt Van Lange. "Simpelweg dat je mensen wat meer voorbereid op wat er kan komen, zonder dat je daarin angst zaait."

Advertentie via Ster.nl