
Centrum Seksueel Geweld kan toename meldingen nauwelijks meer aan, toch is het nog maar 'het topje van de ijsberg'
Geen wachtlijst, maar direct hulp. Dat is de belofte van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) aan slachtoffers. Maar het aantal aanmeldingen is de afgelopen jaren explosief gestegen en hulpverleners kunnen de vraag haast niet meer aan.
Uit nieuwe cijfers blijkt dat het CSG in 2025 ruim 4600 aanmeldingen kreeg van slachtoffers van seksueel geweld en daar zorg aan heeft verleend, 20 procent meer dan het jaar ervoor. Er kwamen ook bijna 16.000 telefoontjes binnen bij de landelijke hulplijn, zo'n 40 procent meer dan het jaar ervoor.
16 centra in het hele land
In 2012 werd in Utrecht het eerste centrum opgericht, vertelt directeur kennisontwikkeling Iva Bicanic. Ze heeft zich lang hard gemaakt voor een centrum waar slachtoffers van seksueel direct terecht kunnen. En met succes: inmiddels zijn er 16 centra door het hele land. Het CSG geeft advies en hulp aan slachtoffers en werkt met verschillende professionals samen, zoals verpleegkundigen, politie en advocaten. Het centrum is fysiek, telefonisch en via de chat te benaderen.
Maar nu is Bicanic bang dat ze de belofte niet meer kan waarmaken en dus niet meer iedereen kan helpen. "Wij willen natuurlijk kwaliteit van zorg behouden, maar we zijn bang dat we straks bijvoorbeeld die telefoonlijn niet meer beschikbaar kunnen stellen."
Diverse groep slachtoffers
Maar juist die telefoonlijn staat de laatste tijd roodgloeiend, mede doordat mensen steeds makkelijker om hulp durven te vragen zegt Bicanic. "We praten als samenleving makkelijker over seksueel geweld en seksuele grensoverschrijding. En daardoor worden we vaker benaderd. Of dat nou voor medische hulp is, of psychologische, of juridische hulp", zegt Bicanic.
Het gaat om een diverse groep mensen, met allerlei ervaringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. "Denk aan betastingen, aanranding, verkrachting, misbruik van langer geleden, online misbruik, sextortion, dat kan binnen de familie, maar ook buiten de familie zijn." Het aantal meldingen blijft jaarlijks toenemen, toch is dit is volgens Bicanic nog altijd 'het topje van de ijsberg'. "Zo'n 20.000 mensen per jaar krijgen hulp bij ons. Dat lijkt veel, maar dat is echt helemaal niet veel."
Het probleem wegstoppen
Volgens haar proberen de meeste slachtoffers het weg te stoppen, te vergeten en er niet over te praten. "Dat mag natuurlijk, dat mogen mensen zelf kiezen", zegt Bicanic. Tegelijk hoopt ze ook dat mensen hulp vragen als daar behoefte aan is. Ze benadrukt dat mensen met allerlei soorten vragen zich mogen melden bij het CSG.
Online seksueel misbruik neemt alleen maar toeIva Bicanic van Centrum Seksueel Geweld
Omdat er nog steeds zoveel schaamte en schuld rond het onderwerp zit, zal er nooit een rij voor de deur van het centrum staan, zegt Bicanic. Maar ze hoopt wel te kunnen groeien om de hulpvraag aan te kunnen, alleen is ze daarvoor afhankelijk van de gemeente en het Rijk.
Te weinig geld
Op dit moment is er structureel te weinig geld, zegt Bicanic. "Dat zal ertoe leiden dat we bijvoorbeeld niet meer 24/7 landelijk bereikbaar zijn. We hebben vorige zomer al code oranje geroepen, maar nu vraagt code rood al aandacht." Ze pleit daarom voor landelijke financiering, die ook in de wet is vastgelegd.
De aanpak van het centrum vraagt om veel expertise en daar wil ze niet op inleveren. "Seksueel geweld is er. Natuurlijk werken we eraan om te verminderen maar dat is nog niet zo. Online seksueel misbruik neemt alleen maar toe. Wat we in ieder geval kunnen doen, is ervoor zorgen dat áls je ermee te maken krijgt, dat je dan weet: ik kan dat nummer bellen en ik kan meteen die hulp krijgen."