
Amerika blijft peilgeil
Kunnen de Amerikaanse verkiezingen eigenlijk wel zonder opiniepeilingen? Daar zat ik aan te denken toen ik ergens op internet las dat mijn vroegere hoogleraar Allan Lichtman van American University beweerde dat de peilingen zo onbetrouwbaar zijn dat ze maar beter afgeschaft konden worden. Ik ben zelf ook geen fan van de verabsolutering van de peilingen, maar afschaffen verandert volgens mij de dynamiek van de verkiezingen.
Het grootste probleem bij afschaffing van opiniepeilingen krijgen de media. En aangezien het gros van de kiezers zich informeert via de media dus ook de kiezers. Stel je een voorverkiezingstraject voor zonder peilingen. Elke partij heeft in het begin een stuk of tien kandidaten en zonder een idee wie er nu de kanshebbers zijn, kunnen de kranten en tv-zenders niet veel anders doen dan alle kandidaten ongeveer evenveel aan het woord te laten. Elke weging van de krant wordt dan gezien als partij kiezen. Met peilingen kunnen de media hun keuze min of meer verantwoorden.
Zonder peilingen is het voorafgaand aan de eerste voorverkiezingen niet te zeggen welke kandidaat aan kop gaat in een staat. Er is dus geen expectations game, kandidaten kunnen alleen op een bepaalde plek eindigen en het is in het begin niet aan een kandidaat om aan de verwachtingen te voldoen of juist tekort te schieten. De eerste voorverkiezing is de eerste officieel goedgekeurde peiling.
Kandidaten kunnen ook niet zonder peiling, al gaan ze doorgaans liever af op hun interne peiling dan die van een persbureau, krant of tv-zender. Een peiling geeft ze houvast over de onderwerpen die in het land of in een specifieke staat leven, over de kracht en zwaktes van hun tegenstanders en over hun kansen in een staat. Zonder die kennis moet een kandidaat, zeker in het begin, vol inzetten in alle vroege voorverkiezingsstaten of een gok nemen door juist op maar een paar staten in te zetten. Dat zijn onzekerheden waar de kandidaten waarschijnlijk maar met moeite mee kunnen leven.
Het is waar: opiniepeilingen fungeren vaak ook als selffulfilling prophesy: kiezers die uit de peilingen opmaken dat hun stem toch vergeefs is (Democraten in een Republikeinse staat en omgekeerd), blijven weg op verkiezingsdag. Of juist het omgekeerde, als blijkt dat het er om zal spannen op verkiezingsdag. Instant polls direct na een verkiezingsdebat beïnvloeden de nabeschouwingen. Nabeschouwingen beïnvloeden weer de peilingen die later volgen.
Zonder opiniepeilingen kan een verkiezing anders verlopen dan verwacht. Maar de afwezigheid van opiniepeilingen hindert het efficiënt verlopen van de campagnes van de kandidaten en het hindert de media om het kaf van het koren te scheiden. Nieuwsconsumenten hebben helemaal niet de tijd om het gedachtegoed van alle kandidaten tot zich te nemen. Zij vertrouwen voor een groot deel op de schifting die de media maken (en er valt inderdaad tot op lengte van dagen door te discussiëren of de media wel de juiste schifting maken).
Wel pleit ik er voor, zoals ik al jaren doe, dat de peilingen niet als exacte wetenschap worden gebracht. Een paar procent verschil tussen de kandidaten is geen verschil. Als de media de opiniepeilingen niet langer verabsoluteren, zijn we al een stuk verder. Peilingen zijn uitstekend geschikt om trends aan te geven. Gebruik ze daarvoor. In verschillende landen is er een verbod op het openbaar maken van opiniepeilingen vlak voor de verkiezingsdag. Dat zou voor alle verkiezingen, inclusief die van de Verenigde Staten een aardige optie zijn. Laat de kiezer zijn eigen keus maken en op inhoudelijke en niet vermeende strategische redenen wegblijven van het stembureau of juist langs gaan.
Tenslotte: laat vooral die exit polls achterwege, zeker als de stembussen elders in het land nog open zijn. Volgens de eerste exit polls van 2004 zou John Kerry makkelijk winnen. We kennen de afloop.
Historicus Marc van Gestel schrijft sinds 2003 elke werkdag aan zijn weblog over de Amerikaanse presidentsverkiezingen vol: www.amerikalog.com