
Al 8 walvisachtigen aangetroffen voor de kust, SOS Dolfijn heeft het er druk mee: 'Knotsgek jaar'
Het is dit jaar al de achtste keer dat er een walvisachtige bij de Nederlandse kust is aangespoeld of gezien. Zondagavond was het raak bij Egmond: daar spoelde een levende witsnuitdolfijn aan. Waarom dit nu zo vaak gebeurt, is nog moeilijk te verklaren.
De teller staat dit jaar dus op acht. Een opvallend hoog aantal, vindt Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn. "Het is een knotsgek jaar", zegt hij. "We hadden al een beluga uit het poolgebied, een potvis die normaliter in de diepzee leeft en nu dus een witsnuitdolfijn."
Bijzondere gebeurtenis
Volgens Hoekendijk is de recente vondst een bijzondere gebeurtenis voor de opvangorganisatie. "Bruinvissen die wij vaak opvangen zijn ongeveer 1,5 meter lang, maar deze dolfijn is twee keer zo lang." Wat de reeks strandingen zo uniek maakt, is niet alleen de hoeveelheid maar ook de grote verscheidenheid aan diersoorten die de afgelopen maanden opdoken.
Bruinvissen die wij vaak opvangen zijn ongeveer 1,5 meter lang, maar deze dolfijn is twee keer zo lang.Jeroen Hoekendijk van SOS Dolfijn
Marine bioloog Lonneke IJsseldijk van de Universiteit Utrecht, geeft aan dat de witsnuitdolfijn op zichzelf geen zeldzame verschijning is. "Het is wel zo dat dit dier houdt van kouder water en vroeger vaker werd gemeld dan de laatste jaren. De Noordzee was toen kennelijk kouder." Of de opwarming van de oceanen een directe rol speelt in het aanspoelen van de dolfijn, durft de wetenschapper niet met zekerheid te zeggen.
Ernstige spierschade
Het dier dat zondagavond in Egmond aanspoelde, leeft nog. Dat brengt grote uitdagingen met zich mee voor de hulpverleners van SOS Dolfijn. "Walvisachtigen zijn in het water gewichtloos", legt Hoekendijk uit. "Op het land lopen ze door hun enorme gewicht al snel ernstige spierschade en orgaanbeklemming op."
Terugduwen in zee is volgens hem dan ook geen optie. "Door die spierschade kan het dier verdrinken zodra het weer in het water ligt." Om die reden is het dier met een speciale 'dierenambulance' in een natte hangmat vervoerd naar het opvangcentrum van SOS Dolfijn. Daar wordt de dolfijn in een bassin geplaatst.
Dolfijn ondersteunen
"Het dier moet in het water blijven, maar wel zodanig aan de oppervlakte dat het gewoon kan ademen en herstellen", vertelt Hoekendijk verder over de opvang van de dolfijn. Het dier wordt 24 uur per dag door vrijwilligers ondersteund om verdrinking te voorkomen en ademhaling door het blaasgat te garanderen. "Dat is heel zwaar werk, het is een dier dat tegen de 150 kilo weegt. Als het één keer met zijn staart slaat, dan is het een soort rodeo."
Het revalidatieproces kan enige tijd in beslag nemen. Ter vergelijking: de organisatie vangt momenteel nog twee bruinvissen op die goed zijn aangesterkt en naar verwachting in juni weer in zee kunnen worden vrijgelaten.
Geen bedreigde diersoort
Op de vraag waarom er zoveel moeite wordt gedaan om een witsnuitdolfijn te redden, is Hoekendijk duidelijk: "Dat is een interessante, ethische vraag. Ik begrijp hem ook, want we hebben het hier niet over een bedreigde diersoort. Maar wij geven om het individuele dier. Daar willen we ons voor inzetten, net als dat we dat doen voor een ziek persoon."
De mensen van SOS Dolfijn willen met hun reddingspogingen ook iets terugdoen voor de dieren, zegt Hoekendijk. "De Noordzee is een zee waar wij als mensen heel veel van nemen. Veel scheepvaart, fossiele industrie, windparken, visserij. Er is heel veel onderwatergeluid, dus we doen al heel veel met die zee wat niet ideaal is voor de dieren."
Kosten van opvang
Over de kosten die de reddingsoperatie met zich meebrengt, zegt Hoekendijk: "Wat betreft het geld, SOS Dolfijn draait op geheel vrijwilligers." De witsnuitdolfijn heeft in de opvang inmiddels ook een naam gekregen: Albi. "Dat is met een knipoog naar de wetenschappelijke naam, 'Lagenorhynchus Albirostris', en 'Albirostris' is latijn voor witsnuit."
Waarom Albi en de andere walvisachtigen aanspoelen of dicht bij de kust gezien worden, is dus nog lastig vast te stellen.