
Afgelopen 4 jaar verdwenen bijna 1.800 alleenstaande minderjarige asielzoekers uit asielopvang: 'Niemand voelt zich echt verantwoordelijk'
Elk jaar verdwijnen honderden minderjarige asielzoekers, zo blijkt uit cijfers die EenVandaag heeft opgevraagd. De afgelopen 4 jaar vertrokken ruim 1.700 alleenstaande minderjarige asielzoekers uit een COA-locatie. "We weten niet waar ze naartoe gaan."
Een lege stoel in het klaslokaal. Docent Caitlin Werkman stuurt een WhatsApp-bericht: 'Waar ben je?' Geen antwoord. Na een paar dagen belt ze met het COA. Dan volgt vaak dezelfde boodschap: de leerling is 'met onbekende bestemming vertrokken'.
Verdwenen leerlingen
Werkman geeft taalles in Amersfoort aan alleenstaande minderjarige asielzoekers (amv's). De eerste keer dat een leerling verdween, was ze daar kapot van, zegt ze. "Ik dacht: we moeten zoeken, de politie inschakelen, iets plaatsen op internet."
"Maar al heel snel merkten wij als docenten een soort onverschilligheid vanuit de keten", gaat ze verder. "Vooral omdat zij het al zo vaak hadden meegemaakt. Niet dat het ze niets interesseerde, maar meer omdat ze dit al zo vaak hadden gezien dat ze zoiets hadden van: nou, waarschijnlijk gaan we deze jongeren niet meer terugzien."
Meer dan 1.700 weg
Die lege stoel in de klas van Werkman staat niet op zichzelf. Uit cijfers die Nidos, de jeugdbescherming voor vluchtelingen, op verzoek van EenVandaag aanlevert, blijkt dat in de afgelopen 4 jaar 1.783 alleenstaande minderjarige asielzoekers met onbekende bestemming uit de opvang verdwenen.
Als een leerling niet in de les verschijnt, is de school meestal de eerste die het opmerkt, vertelt Werkman. "Wij sturen elke dag een bericht als iemand er zonder afmelding niet is. Als we na een paar dagen nog steeds geen contact hebben, mailen we de zorgcoördinator en het COA. Soms horen we dan pas achteraf dat iemand al weg is. Dan is er al een bed vrijgegeven en is er feitelijk een streep door de naam gezet."
Anders bij vermiste Nederlandse tieners
Over de rol van de politie is ze helder. Die is nog nooit op haar school geweest om te vragen: 'Heeft u deze leerling nog gezien?' Dat staat in scherp contrast met hoe er met vermiste Nederlandse tieners wordt omgegaan, ziet Werkman.
In de 2 jaar dat ze op de school werkt - die 190 leerlingen telt - gebeurde het naar schatting tien keer dat een leerling uit haar eigen klas met onbekende bestemming vertrok. "En dat is alleen nog mijn klas. In onze relatief kleine school komt het in bijna elke klas voor."
'Het gaat om mensen'
Voor Werkman is het helder waarom mensen hier om zouden moeten geven: "Omdat we het hier over mensen hebben." Het gaat om jonge, extreem kwetsbare jongeren die anders dan de meeste Nederlandse tieners vaak geen familie of stevig sociaal netwerk om zich heen hebben.
Ze bouwen op school en in de opvang langzaam weer een netwerk op: een klas, een COA-mentor, docenten. Juist op het moment dat ze een beetje landen, kunnen ze ineens verdwijnenTaaldocent Caitlin Werkman over de minderjarige asielzoekers
"Ze zijn van plek naar plek verplaatst, hebben weinig mensen leren vertrouwen en bouwen op school en in het opvangcentrum langzaam weer een netwerk op: een klas, een COA-mentor, docenten. Juist op het moment dat ze een beetje landen, kunnen ze ineens verdwijnen. Soms uit eigen keuze, maar lang niet altijd en dan weet niemand hoe het met ze gaat, of ze nog leven, of ze zijn uitgebuit of ergens vastzitten."
Meer aandacht nodig
"De aantallen zijn enorm", zegt Conny Rijken van het Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. "Als je kijkt naar de aantallen verdwijningen van deze kinderen, dan zou daar veel meer aandacht voor moeten zijn", vindt ook zij.
Zowel Rijken als Werkman zien een duidelijke kloof tussen de manier waarop Nederland omgaat met vermiste Nederlandse kinderen en met vermiste alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
Minder urgentie
Rijken legt uit dat de politie pas in actie komt 'als er indicaties zijn dat er iets mis is', maar dat die signalen bij amv's vaak ontbreken. "Er wordt minder prioriteit aan gegeven als alleenstaande minderjarige vreemdelingen verdwijnen."
Dat verschil is volgens haar zichtbaar in de praktijk: "Als een Nederlandse jongen of meisje verdwijnt, worden er zoekacties opgezet." Bij amv's gebeurt dat nauwelijks. "Die urgentie wordt gewoon niet gevoeld", zegt Rijken. Dat zou volgens haar wel moeten.
Waar gaan ze heen?
Rijken benadrukt dat er nauwelijks zicht is op wat er met de verdwenen jongeren gebeurt. "We weten niet waar ze naartoe gaan."
Wat wél duidelijk is, is dat een deel van hen terechtkomt in situaties van misbruik en uitbuiting. Ze worden ingezet voor criminele activiteiten, vallen ten prooi aan arbeidsuitbuiting of belanden in seksuele uitbuiting.
'Zijn de grens al over'
Andere jongeren reizen door, gaan naar familie of hebben eigen plannen, maar van veel kinderen blijft volledig onbekend waar ze zijn en in welke omstandigheden ze verkeren. "Een goed beeld van waar zij uiteindelijk terechtkomen, hebben we niet", laat Rijken weten.
Werkman weet hoe moeilijk het is, als een jongere eenmaal is verdwenen. "Vaak is contact telefonisch ook niet meer mogelijk. Ik heb mijn leerlingen nog weleens geprobeerd te bereiken via WhatsApp. Het nummer deed het al niet eens meer. Vaak kun je ze niet eens meer vinden, want dan zijn ze de grens al over."
Uitbuiting
"En de reden dat ze vaak weggaan in mijn ervaring is omdat ze denken dat ze geen verblijfsdocumenten krijgen", gaat de docent verder. "Of misschien zelfs al een negatief advies van het IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.) hebben gehad en denken: oké, hier ligt mijn toekomst niet."
Maar volgens de taaldocent speelt uitbuiting ook een rol. "Vooral bij deze doelgroepen. Als je zo jong bent, snel geld verdienen. Dat klinkt natuurlijk heel verleidelijk, vooral als je niet veel geld hebt. En vooral als je je familie misschien moet terugbetalen voor de reis als je schulden hebt gemaakt."
Problematische informatiedeling
Volgens Nidos betekent een melding van vertrek niet automatisch dat er sprake is van een onveilige situatie, al blijft de organisatie daar wel scherp op. Jeugdbeschermers worden getraind om signalen van mogelijke uitbuiting te herkennen en hier direct op te handelen.
Volgens Rijken ontstaat een groot deel van het probleem doordat er zóveel partijen betrokken zijn bij de opvang en begeleiding van alleenstaande minderjarige asielzoekers - COA, Nidos, de politie, de IND - terwijl hun werkwijzen en registratiesystemen nauwelijks op elkaar aansluiten. "Er zijn verschillende protocollen", zegt ze, "en de informatiedeling tussen deze organisaties is vaak problematisch."
'Niemand voelt zich echt eindverantwoordelijk'
Wie er verantwoordelijk is als een jongere verdwijnt, is volgens Rijken dan ook niet duidelijk. COA is verantwoordelijk voor de opvang, Nidos voor de voogdij en de politie handelt een melding af, maar daar houdt het vaak op.
"Die gezamenlijke verantwoordelijkheid is problematisch", zegt ze. "Niemand voelt zich echt verantwoordelijk." En dus ontbreekt er volgens haar regie. "Als er een melding is gedaan, hebben COA en Nidos hun taak formeel volbracht. Maar als daar dan geen opvolging opkomt dan moet daar ook weer actie op ondernomen worden."
Geen netwerk
Daar komt nog iets bij: anders dan bij Nederlandse kinderen heeft een amv geen netwerk van ouders of familieleden die aan de bel trekken wanneer een kind vermist raakt.
Rijken: "Als mijn dochter zou verdwijnen, weet ik wel mensen te mobiliseren en bij elkaar te brengen om druk te zetten. Een alleenstaande minderjarige vreemdeling heeft die omgeving niet."
Vaste kleinschalige opvang
Rijken ziet een aantal concrete stappen om het aantal vermiste minderjarige asielzoekers terug te dringen die volgens haar in een nieuw regeerakkoord thuishoren. Ze ziet dat deze jongeren vaak worden verplaatst naar een nieuwe opvang en ze pleit daarom voor vaste kleinschalige opvang.
"Als de kinderen op een vaste locatie zitten dan kunnen ze ten eerste werken aan hun toekomst, maar ten tweede kunnen ook de mensen die werken op die locatie goed contact hebben met ze", licht ze toe. "De kinderen die zullen dan ook meer vertellen tegen degenen die daar werken en zo heb je een beter zicht op wat die kinderen bezighoudt."
'Schrik er niet meer van'
Rijken weet dat een voogd bij Nidos vaak veel kinderen onder zich heeft, iets wat het volgens haar lastig maakt goed zicht te houden op hoe het met deze jongeren gaat. "Wat het allerbelangrijkste is, is dat er een vertrouwensband ontstaat met die kinderen, dat je weet wat er speelt."
Werkman merkt dat ze zelf in 2 jaar tijd een 'dikkere huid' heeft ontwikkeld: de zoveelste vermissing schrikt haar niet meer zo als in het begin. Alleen dat al, vindt ze, is een alarmsignaal. "Als je er zo vaak mee te maken hebt dat je er niet meer van schrikt, terwijl het gaat om mensen zoals jij en ik, dan zegt dat iets. Ook als je deze jongeren niet elke dag ziet, zouden we dit heel erg moeten vinden. Simpelweg omdat het om onze medemensen gaat."