
80 jaar na oorlog in Indonesië leert Martin waarom zijn vader er nooit over sprak: 'Het is een nationaal trauma'
Zijn vader was een van de tienduizenden soldaten die na zijn terugkeer uit Nederlands-Indië nooit meer over de oorlog sprak. Martin Hendriksma schreef er het boek 'Kop' over. "Dit zwijgen is een nationaal trauma dat veel gezinnen heeft getekend."
In een leeszaal van het Nationaal Archief staat een doos die voor Martin Hendriksma veel antwoorden bevat. De doos heeft nummer 67 en is gevuld met honderden dunne, getypte blaadjes. "Het zijn verslagen van commandanten van Compagnie K, de legereenheid van mijn vader in Nederlands-Indië."
Doodgeschoten
De inhoud is schokkend. "Hier", zegt Hendriksma terwijl zijn vinger over de regels glijdt. Hij leest voor: "Twee man die bezig waren met het aanplakken van Merdeka-papieren (vrijheidsposters, red.). Doodgeschoten. Toen ik ze aanriep, liepen ze weg."
Vier personen tijdens de vlucht neergeschoten.Martin Hendriksma leest voor uit verslagen van de legereenheid van zijn vader
En: "Negen verdachte personen gearresteerd. Bevolking door officier toegesproken. Vier personen tijdens de vlucht neergeschoten." Of zijn vader bij de schietpartij betrokken was, blijft onduidelijk. "Hij zal het in ieder geval hebben gezien", zegt Hendriksma.
In augustus 1945 kwam de Tweede Wereldoorlog ten einde. De Japanners, die Nederlands-Indië hadden bezet, waren verslagen. Nederland, zelf net van de Duitsers bevrijd, wilde zo snel mogelijk weer de heerschappij over zijn kolonie terug. Maar de Indonesiërs riepen de onafhankelijkheid uit. Van maart 1946 tot eind 1949 werden 160.000 Nederlandse oorlogsvrijwilligers naar Indonesië gestuurd, zogenaamd om de orde te herstellen. Maar het legeroptreden, de zogenoemde politionele acties, was gericht tegen guerillastrijders en de bevolking. 100.000 Indonesiërs kwamen om, het Nederlandse leger verloor ruim 4500 mensen.
Oorlogsmisdaden als beleid
De vader van Hendriksma diende samen met zo'n 160.000 andere Nederlandse soldaten in Nederlands-Indië. "Hij tekende een contract voor drie jaar als oorlogsvrijwilliger. Mijn vader dacht dat hij iets goeds ging doen: de orde herstellen in Nederlands-Indië. Maar dat liep totaal anders."
Veel militairen waren getuige van wreedheden, schietpartijen en executies: oorlogsmisdaden. "En sommigen hebben er zelf ook aan meegedaan", zegt Hendriksma. "Toen ik de archieven las, realiseerde ik me dat die misdaden geen excessen waren, maar algemeen beleid." Of hij zeker weet dat zijn vader geen oorlogsmisdaden heeft gepleegd? "Dat hoop je dan maar."
Onbegrepen ontvangen
Veel van de jongens die in Nederlands-Indië dienden, zwegen na terugkeer in Nederland over hun ervaringen. "Ze wilden hun vrouw en kinderen niet vertellen wat ze hadden meegemaakt", zegt Hendriksma.
"Bovendien kregen ze het advies om in brieven naar het thuisfront niet over het geweld te schrijven, maar over het lekkere eten en de mooie natuur." Daardoor werden sommige militairen bij thuiskomst scheef aangekeken. "Alsof ze een prettig leven hadden gehad in de tropen, terwijl Nederland hier weer moest worden opgebouwd. Dat helpt natuurlijk ook niet."
Vis verboden
Het zwijgen van zijn vader had ook invloed op Hendriksma. "Met kerst was mijn vader altijd stil en teruggetrokken. Wij wisten niet waarom. En bepaalde dingen waren bij ons thuis taboe."
Dat zorgde voor spanningen in het gezin. "Zo hielden mijn moeder en ik van vis, maar het deed mijn vader denken aan de markten op Java. Dus aten we het stiekem, ruim voordat mijn vader thuiskwam van werk. De potjes zure haring verdwenen altijd helemaal onderin de vuilnisbak, zodat hij er niets van zou merken."
Veelvoorkomend oorlogstrauma
Hendriksma is niet het enige kind met een vader met een oorlogstrauma, zegt historicus Gert Oostindie, gespecialiseerd in de Nederlandse koloniale en Caribische geschiedenis. "Er zijn veel mensen opgegroeid met een zwijgende vader die soms onvoorspelbaar uit zijn slof kon schieten."
De oorzaak komt vaak pas later aan het licht. "Tijdens lezingen over memoires van veteranen hoor ik vaak van deze kinderen dat ze hun vader pas later iets beter begonnen te begrijpen."
Meer begrip
Door het schrijven van zijn boek heeft ook Hendriksma antwoorden op vragen die hij zijn inmiddels overleden vader niet meer kan stellen. "Nu begrijp ik beter waar zijn stilzwijgen vandaan kwam. En waarom hij soms een ingewikkelde man kon zijn. Tegelijkertijd was hij ook een heel liefdevolle vader. Door de bronnen te onderzoeken ben ik dichter bij hem gekomen."
Hendriksma begrijpt nu bijvoorbeeld waarom zijn vader met kerst zo stil was. "Tijdens de oorlog zou hij rond kerst op Java met een transport worden verplaatst. Op het laatste moment meldde hij zich ziek. De persoon die hem verving, kwam vervolgens bij het transport om."
'Voor altijd twintig op Java'
Het is zijn vader altijd bijgebleven. "Hij heeft zich hier altijd schuldig over gevoeld. En elk jaar met kerst, als hij dan met ons aan de rollade zat, dacht hij aan deze jongen. Die in zijn plaats was vertrokken en op Java voor altijd twintig is gebleven."
Daarom is praten zo belangrijk, vindt Hendriksma. "Door het zwijgen bleven trauma's trauma's. Niet alleen het soort trauma bepaalt hoeveel last iemand ervan heeft, maar vooral hoe iemand daarna wordt opgevangen."
Hulpverlening
Hij pleit voor meer aandacht voor oorlogsleed in de toekomst. "Daarom moeten we blijven praten. Ook met onze Bosnië-veteranen bijvoorbeeld. En ook met toekomstige veteranen, mocht er weer een oorlog in Europa komen. Mensen moeten hun verhaal kunnen vertellen. Want het verzwijgen van verhalen is een recept voor problemen later."
Volgens Oostindie is er inmiddels meer aandacht voor psychosociale hulpverlening. "Binnen de krijgsmacht is de opvang van militairen met traumatische ervaringen sterk verbeterd. Dit is belangrijk in een tijd waarin we om een sterke defensie vragen. We hebben de verantwoordelijkheid om militairen ook na hun diensttijd te steunen."
Nieuwe toeslagenaffaire
In 2022 biedt premier Mark Rutte zijn excuses aan voor het Nederlandse oorlogsgeweld. Inmiddels is er een compensatieregeling van 5000 euro voor kinderen van standrechtelijk geëxecuteerden.
"Volkomen terecht", zegt Hendriksma. "Maar ik vind het bedrag laag. En wat me ook stoort, is dat de hele bewijslast bij de slachtoffers ligt. Dat is bijna niet te doen, omdat er geen archieven van zijn. We zijn zo eigenlijk bezig om een soort nieuwe toeslagenaffaire te creëren."
Geen excuses, maar openheid
Voor kinderen van veteranen vindt hij excuses niet nodig. "Wij verdienen openheid. Dat we gewoon weten wat er is gebeurd. Dit is nu gelukkig een stuk makkelijker te achterhalen."
Hij kan het andere nabestaanden aanraden. "De route naar het Nationaal Archief is open en de oorlogsdossiers zijn makkelijk op te vragen bij het ministerie van Defensie. Alleen, je moet het wel zelf doen."