AVROTROS

Tourblog: Kittel voelt altijd druk in de bergen

Marcel Kittel, de Duitse sprinter van de Nederlandse ploeg Giant-Shimano, kwam gisteren omringd door drie teamgenoten en één oud-teamgenoot aan op de laatste Alpencol van de dag. De 4 plus 1 waren de leden van het laatste groepje renners dat binnen de tijdslimiet de finish bereikten.

Ze hadden er vrijdagmiddag in de hitte ruim veertig minuten langer over gedaan dan winnaar en geletruidrager Nibali. Belangrijk voor Kittel, want hij en zijn ploeg willen natuurlijk graag, net zal vorig jaar, op de laatste dag van de Tour voor de winst sprinten op Frankrijks beroemdste straat, de Champs Elysée.

Als je kijkt naar Kittel - die in het begin van de ronde drie ritte won - en vervolgens je blik laat rusten op de rasklimmers in het peloton, dan is het niet vreemd dat je je afvraagt hoe hij dat doet, bergen bedwingen op een fiets. Kittel is groot, breed en zwaar - voor een

renner. Het is ook niet voor niets dat je Kittel in de bioscoopfilm Nieuwe Helden na een etappe hoort verzuchten: "Scheissberge!"

Ik zat ooit naast ploegleider Rudi Kemna in de auto tijdens de klassieker Gent-Wevelgem. Kittel kwam de Kemelberg nauwelijks over en stamelde excuses door het open raam van Kemna. Het voelde voor Kittel als een vernedering en - nog erger - hij had zijn ploeg teleurgesteld, want hij was vooraf kanshebber voor de zege. Hij moest alleen nog even die

Kemelberg zonder al te veel moeite over geraken. Dat lukte dus niet. Een andere renner won die dag.

Vorig jaar sprak ik Kittel voor een groot stuk in wielermagazine De Muur uitgebreid in zijn geboortestad Erfurt. Hij vertelde dat hij er naar 2,5 jaar als profrenner achter was gekomen dat bergop rijden 'iets is in je hoofd'. Hij vertelde dat hij in in de achtste etappe van de Ronde van Spanje in 2011 had geleerd dat hij zijn gedachten moest 'omzetten'. „Accepteer dat je een slechte tijd gaat beleven in de etappe."

Daags daarvoor had hij in Spanje zijn eerste zege in een grote ronde geboekt en in de euforie was de voorbereiding van de volgende dag verloren gegaan. Hij zat 's ochtend fluitend op de fiets; het grote doel was binnen, toen plots de klimmers uit het peloton van leer trokken op de eerste beklimming en Kittel achterin het peloton naar adem hapte. Hij

moest al na 40 kilometer koers lossen. Kittel raakte in paniek. Hij was de wanhoop nabij. „Ik was aan het opgeven,"  zei hij bij het ontbijt in een luxe lunchroom. „Ik zat dicht tegen het huilen aan."

Hij had zijn les geleerd wilde hij maar zeggen: de koers is voorbij als je niet verder denkt dat je doel. 

Vanmiddag zal de zware Kittel op zijn fiets onder andere de Lautaret en de Col d'Izoard moeten bedwingen in de etappe met aankomst in Risoul. De concentratie zal er zijn, de les van 2011 is geleerd en het uitmikken om precies binnen de tijdlimiet te arriveren zal hem helpen.

Hij zei in Erfurt ook nog dit: „In de koers weet je nooit wat er gebeurt in de bergen en er is altijd die twijfel. Zijn mijn benen goed? Kom ik op tijd boven? Er is dus altijd druk in de bergen."