Geen uitvaart, graf of urn met as. Hoe is het als je overleden vader zijn lichaam beschikbaar stelt aan de wetenschap? Nabestaanden Tineke en Bob kunnen erover meepraten. "Hij dacht altijd aan anderen, ook na zijn dood."

Bob van Valkenhoef (38) blikt terug op het moment dat zijn vader Ben op 65-jarige leeftijd overleed. Wie sterft, laat normaal gesproken een graf of urn met as na, maar dat is er niet als je je lichaam aan de wetenschap doneert. Toch kan Bob leven met zijn vaders keuze. Sterker nog, zijn lichaam gaat als hij overlijdt ook naar de wetenschap.

Prostaatkanker

Begin 2019 krijgt de vader van Bob het verschrikkelijke bericht: hij bleek prostaatkanker te hebben. "Het was een ernstige vorm, we wisten dat hij niet meer beter zou worden", zegt Bob. Toch hield zijn vader het nog 3,5 jaar vol, zonder al te veel pijn te lijden.

"Maar de laatste paar maanden was het op. Toen ging hij heel snel achteruit. Hij was een levendige man, altijd bezig, altijd actief. Maar het ging niet meer." Op 16 september vorig jaar overleed zijn vader in het bijzijn van familie. Ben had al een hele tijd daarvoor besloten: zijn lichaam gaat naar de wetenschap als hij is overleden.

info

Lichaam naar de wetenschap

Iedereen boven de 18 jaar kan zich in Nederland opgeven als lichaamsdonor. Het hele lichaam komt na overlijden terecht bij een anatomisch instituut van een universitair ziekenhuis. Daar wordt het ontleed. Studenten leren zo over de bouw van het menselijk lichaam en medici kunnen nieuwe operatietechnieken ontwikkelen.

Wie ervoor kiest om zijn of haar lichaam te schenken aan de wetenschap moet zelf toestemming geven aan een anatomisch instituut van een ziekenhuis. Het instituut geeft het lichaam niet terug aan nabestaanden. Het wordt voor nabestaanden ook niet duidelijk of het lichaam voor onderzoek of tijdens lessen is gebruikt en wanneer dat is gebeurd.

Afscheid

Diezelfde dag nog, binnen 2 uur na het overlijden van Ben, stond er al een busje van het ziekenhuis op de stoep om het lichaam mee te nemen. "Dat ging heel keurig. Twee mannen waren netjes gekleed en gingen respectvol met ons verlies om. Toen hij in de lijkenzak werd meegenomen, dacht ik wel: dit was het dan. Het ging zo snel", zegt Bob.

"Maar we zeiden ook tegen elkaar: 'Het is goed zo'. Je leeft toe naar het einde, we waren bij zijn laatste zucht", zegt hij over het laatste moment samen met zijn vader, waar ook zijn moeder en zusje bij waren. "Daar heb je eigenlijk al afscheid genomen. Ik weet dan ook niet zo goed of je daarna opnieuw afscheid moet willen nemen."

Geen uitvaart

Bob herinnert zich de vragen uit zijn omgeving net na de dood van zijn vader. Wanneer de uitvaart was, bijvoorbeeld. Maar die kwam er nooit, want er was geen lichaam. Dat het lichaam van zijn vader naar de wetenschap ging, hadden ze niet aan veel mensen verteld.

"Sommige mensen vonden het opvallend dat er geen dienst was voor Ben. Daar moesten ze aan wennen", zegt hij. "Voor mij hoefde dat niet. Het was toch veel mooier dat hij aan de wereld had gedacht? Die nalatenschap is me veel dierbaarder."

Warm gevoel

Hij is trots op de keuze die zijn vader heeft gemaakt, ook al maakte hij die niet in overleg met hem. "Ik vind de gedachte dat hij tot na zijn dood wilde bijdragen aan een betere wereld een mooiere herinnering dan het uitstrooien van zijn as of het bezoeken van een graf."

"Ondanks al het verdriet om de dood wilde hij de medische wetenschap verder brengen", gaat hij verder. "Dat geeft me zo'n warm gevoel. Het laat precies zien wat voor sociaal persoon hij was. Hij dacht altijd aan anderen, ook na zijn dood."

Toch een herdenking

Toch is het niet helemaal zo dat er nooit een afscheidsdienst is geweest voor de vader van Bob. Het AMC in Amsterdam organiseerde deze zomer een gezamenlijke herdenking. Die was voor nabestaanden van mensen die hun lichaam aan de wetenschap hadden gedoneerd en terecht waren gekomen in de snijzalen van het academisch ziekenhuis, waaronder Ben.

De herdenking kwam er nadat verschillende nabestaanden hadden aangegeven dat ze behoefte hadden aan zo'n afscheidsmoment. Net als Bob en zo'n 150 anderen was ook nabestaande Tineke Brunekreef op de herdenkingsdienst aanwezig. Zij had het aanvankelijk veel moeilijker met de keuze van haar vorig jaar overleden vader.

'Goh pap, wat heftig'

"Hij is 13 jaar ziek geweest", begint Tineke. Hij leed net als Ben, de vader van Bob, aan prostaatkanker. De vader van Tineke overleed vorig jaar juni op 76-jarige leeftijd. "Hij zei: '13 jaar ben ik door de wetenschap in leven gehouden.' Daarom wilde Jan, mijn vader, wat terugdoen."

Tineke en haar broer kregen pas heel kort voor zijn overlijden van zijn keuze te horen, zegt ze. "'Goh, pap. Wat heftig', vertelde ik hem nog. Ik vond het niet de beste optie. Het was heel nobel van hem, maar het was ook gewoon mijn vader, geen studieobject. Maar er was geen discussie mogelijk."

'Veel moeite mee gehad'

Toen Jan in het ziekenhuis overleed, was er 6 uur de tijd om afscheid te nemen. "Dus iedereen die hem nog wilde zien, is opgetrommeld. Het was heel waardig, hoor. Er werd met respect mee omgegaan. Maar dat zijn lichaam zo kort daarna werd meegenomen, daar heb ik veel moeite mee gehad. We zagen hem daarna nooit meer terug", vertelt ze.

Nog altijd vindt ze het moeilijk dat ze nooit weet wat er met het lichaam gebeurt, of is gebeurd. "We kregen paar dagen na zijn dood een brief. Daarin stond dat het lichaam in goede orde was ontvangen en dat het binnen 2 jaar wordt gebruikt. Die tijd is nog niet voorbij, dus het kan zomaar zijn dat mijn vader nog ergens ligt."

Geen rust

"Ik kon het maar niet afsluiten. Daarom besloten we 2 maanden na zijn overlijden een herdenkingsbijeenkomst te houden", gaat ze verder. Maar ook dat gaf niet de rust die ze zocht. Dat kwam omdat zij het grootste deel van die dienst moest regelen.

"Er was weinig tijd voor mij om te rouwen. Ik moest tijdens die dienst alles in goede banen leiden. Bovendien klopte het voor mijn gevoel allemaal niet. Ik voelde een leegte. Wij namen afscheid van mijn vader, terwijl hij nog ergens was."

'Plek om aan papa te denken'

Hoe ze met het verdriet omging? Door veel te wandelen, zegt ze. Vaak liep ze naar het kleine vliegveld bij haar in de buurt. Die plek was haar dierbaar, want net voor het overlijden van haar vader kon ze nog regelen dat hij in een vliegtuigje kon vliegen. "Dat was echt zijn hobby."

Het vliegveld werd daarom een plek 'om even aan papa te denken', vertelt Tineke. Al wist ze ook met die wandelingen het verlies nooit helemaal te verwerken. Tot ze een bericht kreeg van het AMC. Het ziekenhuis vroeg aan haar of ze bij de herdenkingsdienst wilde zijn.

Tineke en haar gezin met haar vader Jan

Mooi eerbetoon

Daar besloot ze samen met haar partner naartoe te gaan. "Het was een mooi eerbetoon. Er is een gedenkmonument voor mensen die dezelfde keuze als mijn vader hebben gemaakt. Na de snijzaal worden ze gecremeerd en het as wordt op die plek uitgestrooid. Die leegte die ik voelde tijdens de dienst die ik zelf organiseerde, voelde ik daar niet. Ik had het gevoel dat hij dichtbij was. Eindelijk vond ik de rust om de dood van mijn vader."

"Ja, dat was heel mooi", kijkt ook Bob terug op een geslaagde herdenkingsdienst. "Studenten en hoogleraren vertelden hoe belangrijk de lichamen waren. Je voelde hun dankbaarheid voor de keuze die mijn vader had gemaakt."

Rol van nabestaanden

Het is precies waarom Bob iedereen wil vertellen: "Maak de keuze om je lichaam aan de wetenschap te doneren. Je kan er heel veel mensen mee helpen." Ook voor Tineke is het duidelijk: "Ja, de wetenschap heeft dit soort donateurs nodig."

Toch wil ze wel meegeven om nabestaanden mee te nemen in de keuze. "Die moeten er net zo comfortabel mee zijn als jij. Jij bent er dan niet meer, maar nabestaanden zien je nooit meer terug. Alles is weg."

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.