Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben 24 Nederlandse SS'ers als bewaker in vernietigingskamp Auschwitz gewerkt. Dat blijkt uit onderzoek van journalist Stijn Reurs. Utrechter Piet was één van hen, zijn zoon Ernst vertelt erover.

Ernst, die inmiddels 72 is, wil niet dat zijn achternaam bekend wordt en wil alleen onherkenbaar in beeld. Om zijn kinderen te beschermen, zegt hij, want 76 jaar na het einde van de Tweede Oorlog is Auschwitz voor velen nog altijd de zwartste bladzijde van de 20e eeuw. Toch is Ernst er "voor 200 procent" van overtuigd dat zijn vader niks gedaan heeft dat het daglicht niet verdragen kan. "Zo was hij niet. Hij kwam in Auschwitz terecht door omstandigheden."

Bij de Waffen-SS

Piet werd begin 1900 geboren, als zoon van een vuilnisman. Toen hij 11 was, ging hij van school, de handel in. Met paard en wagen verkocht hij groenten en aardappelen. Zo leerde hij ook zijn Duitse vrouw kennen, die begin jaren 30 in Hilversum als kok werkte. In 1935 ging Piet bij de NSB en 6 jaar later hoorde hij van kameraden dat er mogelijkheden waren bij de Waffen-SS, dat later onderdeel zou worden van het leger van nazi-Duitsland.

"Er werd beloofd dat in het oosten boerderijen met grond vrij zouden komen en dat kon je die dan krijgen", vertelt zoon Ernst. En: "Hij is gepusht door de Duitse familie van m'n moeder." Piet meldde zich aan en een maand later startte hij bij een SS-opleidingscentrum in het Oostenrijkse Klagenfurt.

Lees ook

Heinrich Himmler

Ernst vertelt dat de opleiding zwaar was, het eten slecht en dat op een dag de baas van de SS en bedenker van de holocaust Heinrich Himmler op bezoek kwam: "Ze stikten de moord van de honger. Mijn vader is toen met aardappelen en groenten in de pet naar Himmler gestapt en heeft hem gevraagd of het normaal was dat soldaten dit te eten kregen. Toen hebben ze beter eten gekregen." Bang was de toen 34-jarige Utrechter dus allerminst. Ernst: "Mijn vader was brutaal. Hij stapte overal op af."

Op een gegeven moment kreeg Piet heimwee en spijt dat hij in dienst was gegaan bij de SS. Maar er was geen weg terug, volgens zijn zoon. "Hij kreeg op een gegeven moment het aanbod om bewaker te worden van een 'Gefangenenlager'. Zo kwam hij in Auschwitz terecht."

De paklijst die Piet kreeg om zich voor te bereiden op Auschwitz

'Hij draaide door'

Op 28 augustus 1941 kreeg Piet de leiding over een immense keuken met 19 kookketels in Konzentrationslager Auschwitz. Ernst: "Wanneer hij naar buiten keek, zag hij dat mensen elkaar doodsloegen voor een beetje eten. 'Waar ben ik in godsnaam terecht gekomen?' vroeg hij zich toen af. Piet ging volgens zoon Ernst vriendschappelijk om met de gevangenen. En dat viel niet in goede aarde. "Toen kwamen er op een gegeven moment twee SS'ers hem halen en die zeiden: je bent veel te soft. We gaan jou leren hoe je een Jood moet doodslaan."

Piet werd gedwongen getuige te zijn van een fatale mishandeling. Toen een jongen die voor Piet werkte afscheid kwam nemen, omdat hij zou worden doodgeschoten, heeft hij er volgens Ernst alles aan gedaan om dat tegen te houden, tot aan kampcommandant Höss aan toe. "Toen dat niet lukte, draaide hij helemaal door."

Gearresteerd

Toch stond Piet op goede voet met de kampcommandant. Ernst: "Mijn vader deed weleens wat in zijn tuin, dat deed hij in Nederland ook. Mijn vader deed alles om geld te verdienen." Piet heeft altijd verteld dat Höss er persoonlijk voor heeft gezorgd dat hij weg kon uit Auschwitz. De kampcommandant stuurde Piet naar een 'Krankzinnigenkliniek' in Giessen. Na 5 maanden behandeling keerde hij in januari 1942 terug naar zijn vrouw en kinderen in Utrecht.

Aan het einde van de oorlog besloten Piet en zijn vrouw met de kinderen naar de familie van zijn vrouw te reizen. Ernst: "Mijn vader heeft een woonwagen gebouwd. Paarden ervoor, kippen en geit eronder." Na de nederlaag van Hitler wilde Piet terug naar Utrecht. 22 september 1945 meldde het gezin zich aan de grens bij Oldenzaal. Ernst: "De hele familie werd gearresteerd. Mijn moeder kwam hoogzwanger in kamp Amersfoort terecht en daar is mijn broer geboren."

Bewust klein gehouden

Tijdens zijn verhoor noemde Piet het woord Auschwitz niet. Hij vertelde dat hij werkte in 'de binnenste bewaakte ring van een Poolsch gevangenenkamp.' Ernst: "Dat heeft hij bewust klein gehouden. Hij heeft gedacht: daar moet ik niks over zeggen, want dan kan mijn straf weleens anders uitpakken."

Piet werd uiteindelijk een kleine 3 jaar geïnterneerd in Zeeland, als straf voor het treden in vreemde krijgsdienst. Voor zijn aanwezigheid in Auschwitz is hij nooit gestraft.

Weerslag op de kinderen

Piet is inmiddels al meer dan 30 jaar dood. Ernst praat nog altijd vol liefde over zijn vader. "Hij was een echte vader, een echte opa." Praten over Auschwitz deed hij weinig. En hoewel hij er maar 5 weken was, heeft het hem een leven lang achtervolgd. "Af en toe kreeg hij van die aanvallen: stond er schuim op z'n mond en lag hij als een plank op de grond. En dan had hij vóór die tijd het hele huis kort en klein geslagen."

De oorlogsgeschiedenis van Piet heeft z'n weerslag gehad op al zijn kinderen. "Wij hebben er allemaal een tik van overgehouden", zegt Ernst. In welke zin? 'Uit zelfbescherming zorgde je dat je in je maatschappelijke leven altijd net wat boven een ander stond. Door extra studie, extra vakmanschap. Dat je niet in situaties terecht kwam die je niet wilde."

Het onderzoek van Stijn Reurs naar Nederlandse bewakers van Auschwitz werd mogelijk door een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Auschwitz

Vragen? Stel ze!

Heb je nog vragen of wil je reageren? Stuur ons dan hier een berichtje in onze chat. Elke donderdag vertellen we in de Doe mee-nieuwsbrief wat we met alle reacties doen. Wil je die in je mail? Meld je dan hier aan.