Conducteurs en machinisten willen niet verplicht worden om uit te stappen bij een poging tot zelfdoding op het spoor. Een grote meerderheid van 86 procent wil zelf kunnen bepalen of ze in zo’n geval de trein verlaten en in actie komen. Dit blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder 450 conducteurs en machinisten. Volgens het protocol van de NS wordt de conducteur, en als deze afwezig is de machinist, geacht om eerste hulp te verlenen of om het lichaam af te dekken.

De ondervraagden willen liever per geval bekijken of ze uitstappen of niet. Als het slachtoffer nog in leven is zijn de meesten bereid om eerste hulp te verlenen. Maar wanneer duidelijk is dat ze niets meer kunnen doen willen veel NS-medewerkers zichzelf liever niet blootstellen aan zo’n heftige ervaring. Een meerderheid van 54 procent heeft liever dat goed opgeleide hulpdiensten, zoals ambulancepersoneel, zich als eerste met de situatie bezighouden.

In de uitzending van EenVandaag vertelt conducteur Henk Bosch zijn verhaal. Na 14 springers knapt er iets bij hem en komt hij met een posttraumatische stressstoornis thuis te zitten. Elk keer uitstappen en geconfronteerd worden met de vreselijke beelden is voor hem zeer traumatisch. “Ik zal het er de rest van mijn leven mee moeten doen dat ik vier uur per nacht slaap en constant overal lichaamsdelen ruik en zie liggen.”

Onvoldoende voorbereid

De ondervraagde conducteurs menen dat ze in hun opleiding bij de NS onvoldoende zijn voorbereid om hun taken bij een zelfdoding uit te voeren. Dat geldt zowel voor de praktische kant (66 procent) als voor de psychische (69 procent).

Volgens de vakbonden FNV Spoor en VVMC zorgt het verplicht uitstappen voor veel psychische problemen bij conducteurs en machinisten. Dat blijkt ook uit het Eenvandaag onderzoek: bij 23 procent van de ondervraagden die zelf wel eens een 'springer' heeft meegemaakt heeft deze ervaring geleid tot psychische problemen.

Gemiddeld komt een zelfdoding op het spoor 200 keer per jaar voor. Dat betekent dat per week acht conducteurs en machinisten met deze zware taak worden geconfronteerd. Zowel de ondervraagden als de vakbonden willen dat de NS de verplichting schrapt en treinpersoneel zelf laat bepalen wanneer ze in actie komt. Ook dringen ze aan op een betere voorbereiding in de opleiding.

De NS laat in een reactie weten dat ze de onderzoeksresultaten kritisch tegen het licht zullen houden en zullen bezien of ze meer kunnen doen dan nu het geval is op de werkvloer, tijdens de opleiding en in de nazorg.

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd door EenVandaag in samenwerking de spoorwegvakbonden FNV Spoor en VVMC. Het vond plaats van 12 november 2012 18.00 uur tot 13 november 23.59 uur. Aan het onderzoek deden 459 hoofdconducteurs en machinisten van de Nederlandse Spoorwegen mee.

Lees hier de emotionele reacties van conducteurs en machinisten.

Lees in de bijlage (PDF) die hieronder staat de belangrijkste conclusies van het onderzoek.

Download