Keti Koti hoeft geen nationale feestdag te worden, vindt meer dan de helft van ruim 30.000 mensen die meededen aan onderzoek van EenVandaag. Volgens twee derde is het ook niet nodig dat de regering excuses aanbiedt voor het Nederlandse slavernijverleden.

Het is vandaag 1 juli, de dag waarop in Nederland het einde van de slavernij wordt herdacht met het feest Keti Koti; 'het breken van de ketenen'. In de Verenigde Staten is de afschaffing van de slavernij, daar als 'Juneteenth' gevierd op 19 juni, dit jaar voor het eerst een nationale feestdag. Er zijn verschillende initiatieven die oproepen om hier in Nederland van Keti Koti ook een nationale feestdag te maken.

'Ónze bevrijdingsdag'

Onder de 620 mensen met een Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond die aan het onderzoek meededen, is hier veel steun voor (70 procent). Het lijkt hun een mooie manier om met de hele Nederlandse bevolking stil te staan bij een stukje geschiedenis waar we volgens hen allemaal van kunnen leren.

Sommigen trekken een parallel met het herdenken van de Tweede Wereldoorlog. "Dit is ónze bevrijdingsdag. Hopelijk zet het witte Nederlanders aan het denken", schrijft een deelnemer met een Antilliaanse achtergrond. Een moeder schrijft: "Mijn dochters staan op 4 mei altijd 2 minuten stil bij het leed van de Tweede Wereldoorlog. Daar hebben wij nooit mee te maken gehad. Maar niemand staat stil bij het leed van onze voorouders. 'Die zijn toch ook belangrijk mama', zeggen ze dan. Ik kan er niets tegenin brengen."

Bekijk ook

Geen draagvlak voor Keti Koti als feestdag

Maar onder alle deelnemers aan het onderzoek is weinig steun voor het maken van Keti Koti tot een officiële feestdag. Slechts een kwart van de ondervraagden is er voorstander van (24 procent).

De meerderheid (59 procent) ziet het niet zitten. Zij zijn er niet van overtuigd dat juist deze dag een landelijke feestdag moet worden. Volgens hen is het voldoende als de mensen die er behoefte aan hebben dit in eigen kring vieren.

Excuses voor slavernijverleden

Tegelijk speelt de discussie of er excuses aangeboden moeten worden voor het slavernijverleden. Naar verwachting zal burgemeester Femke Halsema van Amsterdam dat dit jaar als eerste gemeente namens de stad doen. Ook Rotterdam en Utrecht overwegen dat te doen, maar sommige organisaties en partijen vinden dat de overheid dan landelijk excuses aan moet bieden.

Het Nederlandse kabinet sprak eerder al 'diepe spijt en berouw' uit', maar premier Mark Rutte wil geen excuus maken. Volgens hem zou dat tot meer polarisatie leiden.

Bekijk ook

'Iets van eeuwen geleden'

En ook volgens de meeste ondervraagden zijn excuses niet nodig. Twee derde van hen (66 procent) vindt dat de regering geen excuses hoeft aan te bieden. Ze vinden dat je de generatie van nu niet verantwoordelijk kunt houden voor wat er in het verleden is gebeurd. Een deelnemer schrijft: "Hoe kun je excuses aanbieden voor iets van eeuwen geleden waar je zelf totaal niet bij betrokken bent? Ik voel me daar niet verantwoordelijk voor en wil er ook niet op aangesproken worden!"

Volgens anderen is het einde zoek als je begint met het maken van excuses. Zij zien wel meer conflicten en misstanden in de geschiedenis waar dan verantwoording voor afgelegd kan worden. "Dan kunnen de Fransen ons ook wel excuses gaan aanbieden voor Napoleon", zegt iemand. "En wat te denken van Afrikaanse stamhoofden die slaven verkochten, die moeten dan ook sorry zeggen", vindt een ander. Weer anderen zijn bang dat er na excuses ook schadeclaims zullen volgen.

Liever een goed lespakket

Het is duidelijk dat er misdaden tegen de menselijkheid zijn begaan, maar velen denken dat het maken van excuses ons niet veel verder brengt. Veel van de ondervraagden zien liever dat er bijvoorbeeld in het onderwijs een goed lespakket over het onderwerp komt zodat jongeren ermee opgroeien.

Iemand zegt daarover: "Laat kinderen op scholen écht leren over de slavernij. Leer ze hoe wreed het was, maak het vooral niet mooier. Vertel ze wat het betekende voor de economie, maar ook hoe donker dit deel van onze geschiedenis is. Dat lijkt me veel nuttiger."

Bekijk ook

Kwart wil wel excuses

Een kwart (26 procent) van de ondervraagden zou wel graag zien dat de Nederland excuses voor het slavernijverleden maakt. Zij vinden het passend als de regering dat doet: "De misdaden zijn destijds gepleegd door de staat. Het lijkt me dan logisch dat diezelfde staat daar nu symbolisch excuses voor maakt."

Volgens deze groep heeft de discussie nu wel lang genoeg geduurd en is het een manier om hem af te sluiten en ons op de toekomst te richten. Een deelnemer schrijft: "Als je als overheid geen excuses voor slavernij maakt, kunnen we het zo goed stoppen met praten over racisme. Dan zal het nooit opgelost worden."

Erkenning voor leed slavenfamilies

Een grote meerderheid van de groep mensen met een Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond die aan het onderzoek meedeed (71 procent), zou graag zien dat er excuses komen. Zij zien excuses in de eerste plaats als erkenning voor het leed dat hun voorouders is aangedaan, en op allerlei manieren doorwerkt tot op de dag van vandaag.

Een deelnemer met een Surinaamse achtergrond schrijft: "Die ontmenselijking uit de geschiedenis werkt nog steeds door. We zien onszelf ook als minderwaardig. Excuses zouden ook een stukje erkenning meebrengen wat mij erg goed zou doen."

"Mensen beseffen niet wat voor impact de slavernij nog steeds heeft op de nazaten", schrijft een ander. "Ik weet niet waar ik vandaan kom, wat mijn echte familienaam is, kan nooit een echte stamboom maken. Ik word er dagelijks aan herinnerd als ik alleen maar mijn naam opschrijf. Met excuses kunnen we eindelijk beginnen aan het helingsproces.'

Bekijk hier de Nieuwstrend en de presentatie van de panelcijfers over dit onderwerp.
info

Over het onderzoek

Het onderzoek is gehouden tussen 20 en 28 mei 2021. Aan het onderzoek deden 30.991 deelnemers mee.

Onder de deelnemers zijn 620 mensen met een Surinaamse of Antilliaanse migratieachtergrond. Hun uitslagen zijn niet representatief voor alle mensen met een vergelijkbare achtergrond in Nederland, maar geven wel een indruk van hoe er in deze groep naar de kwestie wordt gekeken.

De vragenlijst is verspreid onder de leden van het EenVandaag Opiniepanel. Ook is een open link verspreid via netwerken, organisaties, stichtingen en sociale mediagroepen waar mensen van kleur zich begeven, zoals De Community Top 100, Stichting MCNW en Stichting Ocan.

Het gehele onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk: leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit 70.000 leden.

Bekijk ook