Twee derde (64%) van de mensen wil dat er een verbod komt op het afsteken van vuurwerk door particulieren. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 20.000 leden van het Opiniepanel.

De helft (50%) van de deelnemers wil dat alleen gemeentelijke vuurwerkshows nog worden toegestaan, nog eens 14 procent vindt dat vuurwerk helemaal verboden moet worden in Nederland. Een derde (33%) van de deelnemers vindt dat alles moet blijven hoe het is zodat particulieren gewoon vuurwerk kunnen blijven afsteken met Oud en Nieuw.

Hoge kosten

De voorstanders van een verbod op vuurwerk noemen vooral de hoge kosten die schade en letsel door vuurwerk met zich meebrengen. Ook worden de angst die ontstaat bij dieren en lichamelijk letsel vaak genoemd als reden om vuurwerk te willen verbieden. De tegenstanders vinden een vuurwerkverbod een uiting van betutteling. Ook zeggen ze dat het afsteken van vuurwerk in Nederland een traditie is.

Afsteektijden

Op dit moment mag er rond de jaarwisseling gedurende een periode van 16 uur vuurwerk worden afgestoken: van 31 december om 10.00 uur ’s ochtends tot 1 januari om 02.00 uur. Van de deelnemers die vinden dat particulieren vuurwerk mogen afsteken zegt 39 procent wel dat de afsteektijden beperkt moeten worden, tot 18.00-02.00 uur (21%), tot 21.00-24.00 uur (11%) of tot 24.00-02.00 uur (7%). Van hen vindt 45 procent dat de bestaande afsteektijden gehandhaafd moeten worden, en 15 procent vindt dat deze tijden verruimd moeten worden.

Over dit onderzoek

Aan het onderzoek deden ruim 20.000 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Het onderzoek vond plaats van 24 december tot en met 27 december 2013.

Het EenVandaag Opiniepanel bestaat uit ruim 50.000 mensen. Zij beantwoorden vragenlijsten op basis van een online onderzoek. De uitslag van de peilingen onder het EenVandaag Opiniepanel zijn na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012.

Panelleden krijgen ongeveer één keer per week een uitnodiging om aan een peiling mee te doen. Op de meeste onderzoeken respondeert 60 tot 70 procent van de panelleden.