Wat doe je als je ziet dat je kind door corona een leerachterstand dreigt op te lopen? Een groot deel van de ouders maakt zich hier zorgen over. Toch kun je zelf iets doen om je kind hierin te helpen. "Zorg dat thuis het plezierig is."

Ouders zien met zorg aan dat kinderen door corona een onderwijs-achterstand oplopen. En dan wil je er als ouder het liefst met je kind mee aan de slag. Maar als er iets is dat onderwijskundige en uitgeefster van schoolboeken Arjanne Hoogerman aan ouders wil meegeven, dat is het wel dat je van een thuis geen school moet proberen te maken. De voormalig docente wil daarom dan ook een heldere verdeling tussen school en thuis. "Ik zeg altijd tegen ouders: 'Je bent ouder, geen leerkracht'."

Arjanne Hoogerman
Bron: EenVandaag

Zorgen over groeiende achterstand

Ouders maken zich zorgen, zo blijkt uit cijfers van het EenVandaag Opiniepanel. Ruim de helft van de ouders (52 procent) van leerlingen van de middelbare school, en 38 procent van de ouders van leerlingen in het basisonderwijs zien dat hun kinderen een achterstand hebben opgelopen.

En het blijft niet bij die waarneming, want veel ouders zijn bang dat die achterstand de komende tijd alleen nog maar zal toenemen. 53 procent van de ouders van basisschoolleerlingen vreest voor een groeiende achterstand, tegen 41 procent van ouders van leerlingen uit het middelbaar onderwijs.

Lees ook

Thuis geen trainingskamp

Deze zomer werd door de overheid 244 miljoen euro vrijgemaakt, zodat scholen hier op kunnen inspelen en begin oktober kwam daar nog eens 38 miljoen bij. Het geeft scholen meer ademruimte, maar als ouder of opvoeder wil je natuurlijk zelf ook de helpende hand toesteken.

Onderwijskundige Arjanne Hoogerman ziet wel mogelijkheden hiervoor, maar pleit ook voor terughoudendheid van de kant van ouders. "Mijn concrete tip is: "Zorg dat het geen trainingskamp wordt." Ze zegt het waarschuwend. "Dat klinkt misschien flauw als je denkt: ik wil m'n kinderen verder helpen. Maar kinderen kunnen hierdoor in een conflictsituatie komen te zitten."

Je bent ouder, geen leerkracht

Ze ziet dat er vanuit scholen een zekere druk op ouders ontstaat om kinderen verder te helpen, maar is daar flink kritisch op. "Het klinkt misschien wat lomp, maar het is niet het probleem van de ouders dat bepaalde lesstof niet behandeld is. Dat kun je niet van alle ouders vragen. Sommige ouders zijn er zelfs niet capabel voor, of hebben gewoon niet de mogelijkheden ervoor te helpen."

Want 'thuis is thuis en school is school', benadrukt ze met klem. "Ik zeg altijd tegen ouders: 'Jj bent ouder, je bent geen leerkracht'. Dat bedoel ik niet flauw, maar je hebt een andere taak daarin. Ik ben zelf een leerkracht. Als ik die kinderen aanspreek, dan luisteren ze, want ik ben de juf. Maar dat gaat niet als je een ouder bent. Dan ben ik ook nog moeder. Dan denken ze: het is wel goed, ik wil op de trampoline. En gelijk hebben ze, denk ik dan ook."

Spanningsboog van 20 minuten

Ga je als ouder toch aan de slag, dan is het verstandig om met een aantal zaken rekening te houden. "Wij geven aan dat de spanningsboog thuis ongeveer 20 minuten is. Wees je daar als ouder van bewust. Een les duurt maximaal een uur, maar 20 minuten is voor thuis echt maximaal. En daar kan dus niet alles in."

"Het is echt een andere periode", zegt ze, doelend op de coronatijd. "Dus als je ze juist thuis gaat trainen, dan heeft dat eerder een averechts effect op leerresultaten, dan dat het een positief effect heeft."

Alleen succeservaringen thuis

Waar ouders verder voor moeten waken is dat ze kinderen een andere uitleg geven dan die ze op school zijn gewend. "Vaak denken ouders: dit is een heel handig foefje, ik ga het zo uitleggen. Vervolgens snappen de kinderen er nog minder van van, want het is anders dan ze gewend zijn. En dat moeten ze ook nog in de thuissituatie zeggen: 'Dit snap ik helemaal niet'."

Hetzelfde geldt voor online-leerprogramma's als Squla: het kan wel, als het maar wel aansluit op de leerstof, anders is het contraproductief. "Eigenlijk vind ik kinderen thuis eigenlijk alleen succeservaringen moeten hebben. Door het consolideren van de oefenstof bijvoorbeeld", legt ze uit. "Daar heb je op school al instructie op gehad, daar mag je thuis op oefenen, maar geen nieuwe dingen doen. Want dat wordt dan een strijd tussen ouder en kind, met een averechts effect."

Lees ook

Yahtzee, Pim Pam Pet en galgje

De nadruk moet daarom vooral op plezier liggen, op het creatief omgaan met leerstof, vindt ze. En daar liggen genoeg mogelijkheden, waarbij de nadruk ligt op plezier, op succesbeleving. "Dan zien we dat kinderen gemotiveerd zijn thuis dingen te doen. Tekenspelletjes? Prima. Doe dat thuis, met dobbelstenen, met optellen. Yahtzee, dat is een prima telspel. Pim Pam Pet, als jij de letters moet leren, galgje, idem dito. Daar krijgen ze op school geen tijd voor."

"Benut dan ook de kracht van die thuissituatie", zegt ze met nadruk. "Ik heb kinderen in de klas die een cake willen bakken, maar dat kan niet met 25 kinderen. Maar het kan wel thuis, daar zit heel veel onderwijs in. Ze zijn constant aan het wegen, ze maken stukken. Daar zitten zoveel leerelementen in. En als ik hier uit het raam kijk, dan zie ik dat mijn buurjongetje uit groep drie de hele stoep heeft volgekrast met stoepkrijt. Hij telt dan tot en met 100. Dat is fantastisch En hij is ook nog zijn zusje gaan omtrekken. Dat kind is bezig geweest met tellen, met omtrekken. En dat kan wél thuis."

Stoepkrijgen
Bron: Arjanne Hoogerman
Arjanne Hoogerman: "Dat kind is bezig geweest met tellen, met omtrekken. En dat kan wél thuis."

Lees je kinderen voor

Het vermogen begrijpend te lezen is in coronatijd ook flink teruggelopen, maar ook daar ligt ruimte voor ouders. Maar wees je wel bewust van wat je doet. "We zijn geneigd om dan te zeggen: 'Het kind leest niet goed, laten we samen een boekje lezen thuis'. En dan moet je aan je ouders, je opa en oma een trucje laten zien waar je niet goed in bent. Daar krijgt geen kind plezier van."

"Ik zeg dan, draai het om: lees voor, laat ze horen hoe het goed is. Maar laat ze het niet zelf doen. Dan kun je nooit genieten van een verhaal, dan kun je nooit het plezier van boeken ontdekken", zegt ze, en geeft een voorbeeld uit eigen beleving. "Ik kan niet zingen, maar stel je voor dat ik elke dag voor de klas of in een groepje moet zingen? Nou, dan had ik nooit meer gezongen. Maar dat doen we wel met kinderen die niet goed kunnen lezen. Dan moet je aan het bureau van je leerkracht zitten lezen, en dan ook nog eens een keer thuis."

Lees ook

Spreekwoorden in Tik Tok

In het feit dat kinderen veel tijd online doorbrengen ziet ze wel kansen. "Ik sprak een leerkracht die kinderen telkens een spreekwoord liet opnemen in Tik Tok. Nou voel ik me heel bejaard, met dat Tik Tok", zegt ze lachend. "Maar ik zag wat dat met die kinderen deed. Dat stuurden ze naar elkaar."

"Dat is iets vérder denken. En reken maar dat die kinderen dat onthouden", zegt ze. "Dan zet je medium dat zo eigen voor ze is in met een ander doel. Ik denk zeker dat het effect kan hebben. Daar moeten we anders over na gaan denken."

Lees ook

Ouders zijn geen leerkrachten

Wat voor haar als een paal overeind blijft staan is dat de thuissituatie echt wezenlijk anders is dan de school. En ouders zijn geen leerkrachten, dat moet voor kinderen duidelijk zijn. "Want anders kan er thuis een strijd ontstaan, van: 'Nou moet ik weer'. Kinderen hebben het heel knap gedaan tot nu toe. De druk van die thuissituatie moet er af."

"Thuis is thuis en school is school", blijft wat Arjanne betreft daarom het mantra. "Je hebt al genoeg te managen en dan moet je er op een andere manier zijn. Het brengt het meest op, en dat klinkt heel simplistisch, als het kind goed in z'n vel zit. Dan gaat alles een stuk sneller en beter. Laten we voor de thuissituatie in elk geval zoveel mogelijk faciliteren. Want schoolgaan is voor kinderen al vreemd genoeg op dit moment."

info

Over het onderzoek

Het onderzoek onder ouders is onderdeel van groter onderzoek onder het EenVandaag Opiniepanel over verschillende onderwerpen. Hieraan deden in totaal 27282 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee, waaronder 2300 ouders met kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs. Het onderzoek is uitgevoerd tussen 2 en 4 november 2020. Het onderzoek is na weging representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2017.