Er wordt al jaren over gesproken: moet vuurwerk afsteken met Oud en Nieuw wel of niet verboden worden? Uit onderzoek van EenVandaag blijkt dat er steun is voor een landelijk verbod: van 53 procent mag de traditie afgeschaft worden.

Voorstanders van een verbod storen zich vooral aan de overlast, noemen het gevaarlijk en vervuilend. Ook geven ze aan dat de vuurwerkvrije zones vaak niet genoeg zijn. "Beter één duidelijke regel, dus gewoon helemaal nergens afsteken, dan vage afspraken die niet gehandhaafd kunnen worden", aldus een ondervraagde. EenVandaag ondervroeg in totaal ruim 27 duizend mensen.

'Het is betutteling'

Vier op de tien (38%) willen het afsteken van vuurwerk niet landelijk verbieden. Ze zien het als betutteling door de overheid en stellen ook het sociale aspect van de traditie belangrijk te vinden. Iemand zegt: "Als er geen vuurwerk meer is komen mensen ook niet meer naar buiten om hun buren goed nieuwjaar te wensen."

Een landelijk vuurwerkverbod gaat het kabinet te ver, omdat 'er ook heel veel mensen zijn die vuurwerk op een gewone manier afsteken en niets verkeerd doen.' Toch zouden de kiezers van de coalitiepartijen VVD (51 procent voor), D66 (59 procent voor) en CU (58 procent) het liefst wel een landelijk verbod zien. Net als de grootste groep CDA-kiezers (48 procent voor).

Inwoners Drenthe en Overijssel willen zelf afsteken, Friezen niet

Opvallend is dat deelnemers uit Drenthe en Overijssel het meeste waarde hechten aan de traditie van vuurwerk afsteken. Ze zijn ook tegen een verbod. Van Friezen daarentegen mag de traditie zo snel mogelijk afgeschaft worden: acht op de tien (78 procent) zien de traditie het liefst verdwijnen.

Het kabinet werkt aan een aanpassing van de regels waardoor gemeenten volgend jaar een lokaal vuurwerkverbod in kunnen stellen. Als daarvoor in de plaats een gemeentelijke vuurwerkshow komt, vindt 57 procent van de deelnemers dit een goed idee.

info

Over het onderzoek

Aan het onderzoek, gehouden van 13 tot en met 17 december, deden 27.205 leden van het EenVandaag Opiniepanel mee. Na weging is het onderzoek representatief voor zes variabelen, namelijk leeftijd, geslacht, opleiding, burgerlijke staat, spreiding over het land en politieke voorkeur gemeten naar de laatste Tweede Kamerverkiezingen.