Een maand na de verkiezingen zijn de verhoudingen in onze peiling niet veranderd, maar die tussen de politieke partijen wél. Hoe zijn we verzeild geraakt in deze ‘bestuurscultuur’? En vooral: wat is de weg naar buiten?

Herman Tjeenk Willink is de man die de aan de grond gelopen formatie moet vlottrekken. In de praktijk heeft het, vind ik, wel wat weg van het uit elkaar trekken van ruziënde kinderen: het eerste wat je dan zegt is 'twee vechten, twee schuld'. Op zijn Tjeenks: 'Niet alleen Rutte is verantwoordelijk voor de huidige bestuurscultuur in Den Haag. Ook andere fractievoorzitters zijn daar de afgelopen jaren verantwoordelijk voor geweest.'

Ook anderen verantwoordelijk

Kiezers van bijna alle partijen zijn het hartgrondig met Tjeenk Willink eens. Slechts 5 procent vindt dat alléén Rutte verantwoordelijk is voor de huidige bestuurscultuur. De rest zegt dat, nadrukkelijk samen met Mark Rutte, ook veel anderen daarvoor verantwoordelijk zijn. Sommigen noemen de partijen die de afgelopen jaren samenwerkten met Rutte in zijn kabinetten, namelijk de PvdA, CDA, D66 en ChristenUnie. Anderen vinden de hele Tweede Kamer een belangrijke actor. En niet alleen politici, maar ook hoge ambtenaren worden door mensen verantwoordelijk gehouden.

Veel deelnemers schrijven daarnaast dat ze er vast van overtuigd zijn dat deze cultuur diep geworteld zit in politiek Den Haag. En dat krijg je er volgens een ruime meerderheid ook niet zomaar uit: 81 procent zegt er geen vertrouwen in te hebben dat die bestuurscultuur de komende jaren écht gaat veranderen.

Lees ook

Kiezers willen dunner regeerakkoord

Maar dat moet wel geprobeerd worden, vinden de kiezers. De meesten zijn het daarom ook met Willink eens, als het gaat om de dikte van het regeerakkoord, één van de elementen waarmee hij de bestuurscultuur wil doorbreken. Tweederde (65 procent) vindt zo'n dun akkoord op hoofdlijnen een goed plan, ook al betekent dit dat er meer onderhandeld moet worden en dat een kabinet iets minder stabiel is.

En misschien opvallend, óók de kiezers van VVD (62 procent), D66 (74 procent) en CDA (71 procent), gewend aan een dichtgetimmerd en lijvig boekwerk, hebben liever zo'n dun en 'open' regeerakkoord dan een uitgebreidere variant waarin meer wordt vastgelegd. Nu het stof wat optrekt, tekent zich dan wellicht in hele grove contouren een weg naar buiten af? Achter die laatste zin zet ik toch maar een vraagteken.