
Jongeren praten makkelijker over mentale gezondheid, maar 1 op de 6 raakte er wel vrienden door kwijt
Jongeren praten steeds makkelijker over mentale gezondheid, nog eenderde voelt een taboe. Maar die openheid kan ook te veel worden: 1 op de 6 raakte er vrienden door kwijt. "Soms moet je afstand nemen, anders ga je er zelf aan onderdoor."
Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek van het EenVandaag Jongerenpanel, in samenwerking met Stichting MIND. Dit jaar deden ruim 1.200 jongeren van 16 tot en met 34 jaar mee. Bijna 9 op de 10 (86 procent) zeggen het afgelopen jaar minimaal 2 maanden last te hebben gehad van psychische problemen. Het gaat bijvoorbeeld om stress en onzekerheid, maar ook om depressieve of suïcidale gedachten.
'Iedereen heeft wel wat'
Dit jaar is voor het eerst duidelijk te zien dat het volgens jongeren makkelijker wordt om te praten over mentale klachten. Nog ongeveer een derde (36 procent) geeft aan een taboe te voelen. Dat is nog steeds een behoorlijke groep, maar 5 jaar geleden was dit nog ruim de helft (54 procent). "Een taboe is een taboe als je er zelf aan meedoet", zegt iemand. "Plus, tegenwoordig heeft zowat iedereen wel wat."
Psychische klachten horen bij het leven en het gaat niet altijd over zonnestralen.panellid over het taboe op praten over mentale klachten
Dat het normaler voelt om met dit soort klachten te zitten, omschrijven meer jongeren. Ze merken dat ze niet de enige zijn die last hebben van bijvoorbeeld stress of onzekerheid. "Het is voor mijn generatie heel erg normaal én gezond om te praten", legt een deelnemer uit. "En ook om te erkennen dat psychische klachten bij het leven horen en het niet altijd gaat over zonnestralen."
Mannen praten moeilijker
Maar voor jongeren voelt het alsof er nog niet binnen alle kringen zo goed over gepraat kan worden. Vooral onder mannen of oudere generaties. Iemand vertelt: "Voor mij is het geen taboe, omdat ik vrienden heb waarbij ik weet dat ik ermee terecht kan. Maar met name in mijn vriendengroepen bestaande uit enkel mannen, merk ik dat niet iedereen dit zo ervaart."
Onder jonge mannen geeft de helft (52 procent) aan open te zijn over hun psychische klachten, terwijl onder jonge vrouwen twee derde (65 procent) erover praat. Ook zoeken jonge mannen (49 procent) minder vaak professionele hulp bij hun klachten dan jonge vrouwen (74 procent). Meestal omdat ze hun klachten niet erg genoeg vinden.
Luisteren en afleiding
Ook als het gaat om hulp uit hun omgeving, is er een verschil. Jonge mannen (14 procent) geven bijna drie keer zo vaak als jonge vrouwen (5 procent) aan dat ze liever helemaal geen hulp van hun omgeving krijgen. Toch zeggen de meesten (86 procent), zowel mannen als vrouwen, dat ze wél hulp zouden willen.
Dit hebben ze het liefste door te luisteren naar hun verhalen (66 procent). "Vaak gaat het gestresste gevoel dan al heel snel weg", schrijft iemand. Maar ook afleiding bieden (63 procent) is voor veel mensen fijn: "Toen het slecht met me ging vond ik het moeilijk om daar initiatief in te nemen. Het was dus ook belangrijk dat anderen voorstelden om iets te doen, zodat de drempel lager was."
Afstand nemen
Maar het kan voor vrienden ook lastig zijn om iemand goed te helpen. Bijvoorbeeld omdat ze zelf ook met mentale klachten zitten, of dat de gesprekken erg eenzijdig worden. 1 op de 7 (14 procent) jongeren heeft dan ook wel eens afstand genomen van een vriend of vriendin omdat diegene veel over zijn of haar mentale klachten praatte.
"Ik vind het niet erg om te luisteren en wil er echt zijn", schrijft iemand. "Maar in één geval waren de mentale klachten het enige waarover gepraat werd. Dan wordt het te veel." En iemand anders vertelt: "Hoe hard het ook is, als je zelf mentale problemen hebt en iemand anders trekt jou mee de afgrond in, dan moet je afstand nemen. Anders ga je er zelf aan onderdoor."
Vrienden verloren
1 op de 6 (16 procent) jongeren met mentale klachten is één of meer vrienden verloren omdat ze veel over die klachten praatten: "Vrienden zijn weleens moe van mij geworden omdat ik altijd problemen had. En toen het met mij beter ging, werd ik moe van anderen die altijd problemen hadden. Ik vind het niet raar als iemand zichzelf daartegen wil beschermen, zeker als je zelf herstellende bent."
Sommige jongeren vinden hun toevlucht dan ook online, bijvoorbeeld via websites, social media of AI. Waar vorig jaar nog 1 op de 10 jongeren (10 procent) hun mentale klachten met AI besprak, is dat nu bijna verdrievoudigd naar ruim een kwart (28 procent).
Bespreken met AI
Het voordeel is, zeggen jongeren, dat AI niet gelijk een mening geeft en je problemen vanuit een ander perspectief kan laten zien. "Bij heftige gevallen zegt de AI-bot dat ik het moet bespreken met een psycholoog, maar als ik even bevestiging zoek, dan ga ik vaak naar AI", zegt iemand.
Toch vertellen de meeste jongeren dat ze wel liever menselijk contact hebben. Vooral met vrienden (54 procent), ouders (49 procent) of hun partner, als ze die hebben (40 procent). "Het belangrijkste voor mij is dat ik mijn verhaal kwijt kan, dat mensen willen luisteren."