
Bijzonder onderwijs, meeste mensen willen er vanaf en alleen nog openbare scholen
De meeste mensen (56 procent) vinden het een slechte zaak dat scholen in Nederland een ideologische overtuiging kunnen hebben. De overheid zou alleen nog openbare scholen moeten subsidiëren, vindt twee derde (64 procent).
Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag onder ruim 19.000 leden van het Opiniepanel. Sinds 1917 is in de wet vastgelegd dat de overheid betaalt voor scholen met een bepaalde onderwijsvisie, politieke overtuiging of religie als achtergrond. Scholen hebben daarbij vrijheid om hun onderwijs zelf in te richten, terwijl de overheid toezicht houdt op de onderwijskwaliteit. Maar ruim 100 jaar later is er discussie over de houdbaarheid.
CDA-kiezers verdeeld
Nog los van de financiering, zijn de meeste mensen al niet zo te spreken over de vrijheid om scholen op te richten met een ideologische achtergrond. Slechts eenderde (32 procent) vindt het een goede zaak dat deze vrijheid in de wet is vastgelegd. Dat is bij de meeste kiezersgroepen zo, maar er zijn uitzonderingen: de SGP, de ChristenUnie en ook FVD.
Twee kiezersgroepen zijn verdeeld: CDA en SP. Het CDA wijkt hierin als christelijke partij dus af van de SGP en de ChristenUnie. 43 procent van de CDA-kiezers vindt het een goede zaak; 46 procent niet. Een van hen schrijft: "Vroeger was het overzichtelijker: openbaar of christelijk. Met steeds meer andere invloeden en secularisering wordt duidelijk dat het niet meer werkt en we terug moeten naar neutraal onderwijs."
Alleen voor openbare scholen betalen
Moet de overheid het bijzonder onderwijs dan nog financieren? Nee, zegt een nog grotere meerderheid (64 procent). Deze groep vindt dat de overheid alleen voor openbaar onderwijs zou moeten betalen. Vooral omdat de overheid volgens hen juist moet stimuleren dat het onderwijs neutraal moet worden gegeven, los van heersende politieke ideeën, religie of andere onderstromen.
In Nederland zijn er twee soorten scholen: openbare en bijzondere scholen. Bijzondere scholen kunnen vanuit een religie of levensovertuiging werken, zoals hindoeïsme, islam of het christendom. Maar onder bijzonder onderwijs vallen ook scholen die werken vanuit een bepaalde visie op onderwijs of opvoeding, denk aan montessori, jenaplan of vrije scholen.
Openbare scholen gaan niet uit van een godsdienst of levensovertuiging en staan open voor alle leerlingen en docenten. Wat verwarrend kan werken, is dat openbare scholen soms wel een bepaalde onderwijsvisie kunnen hebben. Er bestaan bijvoorbeeld ook openbare montessorischolen.
Ook vindt een deel dat kinderen uit alle lagen van de samenleving samen naar een school zouden moeten gaan, ongeacht wie je bent en wat je gelooft.
'Leren samen naar school te gaan'
Een deelnemer schrijft: "Ik ben leerkracht in het basisonderwijs. Kinderen moeten samen naar school. Bijzondere scholen met 'elitekinderen', kinderen van ouders met bepaalde geloofsovertuigingen en andere kinderen moeten leren om met elkaar om te gaan door samen naar school te gaan."
Een kwart (26 procent) vindt wel dat de overheid bijzonder onderwijs moet blijven subsidiëren. Een deelnemer legt uit: "Het is zo'n voorrecht dat wij in Nederland een democratie hebben en dit past daar echt bij. Een seculiere grondhouding is óók subjectief. Uiteindelijk komen daar ook bepaalde normen en waarden in terecht, dat is per definitie niet neutraal." Ook zijn mensen bang dat deze scholen, zoals religieus onderwijs, door particulieren worden betaald en de overheid minder goed toezicht kan houden daardoor.
Uitzondering opvoedkundige stroming
Wel maakt achtergrond van de school sterk uit voor het draagvlak. Zo vindt 82 procent het onacceptabel als de overheid subsidie geeft aan een school met een politieke overtuiging, zoals de onlangs opgerichte FVD-school. Alleen kiezers van FVD zijn verdeeld: 47 procent vindt het acceptabel; 44 procent niet.
Ook zou de overheid volgens de meesten (64 procent) religieus onderwijs niet moeten bekostigen. Onderwijs met een bepaalde onderwijsvisie ligt duidelijk anders. 63 procent vindt het acceptabel als scholen met een opvoedkundige insteek (zoals Montessori, vrije scholen of Dalton) worden gesubsidieerd. "Deze staan los van persoonlijke meningen zoals religie of politiek. Dit zijn pedagogische stromingen", vertelt iemand.